Aflevering 3: De kers op de taart

 

DE KERS OP DE TAART

Nog even door Nederland verder struinend, moet ik nog even iets kwijt over dagblad “De Telegraaf”. Vroeger las ik die krant altijd met plezier, vooral de zaterdageditie. Gewoon een simpele krant met vaak wat overdreven verhalen – zoals dit verhaal – en met vette koppen, zodat je snel wist wat te lezen en wat over te slaan. Hier in Ierland ben ik aangewezen op de internetuitgave van deze krant. Wat me opvalt is dat de Telegraaf zo langzamerhand niets beters meer te melden heeft dan ons dagelijks het wel en wee van Geer en Goor, Patricia Paay, Sylvia Meijs, Sabia Engizek en van meer van die volstrekt oninteressante types, voor te schotelen. Het getuigt niet van veel respect voor de Telegraaf-lezer, al die kulverhalen onder de aandacht te brengen. Maar ze zullen het allemaal wel goed uitgezocht hebben. Trouwens als je de redactie van de Telegraaf eens een beetje scherpe reactie op een artikel toestuurt, dan kun je er zeker van zijn dat die niet geplaatst wordt, terwijl er in die krant dus wel alle ruimte is voor die onzin van Geer en Goor: twee lachende lege hulzen. Die twee zijn niet in staat een hele zin Nederlands uit te spreken – wat kun je anders verwachten van zulke grapjurken – of ze moeten weer onbedaarlijk hard en vooral spontaan lachen om zichzelf. Het hinderlijke gelach dat je op de achtergrond in zo’n goedkope Amerikaanse comedy bij ieder uitgesproken woord hoort, komt veel echter over. Die mannen lachen om alles wat ze over en weer uitkramen, zonder dat er echt iets humoristisch gezegd wordt. Als je het moet geloven, zijn ze heel populair in Nederland. Toch heb ik die Geer een keer leuk uit de hoek zien komen. Hij is toch degene met die verblindend witte tanden in die DentaStix reclame van Pedigree? Als hij het niet is, dan lijkt hij er verdacht veel op.

Patricia Paay, een vrouw op leeftijd, die in een allerlaatste poging nog een erotische pose uit haar lijf probeert te persen, voordat ze, godzijdank, definitief achter de horizon verdwijnt. Wat moet dat mens toch wanhopig zijn. En wat moeten we toch met al dat gelul over Sylvia Meijs en Sabia Engizek. Wie is er nou geïnteresseerd in wie van die twee met wie onder de wol kruipt? Die Sylvia probeert trouwens altijd heel sexy, althans dat denkt zij, in de camera te gluren en daarbij tracht ze het toetje van een eend na te bootsen. Dat doet me weer denken aan een raadseltje dat de meesten wel kennen, het gaat als volgt: wanneer je twee foto’s naast elkaar legt, één van Sylvia en één van een eend, dan luidt de vraag: wat valt je nu op? Het antwoord luidt: de intelligente blik van de eend.

Door Sabia moet ik terugdenken aan dat Europees Kampioenschap Voetbal in Zwitserland en Oostenrijk, waarbij we zo flitsend van start gingen. Dat was ook het voetbaltoernooi waarbij we ineens al die spelersvrouwen met baby’s rond het team zagen hangen. Wat heeft die Marco van Basten, die ik overigens zeer respecteer, daar een paar kapitale fouten gemaakt. Vrouwen met baby’s horen natuurlijk niet thuis op het voetbalveld en al helemaal niet aanwezig te zijn tijdens de warming-up van een belangrijke wedstrijd zoals die tegen de Russen. Die vrouwen moet je met hun kroost buiten het stadion houden of ergens onzichtbaar in een skybox opsluiten. Als onze jongens voor en rond de wedstrijd daar met die baby’tjes in de weer zijn, dan verkeren ze tot halverwege de wedstrijd nog in een roze babywolk. Nou, dan zal je maar net moeten aantreden tegen een stel van die nietsontziende KGB-agenten. Hoe kun je dan ook nog een Boulahrouz opstellen, die net heel dramatisch nieuws aangaande een baby te verwerken heeft gehad. Dat is vragen om moeilijkheden. Dus zoals te verwachten was, spelen die gemene nietsontziende KGB-agenten alles over Boulahrouz en we verliezen kansloos van een verder middelmatig elftal. Onze Marco was kennelijk een wijze les van zijn oude leermeester vergeten: “Voetbal is oorlog”.

Sprekende over die hele babycultuur binnen de voetbalsport, wat is het toch een walgelijk gezicht die volwassen mannen die net gescoord hebben en die zich dan ergens bij de cornervlag opstellen en met hun armen van die bewegingen maken alsof ze iets aan het wiegen zijn. Nog erger is het als ze dan, als een zuigeling, met een duim in hun mond in de camera blikken. Dat ik er zo op afgeef zal wel komen – voordat een deskundige dat opmerkt – omdat ik als baby’tje te weinig aandacht heb gehad.

Als we Lubbers en Van Acht toch al zouden kunnen wegzenden naar het rijk der Mastodonten, dan pleit ik er sterk voor Geer en Goor en natuurlijk ook Patricia Paay, eveneens met een enkele reis op die trein te zetten. Dan heeft die Lubbers onderweg ook nog iets om in te knijpen. La Paay zal dat zeker kunnen appreciëren en anders Geer en Goor wel. “Opgeruimd staat netjes” zou mijn moeder zeggen.

Om toch nog even op mijn verjaardag terug te komen: daar deden we bij ons thuis niets aan. Vandaar dat ik wat langer bij belangrijkere onderwerpen ben blijven stilstaan. Verjaardagen bij mijn ouders thuis, althans waar het de kinderen betrof, stelden absoluut niets voor. Uitsluitend de verjaardagen van mijn ouders werden in die zin gevierd, dat er ‘s avonds een huis vol visite zat en dat er van alles en nog wat aan hapjes waren bereid. Vooral de verjaardag van mijn moeder werd groots, althans naar de maatstaven van die dagen, gevierd. Dat waren ook wel gezellige bijeenkomsten met zo’n grote achterban: zij was namelijk afkomstig uit een gezin van 16 kinderen. Naast de gebruikelijke prikkertjes met kaas en in plakjes ham gevatte augurken met wederom een prikkertje er doorheen, werden er bij de koffie gebakjes van de banketbakkersvakschool gepresenteerd. Deze gebakjes werden via bemiddeling van de oude Ter Steege, een oud-collega van mijn ouders uit de Leger des Heils periode, daags voor het feest ingeslagen. Menig verjaardag werd ik op mijn Tomos uitgezonden om de doos met gebak bij de bemiddelaar op te halen. Dat mijn ouders voor deze vorm van traktatie kozen was gelegen in het feit dat gebakjes bereid door een banketbakker in opleiding natuurlijk niet de kwaliteit hadden van die van een professionele banketbakker en dus aanmerkelijk goedkoper waren af te nemen. Dat de heer Ter Steege hierin gemengd werd, althans in de bestelling, was om de simpele reden dat de Banketbakkersvakschool in kwestie vlak bij hem om de hoek van de Andreasstraat in Utrecht gevestigd was. Bij het afhalen van de gebakjes werd de doos natuurlijk eerst nog even geopend opdat ik kon vaststellen dat de inhoud in overeenstemming was met de door mijn ouders gedane bestelling. De oude Ter Steege had echter – zomer en winter – last van een loopneus en bij de controle van de bestelling kwam het nog weleens voor dat één of meerdere druppels uit zijn reukorgaan op de overheerlijke gebakjes vielen. Bij de koffie ‘s avonds had ik nog duidelijk op het netvlies staan welk gebakje ik wél kon kiezen en welk ik aan de keuze van anderen moest overlaten.

Terug naar mijn verjaardag. Zoals ik al meldde, werd mijn verjaardag niet gevierd. Om de simpele reden dat die samenviel en nog steeds samenvalt met Nieuwjaarsdag en wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Deze dag stond in mijn jeugd voornamelijk in het teken van de Heijgen-familiebijeenkomst bij de gelijknamige opa en oma thuis. Wakker wordend op de morgen van mijn verjaardag, was er geen enkele reden om met spanning uit te zien naar het moment dat ik het gehele gezin, trappelend van ongeduld wachtend op het moment dat ik als jarige het verkoos om in hun midden te verschijnen, tegemoet zou treden om vervolgens overladen te worden met hun felicitaties en cadeaus. Niets van dat. Het best haalbare was een handdruk met de toevoeging “gefeliciteerd”. Vaak vond dat ook niet eens plaats omdat men op het moment dat de klok op oudejaarsavond twaalf sloeg, mij in één moeite door al had gefeliciteerd en “Nieuwjaar” gewenst.

Een echt cadeau uit die tijd kan ik me ook niet herinneren, behalve dan een zilveren rijksdaalder voor de spaarpot. Theo, Charles en Saskia werden overigens niet veel beter bedeeld in dit opzicht, maar hun verjaardagen werden tenminste niet om andere redenen helemaal tot niets gereduceerd. Maar “ieder nadeel heeft z’n voordeel” om met een bekende filosoof te spreken. Zodra alle plichtplegingen aangaande mijn verjaardag waren afgewikkeld – die namen dus niet veel tijd in beslag -, spoedde ons gezin zich richting Nicolaasdwarsstraat voor de grote “Heijgen-Nieuwjaarviering”. Het voordeel school ‘m hierin dat de hele familie aldaar verzameld was en dan spraken we al gauw over 40 tot 50 feestgangers. In dit omvangrijke gezelschap van ooms, tantes, neven, nichten en natuurlijk opa en oma Heijgen, was mijn moeder niet te beroerd er even op te wijzen dat het vandaag tevens mijn verjaardag was. Hierop werd ik steevast uitgenodigd om met de pet rond te gaan, wat weer het nodige goed maakte. Daarnaast werd het meestal toch nog een leuke dag omdat opa en oma de beschikking hadden over een gymnastieklokaal van een school, waarvan opa, na zijn spoorwegpensionering, conciërge was geworden. Dit gymnastieklokaal grensde direct aan hun huis aan de Nicolaasdwarsstraat. Terwijl de ooms en tantes van hun Nieuwjaarsborrel genoten, hadden de kinderen de tijd van hun leven aan de slingertouwen, op de springplanken en in de wandrekken. Kortom mijn verjaardag was zo beroerd nog niet, maar de viering had niets weg van wat ik bij vriendjes weleens bespeurd had. Op hun verjaardagen stonden ze vanaf het moment dat ze opstonden tot het moment dat ze weer onder de wol werden gestopt in het middelpunt van de belangstelling en konden ze bovendien geen enkel kwaad doen.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/