Aflevering 1: De boekenlegger

DE BOEKENLEGGER
Geschreven door Bert Plomp

Vroeger, thuis bij mijn ouders, maakte ik deel uit van een godvrezend gezinnetje. Het godvrezende hield echter niet al te lang stand. Toen ik een jaar of 13 was, had ik “het vrezen met grote vreze” wel achter me gelaten. Voordien gedroeg mijn vader zich altijd als een huisdominee. Hij vond het bijvoorbeeld nodig om dagelijks, voorafgaande aan het warme middagmaal, een van zijn favoriete tekstjes uit de Heilige Schrift voor te dragen.
Hij deed dat steevast met een tamelijk uitgestreken smoel, hetgeen mij toen al prikkelde om daartegen in opstand te komen. Te zoeken naar mogelijkheden om hem onderuit te halen. Hem van zijn schijnheiligheid af te helpen.

Het citeren uit de bijbel deed mijn vader niet om zijn tafelgenoten enigszins te verstrooien, voorafgaande aan het eten. Om de eters wat ontspanning te bieden voordat zij zouden aanvallen. Dat deed hij puur uit stichtelijke overwegingen. Om zijn kinderen klaar te stomen voor toetreding tot de Nederlandse Hervormde Kerk.
Hij keek verlangend uit naar de dag dat zijn jongens en meisje, heel devoot en gedisciplineerd de gang zouden maken naar de doopvont. Naar het moment dat de dominee een plens water over hun eigenwijze koppies zou smijten en daarbij de woorden zou uitspreken “Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”. Hierna zouden ze voor eens en voor altijd onderdanig zijn aan de Heer en zijn Nederlandse Hervormde Kerk.
Het zou me niks verbazen indien hij toen van dat beeld ’s nachts regelmatig een natte droom kreeg.

Het was me meer dan eens opgevallen dat vaderlief moeite had de bladzijde terug te vinden, die hij het laatst had voorgedragen. Nadat hij zijn vrome preekje had beëindigd, sloeg hij gewoonlijk het heilige boek met een ferme knal dicht. Het leek wel of hij met die klap zijn zojuist uitgesproken woorden nog eens extra kracht wilde bijzetten. Het lag meer dan eens op mijn lippen te zeggen dat hij wat meer respect moest tonen voor de Heilige Schrift.

Toen ik hem op een dag opperde, in het vervolg een ezelsoor in de laatst gebezigde pagina te maken, beloonde hij die goedbedoelde suggestie onmiddellijk met een draai om mijn oren.
Om mijn foutje goed te maken, heb ik toen een boekenlegger voor mijn vader gemaakt.
Op school had ik bij het vak handenarbeid geleerd hoe te borduren. Met wat gekleurde draden en een stukje katoenen borduurstof heb ik aansluitend op een vrije middag een fraaie boekenlegger geproduceerd.
Rekening houdend met het heilige karakter van het boek, waarin mijn kunstzinnige schepping tot haar recht moest komen, had ik bovendien een bij de gelegenheid passende tekst in de bladwijzer geborduurd.
Gespannen keek ik uit naar het moment dat mijn vader de Heilige Schrift weer tevoorschijn zou trekken en openslaan. Ik weet nog goed dat het op een vrijdag was. Normaal een dag waarop ik de middagmaaltijd probeerde te omzeilen. Een dag waarop moederlief steevast haar gezinnetje “vertroetelde” met schelvis met mosterdsaus. Een maaltijd die mijn spijsvertering immer voor problemen plaatste. Veelal culminerend in de noodzaak tot uitbraken van de gehele lekkernij.
Doch ditmaal, vanwege de bijzondere omstandigheden, wilde ik per se van de partij zijn. Dus nam ik de schelvis voor lief. Ik wilde koste wat het kost getuige zijn van het verschijnen van die gelukzalige expressie op mijn vaders gelaat, zodra hij mijn bijzondere creatie had aanschouwd.
Toen mijn vader bijna vanzelf de bijbel opensloeg op de laatst voorgedragen bladzijde, trof hij daar mijn presentje aan.
Nadat hij kennis had genomen van de vrome, geborduurde tekst: “En de Heere zeide tot zijn discipelen, ik neem de fiets, gaan jullie maar stiefelen.”, kreeg de man bijna een rolberoerte.
Niet alleen mijn vader, ook mijn moeder ontstak in grote woede. Als straf werd ik terstond met een lege maag terug naar school gezonden.

Ik had in mijn jeugd sowieso een tamelijk ongelukkige hand van cadeautjes geven. Doorgaans was die hand simpelweg leeg omdat ik de financiële middelen ontbeerde om aan cadeautjes te doen.
Echter, het was een paar jaar na de boekenlegger, dat ik met mijn eerste, zuur verdiende centjes, mijn moeder eens dacht te verrassen.
Ter gelegenheid van Moederdag had ik bij een zaak in huishoudelijke artikelen een splinternieuwe hoes voor haar strijkplank gekocht.
Ook dit cadeau werd merkwaardigerwijs niet op prijs gesteld. Ik werd nota bene bijna met de bloemetjeshoes opgeknoopt.
Ik begreep er absoluut niets van. Ik had juist van mijn moeder geleerd, recent nog met Sinterklaas, dat als ik wat kreeg, ik ook tevreden moest zijn met een nuttig cadeautje.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/