Aflevering 2: Op weg naar Zandvoort

OP WEG NAAR ZANDVOORT
Geschreven door Bert Plomp

Het gebeurde tijdens een zaterdagdienst in de zomer. Het was broeierig warm. Mijn dienst voor die morgen bestond onder meer uit het laden van een partij postzakken in de intercity met eindbestemming Zandvoort aan Zee. De lading was gelukkig een makkie. De zakken bevatten geen loodzware zending tijdschriften, maar waren gevuld met wollen kleding of iets dergelijks. De inhoud voelde namelijk heel zacht aan.
Met mijn aanhanger stond ik aan de noordzijde van perron 5A opgesteld. Net buiten het bereik van de overkapping en volop in de zon. In afwachting van de trein, nam ik plaats op de aanhanger tussen de postzakken. De intercity zou een kwartier later arriveren dan mijn plankje aangaf. Om 09:40 om precies te zijn.
Ik vlijde mij languit tussen de zakken en liet mijn hoofd rusten op één ervan. Ik voelde dat mijn lichaam zich langzaam ontspande. Sinds 06:00 uur die morgen was ik al fysiek fors in de weer geweest.
Iets later dan de herziene aankomsttijd arriveerde de trein uit het ‘verre’ Maastricht.
Hoe is het toch mogelijk, dat de treinen zelden op tijd rijden in een klein landje als het onze, vroeg ik me af. Een landje dat vrijwel nooit geteisterd wordt door extreem weer en waar de afstanden minimaal zijn. Vanuit het centrum van het land, vanuit het kloppend hart der lage landen, is de grootste afstand die je met het spoor binnen onze grenzen kunt afleggen, nauwelijks meer dan tweehonderd kilometer.
Als je, slingerend tussen de Oostenrijkse Alpen, vanuit Zell Am See naar Wenen reist en je met de ÖBB een afstand van vierhonderd kilometer moet overbruggen, dan ben je pakweg vier uur onderweg. Zelfs hartje winter, onder Siberische omstandigheden, sporend tussen meters hoge sneeuwallen, arriveer je op de minuut nauwkeurig in de hoofdstad van Oostenrijk.

Ontspannen wachtend op het moment, dat de postwagon voor mijn neus tot stilstand zou komen, zag ik haar plotseling verschijnen. Zag ik het begeerlijke meisje, dat ik al een aantal keren eerder tussen de reizigers had opgemerkt. Toen nam ze op dezelfde tijd en op hetzelfde perron de trein richting Zandvoort aan Zee. Ook ditmaal raakte ik behoorlijk opgewonden van de verleidelijke glimlach die ze mij toezond. Haar glimlach en hoe ik me haar in badkleding voorstelde, brachten mij op het idee om dit fraai gevormde, onbekende meisje naar het strand te vergezellen. Het was gewoonweg een onweerstaanbare combinatie.
De situatie vereiste echter een snelle beslissing, want de intercity stond op het punt te vertrekken. Omdat ik op die leeftijd redelijk avontuurlijk was ingesteld, was het pleit gauw beslecht.
Zonder enige bagage en uitsluitend in jeans en een wit T-shirtje gehuld, sprong ik op de drukbezette trein. Terwijl de trein met een schok in beweging kwam, ging ik spoorslags op zoek naar het meisje.
Spoedig trof ik haar aan op één van de balkons van de trein. Zeer bevallig achteroverleunend, vond zij daar steun tegen een wand.
Het was maar goed dat de trein inmiddels vaart had gemaakt en er verkoelende lucht door de open raampjes het balkon binnenstroomde. Het meisje zag er namelijk nog verleidelijker uit dan toen onze blikken elkaar kruisten op het perron.
Onderweg naar Zandvoort vertelde ze mij dat ze Wieky heette. Dat ze in Harmelen woonde aan de Breudijk, alwaar haar ouders een boerenbedrijf runden. Zij had net haar Havodiploma gehaald en verrichtte op het ogenblik wat hand en spandiensten op de boerderij. Haar hobby was kunstschilderen en vandaag was ze vrij. Net als op andere, zomerse zaterdagen, was ze op weg naar het strand.

Wieky was typisch zo’n verrukkelijk, blond, Hollands meisje. Een meisje zoals je tegenwoordig wel ziet in de Milner-reclames. Onweerstaanbaar mooi dus.
Ik vertelde haar, dat ik zojuist een veelbelovende carrière bij de PTT voor haar had opgegeven, om haar naar het strand te kunnen vergezellen. Wieky was enigszins van slag door die mededeling. Het idee dat iemand zo’n offer voor haar had gebracht. Ik zag dat haar ogen vochtig glansden.
Om te voorkomen dat mijn opoffering haar stemming te veel zou drukken, relativeerde ik mijn beslissing enigszins.
Toen we verdere informatie met elkaar uitwisselden, liet Wieky mij weten, dat de naam Plomp haar zeer bekend voor kwam. Dat niet ver van de Breudijk, aan de Gerverskop, ene Jan Plomp in de 15de eeuw woonachtig was. Deze Jan was in zijn dagen ‘Schout’ en had een eigen familiewapen. Hij zal dus wel ‘Schout bij Nacht’ zijn geweest en overdag iets anders, dacht ik.
Daarop inhakend, vertrouwde ik haar toe, dat ik vrijwel zeker een afstammeling was van deze beroemde man. Maar ik voegde daar ogenblikkelijk aan toe, dat ik me daar niet op wilde laten voorstaan.
Ik merkte dat Wieky zeer ingenomen was met mijn bescheidenheid en dat ik haar al half had veroverd.

WORDT VERVOLGD

Voor alle afleveringen klik op: Met Wieky tussen de postzakken

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/