Geboren op nieuwjaarsdag

GEBOREN OP NIEUWJAARSDAG
Geschreven door Bert Plomp

Een verjaardag vieren bij mijn ouders thuis, was vroeger een schertsvertoning. Als je, zoals ik, op nieuwjaarsdag je geboortedag vierde, was je helemaal de sjaak.
Uitsluitend verjaardagen van mijn ouders werden gevierd. In die zin, dat het huis ‘s avonds vol zat met visite en dat er wat te drinken en te smikkelen viel.
Vooral mijn moeders verjaardag werd groots gevierd. Althans, naar de maatstaven van die dagen.
Dat waren ook best gezellige vieringen met haar omvangrijke achterban. Mijn moeder was namelijk afkomstig uit een gezin van zestien kinderen.
Naast de gebruikelijke prikkertjes met kaas en augurkjes met een plakje boterhamworst eromheen gewikkeld, eveneens doorboord door een houten prikkertje, werden er bij de koffie gebakjes gepresenteerd.
Deze simpele gebakjes waren afkomstig van de banketbakkersvakschool. Via de bemiddeling van een oud-collega van mijn ouders uit hun Leger des Heils-tijd, werden deze lekkernijen bij de school aangekocht. De oud-collega heette Ter Steege. We noemden hem de Oude Ter Steege.
Dat mijn ouders voor deze traktatie kozen, was gelegen in het feit dat gebakjes, bereid door een bakker in opleiding, kwalitatief niet konden tippen aan die van een volleerde, ervaren banketbakker. De oefengebakjes waren deswege een stuk goedkoper. Aangezien er zich onder de verjaardagsvisite geen gastronomen van betekenis bevonden, was deze keuze snel gemaakt.

De Oude Ter Steege werd betrokken in de bestelling, omdat de bewuste school vlak bij zijn woninkje in de Andreasstraat gevestigd was. Daarenboven had hij een neus voor kwaliteit.
De oude man ving zijn belangrijke missie daags voor de verjaardag aan. Met een briefje op zak, vermeldende het aantal en de eis dat het gemengde gebakjes moesten zijn, toog hij naar de leerling-banketbakkers en plaatste daar de order.
De dag erop werd ik op mijn Tomos uitgezonden om de bestelling bij de bemiddelaar op te halen.
Bij het in ontvangst nemen van de gebakjes werd de doos natuurlijk eerst nog even geopend. Zo kon ik met eigen ogen controleren of de inhoud in overeenstemming was met de geplaatste order.
Zomer en winter had de Oude Ter Steege echter last van een loopneus. Terwijl hij de doos opende en instemmend knikte, aannemende dat ik zijn goedkeuring al knikkend zou overnemen, kwam het nog weleens voor dat er druppels uit zijn reukorgaan loskwamen en op de overheerlijke gebakjes vielen.
Bij de koffie ‘s avonds had ik nog duidelijk op mijn netvlies staan, welke gebakjes een tikkeltje hartigheid hadden meegekregen. Er bleef nooit een gebakje over.

Mijn verjaardag werd zo goed als niet gevierd. Eenvoudigweg omdat het  Nieuwjaarsdag was en wat het zwaarst was moest het zwaarst wegen.
De eerste dag van het jaar stond namelijk in het teken van de familiebijeenkomst bij mijn opa en oma thuis.
Wakker wordend op de morgen van mijn verjaardag, was er geen reden om met spanning naar iets uit te zien. Uit te kijken naar het moment, dat ik door het gehele gezin, trappelend van ongeduld, opgewacht zou worden. Naar het moment, dat ik overladen zou worden met felicitaties en cadeaus. Niets van dat alles.
Het hoogst haalbare was een handdruk met de toevoeging “gefeliciteerd”. Zelfs dat zat er veelal niet in. Ik had ’s nachts om twaalf uur immers al een hand gekregen. In die dagen vond men het overdreven om iemand meer dan een keer geluk te wensen met hetzelfde feit.

Een echt cadeau uit die tijd kan ik me niet herinneren. Wel een zilveren rijksdaalder voor de spaarpot.
Mijn broers en zuster werden overigens niet veel beter bedeeld. Maar hun verjaardag werd niet tot niets gereduceerd door het samenvallen van de dag met een feestdag.
Maar “ieder nadeel heeft z’n voordeel”, om met een bekende filosoof te spreken. Zodra de minimale jubileumverplichtingen waren afgerond, spoedde ons gezin zich naar de Nicolaasdwarsstraat voor de grote familieviering van het nieuwe  jaar.
Mijn voordeel was, dat de hele familie daar verzameld was. Dan was er al gauw sprake van zo’n vijftig feestgangers.
In dit omvangrijke gezelschap van grootouders, ooms, tantes, neven en nichten, was mijn moeder wel zo attent om even de aandacht op mij te vestigen. Er even fijntjes aan te herinneren dat het vandaag mijn verjaardag was.
Hierop werd ik steevast uitgenodigd om met de pet rond te gaan. Dat maakte veel goed. Mijn familie was eerder bereid mijn pet te vullen dan het collectezakje in de kerk.
De rest van de dag verliep ook altijd plezierig.
Terwijl de ouderen gezellig rookten en aan de advocaat en de boerenjongens zaten, konden de jongelui ravotten in het gymnastieklokaal, dat aan het huis verbonden was. Slingertouwen, springplanken, turntoestellen en wandrekken, alles was daar aanwezig om je overtollige energie te slijten.
Het gymnastieklokaal behoorde bij de school, waarvan mijn opa, na zijn pensionering bij de NS, conciërge was geworden.
Al met al was mijn verjaardag dus zo beroerd nog niet. Maar de viering had niets weg van wat ik bij vriendjes wel had meegemaakt. Zij stonden, vanaf het moment dat ze het bed verlieten tot het moment dat ze weer onder de wol werden gestopt, in het middelpunt van de belangstelling. Bovendien konden ze de hele dag geen kwaad doen.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/