Aflevering 2: Onder stoom

ONDER STOOM
Geschreven door Bert Plomp

Begin zestiger jaren keek ik iedere week op tv naar een nieuwe aflevering van Ivanhoe. De koene ridder, die streed tegen de Normandische prins John. Tegen een vorstenzoon, die het Saksische volk onder zijn duim trachtte te krijgen.
Deze gemene John werd terzijde gestaan door zijn kompaan in het kwaad: sir Maurice.
Daartegenover, kon de edele ridder onvoorwaardelijk rekenen op de inzet van de goudeerlijke smid Gurth en zijn niet minder sympathieke, aangenomen zoon Bart.
In de serie speelt Roger Moore, onze latere 007, de heldenrol van Ivanhoe.
In deze clash tussen goed en kwaad, vochten partijen wekelijks een zwaardgevecht uit op de buis. Met Ivanhoe als voor de hand liggende overwinnaar van menig tweekamp.

Niet zo lang na de tweede wereldoorlog, toen jan en alleman nog met wraakgevoelens rondliep, was het bestrijden van het kwaad tamelijk hot. Films en tv-series met helden waren mateloos populair.
Van die algemene aanbidding van dappere strijders, wilden mijn vriendjes en ik ook wel een graantje meepikken.
Om in het spoor van Ivanhoe te blijven, was het bezit van een zwaard en een schild een absolute vereiste. Eigenlijk hoorde daar ook nog een paard bij. Maar ja, we hadden zelf thuis nauwelijks te eten. Laat staan dat er ook nog eens een ros gevoed moest worden.
Er was evenmin geld om even een ridderspeciaalzaak binnen te lopen voor de aanschaf van een mooi, zilverkleurig zwaard en een dito schild. We konden de financiële middelen voor dit nobele doel helaas niet lospeuteren. We moesten het kwaad maar met de blote hand bestrijden, was de opvatting van onze ouders.
De vijand met de blote hand te lijf gaan, vonden we echter niet zo ridderlijk overkomen. Dus vervaardigden we zelf van wat houten latjes zwaarden.
Met zo’n houten zwaard kon je natuurlijk lang niet zo vernietigend uithalen als met een van staal. Toch kon je de vijand er even mee van zijn stuk brengen.
Een stuk karton, met een eindje touw erdoorheen gevlochten als handgreep, diende als schild. Hoe eenvoudig ook van samenstelling, het kartonnen afweermiddel bood enige bescherming tegen een vijandige houw.

Op een goede dag ontdekten we spelenderwijs hoe we ons toch konden uitrusten met wapentuig van staal.
Vlakbij onze woonwijk lag een spoorbrug over de Kromme Rijn. Voorbij die brug, richting het Ledig Erf, bevond zich de achterzijde van de gevangenis aan de Gansstraat: het Pieter Baan Centrum. Een hoge muur scheidde de psychiatrische gevangenen van de vrije wereld.
Die plek, de combinatie van spoorbrug en gevangenis, oefende altijd een magnetische aantrekkingskracht op ons uit.
We hadden het idee opgevat om, bij wijze van experiment, wat grote stalen spijkers op de spoorrails te leggen en te zien wat daaruit zou voortkomen na passage van een trein. Om het proces nog beter te kunnen volgen, plaatsten we ze op de rails over de spoorbrug. Zo konden we van onderen het geheel nauwlettend in de gaten houden.
In afwachting van een zware stoomlocomotief, die spoedig over de brug zou denderen, gingen we onder de brug staan.
Dit afwachten was des te spannender, daar we gelijktijdig een oogje moesten houden op de gevangenismuur. Het kwam wel eens voor dat een psychisch gestoorde daaroverheen wist te klauteren.
De spanning steeg ten top op het moment dat we in de verte een stoomlocomotief hoorden aankomen. Het naderende, zware gestamp van de machtige machine en het imposante signaal van de stoomfluit, je kreeg er werkelijk kippenvel van. En toen, als ware apotheose, het helse kabaal van de locomotief die over de brug en over onze spijkers ramde. Terwijl wij verdwenen in een immense wolk van rook en stoom, vroegen we ons angstig af of door ons toedoen het hele gevaarte niet zou ontsporen en in de Kromme Rijn zou storten. Het was letterlijk en figuurlijk een adembenemende onderneming.
Nadat de trein was gepasseerd en uit het zicht was verdwenen, kwamen we uit onze schuilplaats tevoorschijn. We beklommen het talud om onze buit van de rails op te pikken. De spijkers waren door de locomotief zo plat als een dubbeltje gewalst. Ze waren gloeiendheet en hadden de vorm van een zwaard aangenomen.

Ik heb altijd een enorme fascinatie gehad voor treinen. In het bijzonder voor door stoom gedreven exemplaren.
In mijn jeugd zag ik ze regelmatig vlak voor mijn neus voorbij stomen, over de spoorwegovergang Gansstraat-Koningsweg.
Soms kwamen ze zelfs van twee kanten tegelijk aanzetten. Op weg naar en komende van het Maliebaanstation: het huidige spoorwegmuseum.
Wat een spektakel was dat en wat een indruk heeft dat op mij gemaakt.
In mijn leven heb ik diverse psychologische testjes moeten doen. Dat is in mijn geval niet zo verbazingwekkend. Er is alle reden om te twijfelen aan mijn geestesgesteldheid.
De eerste test die ik als kind ooit deed, vond plaats in het gebouw van de Rijksuniversiteit aan het Domplein. De uitslag was niet zo verrassend: men ging ervanuit dat ik later machinist zou worden.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/