Aflevering 9: Een elektrische open haard

EEN ELEKTRISCHE OPEN HAARD
Geschreven door Bert Plomp

Wie dit verhaal tot zover heeft gelezen, vraagt zich wellicht af waarom ik zo lang naar zo’n inferieure camping bleef terugkomen.
Het antwoord is dat ik over een groot deel van mijn jeugd heel leuke herinneringen bewaar aan Het Grote Bos. Ondanks alle ondervonden kleinzieligheden. Misschien juist wel dankzij de benepen opstelling van opeenvolgende campingbeheerders.

Al jaren werd het moeilijker iets van de mooie sfeer van weleer terug te vinden.
Waar ooit ons met veel zorg aangelegde badmintonveldje lag, groeien al jaren bosvreemde struiken. Daar breek je nu je nek over rijen lelijke sleurwagens.
Er is geen spoor van zand meer te bekennen, waar ooit een prachtige zandvlakte lag. Waar het zand een oase van licht vormde in het donkere, omringende bos.
De zandvlakte heeft plaats gemaakt voor grasveldjes. Voor het huisvesten van nog meer caravans.

Sleurwagens alom. Ook op mijn favoriete meisjeskamp.
Op het plekje waar Joan haar tentje in de zestiger jaren opzette en ik met haar menig amoureuze nacht doorbracht, daar is absoluut niets meer terug te vinden om die mooie herinneringen weer tot leven te roepen.
De hele zomer wordt er nu, avond aan avond, tot diep in de nacht gebarbecued. Met veel herrie, wolken vette rook en immens grote porties vlees.
Na afloop van zo’n schranspartij wordt er vervolgens knus plaatsgenomen rond een buiten opgestelde, elektrische open haard.
Daar zit men dan dromerig te staren naar fladderende, verlichte stukjes doek, welke nep vlammetjes door een kleine ingebouwde ventilator in beweging worden gezet.
Kleine kindjes kunnen zich aan de haard niet branden want hij geeft geen warmte af. Desondanks zit het hele gezelschap dicht rond deze koude warmtebron.
Nog droeviger is het gesteld wanneer de schare zich buiten rond een tv heeft genesteld. Rond een kijkbuis met daarop het beeld van een knappend haardvuur. Tja, gezelligheid kent tegenwoordig geen grenzen.
In de tijd dat barbecueën een volstrekt onbekend fenomeen was, draaide mijn moeder balletjes gehakt en liet ze uren sudderen op een walmend petroleumstelletje in de tent. Het eindresultaat was een pannetje vol vette jus, waarin voor ieder gezinslid welgeteld een balletje dreef, dat doorgaans meer beschuitkruim dan vlees bevatte.
Iedere dag vlees eten was toen een ongekende luxe en er werden bovendien maar bescheiden porties geconsumeerd.

Wat ben ik blij dat ik de tijd van de kampvuurkuil nog heb gekend. Met in het midden een groot, heerlijk ruikend, knetterend en spetterend vuur. Waar je je in het donker nog wat dichter tegen je vriendinnetje aandrukte. Waar je luisterde naar spannende verhalen van Edgar Allan Poe, voorgedragen door ene Bakker.
Om zijn relaas nog spannender te maken, hield deze verteller tijdens zijn voordracht een brandende zaklantaarn onder zijn kin.
Op de plek waar Bakker eens zijn verhaal deed, staan nu ook caravans. De kuil is dichtgegooid en bedekt met een strakke grasmat.

Waar Rijks, de man van het eerste uur, ooit als een deus ex machina uit een helikopter op het sportveld plofte, zou hij nu, gestoken in zijn zware paardrijkleding, verzuipen.
Op die plek klotst heden het water van een zwembad. Het al lang bestaande, prachtige natuurbad Woestduin in Doorn is voor een moderne vakantieganger te ver weg gelegen.
Een mooie boswandeling maken van een paar kilometer naar dit Doornse zwemparadijs, is van een jong gezinnetje ook wel veel gevraagd. Al helemaal als er onderweg ook nog een emmertje bosbessen geplukt moet worden.
Dan toch maar liever naar het eigen zwembad en daarna lekker apenkooien.
Wat ooit gold als de heilige tempel van de gemeenschap op de camping: het openluchttheater, is vandaag de dag een grote apenkooi. Hier kun je nu op duizend en een manieren je nek komen breken.
Dat is nog eens andere koek dan dynamisch rusten in het licht van de bijbel.

Het bos is eigenlijk ook al lang geen bos meer. Meer dan de helft van het woud is gekapt. Geveld om meer en meer plaats te bieden aan sleurkarren en muf riekende verhuurhuisjes.
Zomers zie je er ook zo goed als geen tent meer staan. Een tent, met zo’n lekker geurende, brandende stormlantaarn aan de tentstok.

Sinds een aantal jaren heeft de emancipatie eveneens op Het Grote Bos toegeslagen. Een vrouw zwaait er nu de scepter.
Misschien is het wel zo’n blonde, atletisch gebouwde vrouw van Germaanse komaf. Misschien doet ze zomers in het donker wel haar rondjes over de camping met een zweepje in haar rechterhand.
Ik moet er toch weer eens gaan kijken.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/