Aflevering 5: Caribisch en toch Nederlandsch

CARIBISCH EN TOCH NEDERLANDSCH
Geschreven door Bert Plomp

Het bezoek aan de andere eilanden was eigenlijk meer van hetzelfde.
Curacao was wel een stuk leuker. Vooral Willemstad was de moeite waard en de ontmoeting met een nicht van Cynthia, die daar woont.
Uiteindelijk was Bonaire een eiland dat aan mijn verwachtingen voldeed. Opvallend genoeg vanwege een Nederlandse enclave, waar we de hele dag doorbrachten. Dit terrein, direct aan zee, bevatte een typisch Hollands strandpaviljoen met dito restaurant met hapjes van thuis, gelegen op een Caribisch hagelwit strand.
Terug op het schip was er altijd wel een hoekje te vinden waar je je even kon terugtrekken, om even lekker te lezen. Het volk zat dan te schranzen of te zonnen in het bloedhete, met glas overdekte, zwembad. Het buitenbad, in de open lucht, werd vreemd genoeg niet zo druk bezocht, terwijl je daar echt bruin kon bakken en er tropische temperaturen heersten.
Helaas duurde het nooit lang of er kwam weer een groepje Amerikanen het hoekje omzetten. Dan sloot ik mijn boek maar weer en ging naar de bar om met de kaart van het drankenarrangement in mijn hand de zoveelste “pina colada” te bestellen. Het is schier onmogelijk een boek te lezen wanneer een stel mensen zo luid van zich af staat te brallen.
Aan boord werd ik ook regelmatig lastig gevallen door een Amerikaanse dame die werkelijk alle uithoeken van de wereld had bereisd. Zij wilde mij met alle geweld deelgenoot laten worden van haar reiservaringen. Ik had de stellige indruk dat al haar bezoekjes nooit meer tijd in beslag namen dan een uurtje. Zij sprak er echter met een autoriteit over alsof ze een was geworden met de plaatselijke bevolking en cultuur.
Ik kon daar slechts tegenover stellen dat ik ook heel veel plaatsen had aan gedaan. Soms als tussenstop op weg naar een verder gelegen bestemming. Meestal verbleef ik op het eindpunt maar een paar dagen voor vergaderingen en restte er slechts een klein beetje tijd voor culturele zaken. Ik liet haar weten dat ik het veel leuker vond ergens in den vreemde een band met mensen op te bouwen, vrienden te maken. Zoiets vergt tijd. Daarom ga ik liever ieder jaar terug naar plaatsen als Zell am See in Oostenrijk en Mirtos op Kreta om vrienden te treffen en te genieten van de lokale cultuur.
De echtgenoot van de bereisde dame zag het allemaal met lede ogen aan dat zijn vrouw de godganse avond met mij zat te lullen. Hoewel ik het evenmin zo zag zitten, was ik teveel een gentleman om hem van die gedachte deelgenoot te maken.
Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik ook zelden belangstelling van andere mannen in mijn vrouw kan waarderen. Meestal begin ik dan vervelende opmerkingen te maken.
In Ierland, thuis aan de kust, ontmoet ik ook regelmatig mensen uit “the states”. Het zijn doorgaans Amerikanen die daar een vakantiehuis hebben of daar logeren.
Het komt nog weleens voor dat ik naar beneden loop, naar het zee-weggetje, om de brievenbus te legen en daar plotseling vanuit de zeemist zo’n Amerikaan opdoemt. Voordat je er erg in hebt, vraagt zo’n grapjurk je op de man af wat je doet voor de kost.
Dat is een soort vraag die volledig voorbijgaat aan de Ierse omgangsvormen.
Nog voordat hij je weer met rust laat, vraagt hij je ook nog eens wat je verdient.
Tja Amerikanen, het is niet mijn favoriete volk, maar ze hebben ons wel bevrijd.
Trouwens, ter geruststelling, ik ben ook niet erg gecharmeerd van Nederlanders. Ik ben trouwens zelf ook een heel lastige vent, mijn leven lang al geweest.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/