Vóór 1960 geboren?

VÓÓR 1960 GEBOREN?
Geschreven door Frans Eliens

Vóór 1960 geboren? Lees door!
Na 1960 geboren? Begin niet eens met lezen, je begrijpt hier toch helemaal niets van!

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat wij, die geboren zijn in de veertiger en begin vijftiger jaren, nog leven?
Volgens de huidige theorieën, maatstaven en voorschriften zouden wij al lang hartstikke dood moeten zijn.
Want zo was het:
Als onze ouders er al een hadden werden we rondgereden in auto’s zonder ergonomische hoofdsteunen, kinder-veiligheidsstoeltjes, veiligheidsgordels, airbags, side-impact-protection systeem, antiblokkeersysteem, en elektrisch bedienbare ramen met anti-knel beveiliging. Het bed waar wij in sliepen en het speelgoed waar we mee speelden was geschilderd met verf vol lood en cadmium. Bovenaan de trap op de overloop was géén hekje, wie te ver ging kukelde helemaal naar beneden en paste voortaan beter op. Als je ‘s nachts wakker werd in bed hoorde niemand dat, en als er écht iets was moest je gewoon knetterhard schreeuwen voordat je ouders het merkten. Flessen met gevaarlijke stoffen, zoals apotheek en drogisterijflessen, flessen met schoonmaak- en reinigingsmiddelen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen. Poorten en deuren gingen gewoon dicht zonder elektrisch oog en als je er met je vingers tussen kwam waren ze blauw, of gewoon weg. Op de fiets zat je achterop, met je gat in een gebreide onderbroek, op een stalen bagagedrager, je probeerde jezelf krampachtig vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je en maar hopen dat je niet door een kuil ging. Op een Puch, Thomos, Zundapp, of Mobylette droeg je geen helm, laat staan op een fiets. Water dronken we in eerste instantie van de pomp en wat later gewoon uit de kraan, niet uit een fles. Gewassen werden we een keer in de week op zaterdag in een zinken teil, meisjes eerst daarna de jongens en allemaal in hetzelfde zeepwater. We kregen na het wassen schone kleren aan voor de hele week. Brood was op kleur en heerlijk zacht door een hele reeks conserveringsmiddelen. Na twee weken was een “Bums” nog nét zo vers als hij bij aanschaf in de winkel was. Kleur en smaakstoffen moeten al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als de limonade toén was, zie je dat nu écht niet meer. Een Bazooka kauwgompje legde je ‘s avonds op het nachtkastje en stak je ‘s morgens weer lekker in je mond. Op school zat je op een harde platte bank waar de schrijftafel met ingebouwde inktpot aan vast zat. Meestal zat er ook nog zo’n gevaarlijke loodzware klep op waar je gewoon een heel schooljaar lang veilig al je spulletjes onder kon leggen. De ergonomie van kinderschoenen bestond meestal uit het feit dat ze al waren ingelopen door een broer, zus of neef. Je fiets was of te klein of te groot wat opgelost werd door houten blokken op de pedalen te schroeven, kon je er toch bij! Een fiets had geen versnellingen en als er een band kapotging leerde je vader je zo snel mogelijk om die zelf te plakken, dat kon ook in het donker maar ook midden in de winter of als het regende. We gingen ‘s morgens van huis en we kwamen weer terug als de straatverlichting aan ging. Niemand wist waar we in de tussentijd waren. Alleen de buren hadden telefoon.
Het bos, de hei of een park waren plekken om te spelen, hutten te bouwen of vlag te veroveren, het waren géén vieze mannetjes-, vieze vrouwtjes- of vieze heren verzamelplekken.
Als we naar een vriendje gingen, liep je er gewoon naar toe, je hoefde niet aan te bellen en je moeder hoefde vooraf geen afspraak voor je te maken. Er ging ook nooit een volwassene met je mee. Wij aten toen ook al veel koekjes en kregen brood met veel boter, ‘s avonds vlees met vette jus en aardappels en toch werden we niet dik. We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd daar ziek van. Wij hadden geen Playstation, Nintendo, X¬box, 64 televisiezenders, videofilms, surround sound, een eigen televisie, mobieltjes en Internet. Wij hadden gewoon vrienden! Die ene televisiezender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor de kinderen en oh wee als je daarna durfde op te staan om op een knopje voor een andere zender te duwen (die knopjes zaten toen namelijk aan het toestel vast). Pa bepaalde hoe lang je daarna nog mocht kijken. De muziek die toen werd gemaakt wordt nu nog steeds voor televisiereclames gebruikt en alle top-duizend nummers stammen uit ‘onze tijd’. We hebben onze knieën geschaafd, zijn in het prikkeldraad gevallen, hebben tegen schrikdraad gepiest, we hebben in de speeltoestellen van de speeltuinvereniging onze botten gebroken, tanden uit onze bek gevallen. Niemand werd daarvoor voor de rechter gesleept. Het waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je, omdat je zo stom geweest was, er nog een pak slaag van je vader bij. Wij vochten en sloegen elkaar soms bont en blauw, er was bijna geen volwassene die zich daar druk over maakte. Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; we maakten pijl en boog en speren, met stokken sloegen we naar ballen (of elkaar), we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg meestal pas dat we de rem vergeten waren. We stookten vuurtje, maakten steeds weer nieuwe groepen die met elkaar op de vuist gingen en van elkaar moesten winnen, als cowboys en indianen. We voetbalden op straat en alleen wie goed was mocht mee doen; wie niet goed genoeg was speelde voor doelpaal of moest maar blijven kijken en om leren gaan met teleurstellingen. Op school zaten ook gewoon domme kinderen. Zij gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en kregen dezelfde lessen. Zij deden soms een klas een jaartje over, daarvoor was geen opvang of praatgroep, er waren geen discussies over op ouderavonden. De meester had altijd gelijk. Had je strafregels van school dan kreeg je ze van je vader nog eens dubbel erbij. We smeerden onze boterhammen zelf, met een “grote mensen” mes, als je ze vergeten was kon je op school niets kopen! Als je de korst niet op at had je de rest van de dag gewoon een beetje meer honger. Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur nog naar je zwaaide, was je een watje! Als je problemen veroorzaakt had waren je ouders het altijd met de politie eens. Ze kwamen wél om je te halen, maar niet om je eruit te lullen. Onze daden hadden nog consequenties. Dat was direct voor iedereen duidelijk en je aanvaardde ze gewoon. Wij hadden vrijheid, kende mislukkingen, hadden succes en leerden wat verantwoordelijkheid was.
Onze generatie heeft de mensen voortgebracht die door deze opvoeding en al deze ervaringen problemen zelf op kunnen lossen, altijd doorgaan en als het toch een keer misgaat gewoon voor de gevolgen instaan.
Hoog tijd dat wij elkaar maar eens feliciteren dat we er nog zijn.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/