Aflevering 4: Het duinpannetje

HET DUINPANNETJE
Geschreven door Bert Plomp

Wieky trok weer mijn volle aandacht met haar opmerking, dat we het beoogde plekje naderden. Het was niet op het strand zelf gelegen, maar ergens tussen de duinen en volledig aan het oog onttrokken. Hooguit zichtbaar vanuit de lucht.
Toen we door het rulle zand omhooggeklommen waren en vervolgens waren afgedaald naar een duinpannetje, vlijden we ons neer in het aangenaam warme zand. We hadden het idee alleen op de wereld te zijn en toch vanuit het heelal bespied te worden.
Wieky opende haar badtas en spreidde een lichtblauw badlaken uit op het zand. Thans werd ik niet langer afgeleid door hinderlijke gedachtes. De spanning was inmiddels zo hoog opgelopen, dat ik aan niets anders meer kon denken dan aan haar bekoorlijkheden. Deze werden thans nog bedekt door twee geringe stukjes textiel, maar spoedig niet meer.
Wieky nam nu plaats op het badlaken en, terwijl ik haar bewegingen ademloos volgde, ontdeed zij zich van haar laatste kleding. Voor mijn begerige ogen strekte zij zich vervolgens loom uit in de brandende zon.
Ik kon toen niets beters bedenken dan haar voorbeeld maar te volgen. In no time was ik ontkleed en lag mijn kleding, vermengd met haar slipje en behaatje, op een hoopje. ‘Noodzakelijkerwijs’ drukte ik me tegen haar naakte, hete lichaam aan. We konden namelijk maar net met z’n tweeën op dat ene laken plaats nemen, zonder in het zand te belanden.
Tot dan hadden we nog helemaal geen huid-op-huid contact gehad. Nu lagen we plots zij aan zij en voelden over de hele lengte elkanders naakte lijf. Het bracht een heel aangenaam gevoel in mijn verhitte lijf teweeg.

Toen ik naar de blauwe hemel staarde en me verheugde op de dingen die gingen komen, zag ik een vliegtuig laag overvliegen. Het toestel was op weg naar Schiphol. Een man, met een window seat, zou mogelijk ‘in een flits’ kunnen zien, dat wij beneden poedelnaakt tussen de duinen lagen. Van dat beeld zou hij mogelijk opgewonden kunnen raken. Maar ja, dacht ik, zo vlak voor Schiphol moet je toch erg op je hoede zijn. Je kunt toch niet met een flinke bobbel in je broek op de douane afstevenen. De grenscontroleur zou kunnen denken, dat je een wapen in je zak draagt of een handgranaat, zoals mij dat een keer in de USA is overkomen. Ik had toen voor een Amerikaanse relatie, een mooie kristallen bol meegebracht. Ik droeg die bol weliswaar niet in mijn broekzak, maar wel in mijn koffer. Het heeft me heel wat tijd gekost de USA binnen te komen. Zo’n kristallen bol bevat namelijk looddeeltjes, waarop bij een röntgencheck alle alarmbellen afgaan. Ook de grootte en de vorm van het presentje werkten niet echt mee.
De gedachte vanuit de lucht bespied te kunnen worden, prikkelde onze fantasie alleen maar extra. Geen enkele reden dus om ons in te houden.

Na enige tijd min of meer roerloos naast elkaar te hebben gelegen, wierp ik alle schroom van mij af. Ik keerde me op mijn zij om zo, zonder enige gêne, haar lichaam uitvoerig te kunnen bewonderen.
Mijn God, wat was zij prachtig geschapen. Met een almaar droger wordende mond, volgde ik minutieus haar welvingen en rondingen. Ik dacht: “Wat zijn vrouwen toch veel mooiere wezens dan mannen.”
Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar in het algemeen zijn vrouwen toch veel mooier geschapen dan mannen. Hun karakteristieke lichaamsdelen zijn ook veel appetijtelijker en hebben meer te bieden. Daarmee kunnen zij zich ook nog eens, verkerend in een opgewonden toestand, zonder veel gêne in het openbaar vertonen.
Hoe andere mannen daarover denken, kan ik slechts raden. Maar ik vind het toch knap gênant om, buiten de intieme sfeer van de eigen slaapkamer, geconfronteerd te worden met een overeind staand lid. Ook al is dat veilig opgeborgen in mijn pantalon.
Deze gêne komt waarschijnlijk voort uit mijn pubertijd. Uit de tijd, dat mijn vader besloot zelf pantalons te maken voor zijn jongens. Pantalons met gulpen, die nooit voor een schoonheidsprijs in aanmerking kwamen en altijd bol stonden.

In mijn loopbaan heb ik regelmatig presentaties gegeven. Het kwam daarbij nogal eens voor, terwijl ik nog tussen de andere toehoorders zat, dat mijn vaste levensgezel begon op te spelen. Niet omdat ik seksueel geprikkeld was, maar omdat mijn vriend uit eigen beweging daartoe besloot. Opgewonden of niet, soms gaan zwellichaampjes spontaan aan de slag.
Tijdens zo’n ongevraagde actie liep ik het gevaar, dat ik een volstrekt misplaatst signaal afgaf aan mijn omgeving. Daar was ik altijd erg benauwd voor.
Als ik onder zulke omstandigheden een paar minuten later moest optreden en ‘in het licht van de schijnwerpers’ kwam te staan, brak er bij mij paniek uit. Ik moest dan alles in het werk stellen om mijn geslacht zo snel mogelijk te kalmeren. Dat deed ik om te beginnen door de positie van mijn onderlijf zodanig te wijzigen, dat ik niet direct al door de mand viel. Oftewel, benen over elkaar. Als ik aan een vergadertafel zat, dan ging ik languit onderuit zitten en concentreerde mijn gedachten op iets afschuwelijks. Op de nieuwslezeres van de Noord-Koreaanse staatstelevisie, die met geweld schelvis met veel graat en mosterdsaus in mijn strot zat te proppen.
Het viel mij destijds trouwens op, dat het zelden vrouwen waren die tijdens een lange vergadering op een gegeven moment languit onderuit gingen zitten.
Gelukkig lukte het mij toen immer, op deze wijze net op tijd weer representatief te zijn.

WORDT VERVOLGD

Voor alle afleveringen klik op: Met Wieky tussen de postzakken

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/