Bruine benen

BRUINE BENEN
Geschreven door Bert Plomp

In je leven ontmoet je veel mensen, maak je veel mee, zie je films en tv-series, ga je naar concerten en ga zo maar door.
Van al die ervaringen pik je wat op en met sommige dingen, sommige houdingen, sommige uiterlijkheden doe je wat.
Je neemt ze als voorbeeld voor hoe jezelf wilt overkomen in de maatschappij.
In mijn vroege jeugd – ik spreek nu over de tijd dat ik naar de lagere school ging – was voetbal alles voor mij.
Met mijn vrienden voetbalde ik vrijwel ieder vrij moment en met alles wat enigszins kon bewegen.
Dit varieerde van een echte bal tot een steen en alles wat zich daartussen bevond.
Het voetballen vond plaats in het speelkwartier op school en, zodra de school uit was, op het grote plein voor de winkels in het Lodewijk Napoleonplantsoen.
Samen met mijn vriend Joop mocht ik met de “grote jongens” uit de buurt meevoetballen op het plein. Waarschijnlijk omdat wij beter voetbalden dan de rest van de “kleine jongens”.
De voorwaarde om met de groten mee te mogen doen was wél dat Joop en ik op het doel moesten staan.
Dat was de minst begerenswaardige positie in ‘t veld.
Op doel staan hield onder meer in het languit willen gaan op de tegels om een bal in de hoek van het doel te keren. Dat hield ook in dat als er tegen jou gescoord werd, de bal opgehaald diende te worden. Meestal, als je het doel verdedigde aan de waterzijde, lag die bal dan 50 meter achter je of zelfs in het water, in de Kromme Rijn.
Als de bal te water was gegaan, was je soms wel een half uur bezig de bal weer op het droge te krijgen.
Met stokken en stenen als hulpmiddelen probeerde je de bal weer naar de oever van de rivier te bewegen.
Omdat water in een rivier doorgaans niet stilstaat, kwam de bal soms pas weer aan wal ter hoogte van het Pieter Baancentrum. Dat is 500 meter verderop richting het Ledig Erf.
In die gevangenis, het Pieter Baancentrum, zaten alleen maar psychisch gestoorde boeven en moordenaars, zoals Hans van Z. destijds.
Niemand wilde in de omgeving van deze gevangenis eigenlijk nog een bal uit het water zien te vissen.
Dus zodra de spoorbrug over de Kromme Rijn was gepasseerd en de contouren van het Pieter Baancentrum zich aandienden, dan werd de positie van doelman nog minder benijdenswaardig.
In die dagen was Frans de Munck de keeper van DOS: “Door Oefening Sterk”, tezamen met Elinkwijk en VELOX gefuseerd tot het tegenwoordige FC Utrecht.
Frans was in diezelfde tijd eveneens keeper van het Nederlands Elftal en was toen mijn voorbeeld.
Omdat onze Frans, bijgenaamd “de zwarte panter”, nogal donker getint was, ging ik zover in dat voorbeeld overnemen dat ik, voordat het voetbalspektakel op het plein een aanvang nam, even mijn benen met wat bruine schoensmeer insmeerde om zodoende indruk te maken op de op mij aanstormende spitsen. Om het geheel nog wat te accentueren, droeg ik daarbij ook nog witte voetbalkousen.
Voetbal is altijd een favoriete sport van mij geweest.
Hoe andere zogenaamde voetbalfans er tegenwoordig mee omgaan – de hooligans – is vaak walgelijk.
Deze hooligans zijn van die absolute mafkezen die alleen maar naar de velden gaan om hun lege ego een beetje valse inhoud te geven.
Dat doen ze door met grote bekken en gebruik van geweld anderen te intimideren.
Van dit volk worden we maar niet verlost. Dat komt mede doordat de meeste andere voetbalfans ook geen echte fans zijn maar snelle consumenten, die tussen alle andere vertier door in het weekend even snel naar het voetbalveld gaan en dan optimaal bevredigd willen worden met veel goals, veel
onrecht om zich daarover op te winden en met veel comfort om zich daarna naar de volgende activiteit te spoeden.
Maar die rotzooi trappers corrigeren, daarvoor is geen enthousiasme onder hen te vinden.
Als je vroeger op de tribunes van één van de genoemde verenigingen stond, dan bevond je je op één van de veiligste plekken van de stad.
Als jongere waakte je er wel voor om enige agressie te demonstreren, want er stonden direct legio volwassenen gereed om je een lel voor je harses te verkopen.
Agressieve jongeren worden evenmin meer gecorrigeerd omdat veel volwassenen zich nog ernstiger dan die jongeren misdragen. De situatie is dus hopeloos.
Een weekeinde voetbal in de jaren 50-60 van de vorige eeuw was de afronding en het hoogtepunt van bijna een hele week zelf actief voetballen.
Al voetballend opbouwen naar het weekeinde met als apotheose het bezoeken van een wedstrijd van je lokale club op zondagmiddag. Uiteraard niet eerder dan na het nuttigen van de warme maaltijd in familieverband, hetgeen bij ons thuis het enthousiasme wel wat deed temperen, maar ook weer niet zo heftig zoals dit vaak op vrijdag het geval was.
Op zondag stond er rond het middaguur meestal spruitjes met draadjesvlees op het menu, ook niet echt een maaltijd
waardoor de speekselklieren lekker op gang kwamen.
In die tijd dat Velox aan de Koningweg of DOS in Galgenwaard een thuiswedstrijd speelde, vulden een enorme massa mensen te voet de wegen naar het voetbalveld dan wel naar het stadion.
Voor Velox begon die drukte reeds in de buurt van het Ledig Erf. De Gansstraat en de Koningsweg liepen dan vervolgens vol en de toeschouwers schaarden zich uiteindelijk in een gezellige atmosfeer rond het veld.
Gedurende een wedstrijd werd er wel eens een zogeheten “koekie” uitgedeeld, maar zelden een trap van de categorie doods- of WAO-schop, zoals je die tegenwoordig regelmatig ziet.
Sissy-achtig duiken of van die zuigeling-gerelateerde showtjes bij de cornervlag waren toen al helemaal uit den boze. De mannen op het veld voelden zich gewoonweg te stoer voor zulk mietjes gedrag.
Als de wedstrijd gestreden was, dan verzamelden vele supporters zich in de kantine en werd er tezamen met de spelers nog een biertje gedronken en nagekaart.
Een deel van de huiswaarts kerende meute, spoedde zich na de wedstrijd eerst naar een sigarenzaak in de Twijnstraat. Rond een uur of vijf ‘s middags verscheen aldaar in de etalage tussen de tabaksartikelen de sigarenboer.
Deze sigarenboer, staande voor een groot schoolbord, met een stuk krijt in de hand, begon dan de uitslagen van alle voetbalwedstrijden uit te schrijven op het bord, hetgeen buiten afwisselend met gejuich of met boegeroep werd ontvangen.
Aan de hand van de gepresenteerde uitslagen kon eenieder, heet van de pers, zijn totoformulier even checken, nog voor dat de uitslagen via de radio werden omgeroepen. Dat was pas echt voetbal beleving.
Later, toen The Beatles en The Rolling Stones hun intrede deden, was ik geruime tijd van het voetballen af en was ik direct van de partij om mijn haren lang te laten groeien.
Dat waren toen mijn nieuwe grote idolen.
Eerst zocht ik bij de nieuwe haardracht passende kleding bij elkaar in de stijl van The Beatles en later, toen ik The Stones toch meer waardeerde, een wat ruigere outlook.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/