Aflevering 3: De politie wordt ingeschakeld

DE POLITIE WORDT INGESCHAKELD
Geschreven door Bert Plomp

Bij mij in de buurt, in het Napoleonplantsoen, was ik een van de eerste jongens met lang haar. Dat maakte mijn ouders echt wanhopig. Wat zullen de buren daar wel niet van denken, dachten zij. Jongens met lang haar werden immers gezien als raddraaiers, als ondermijners van het gezag. Langharig tuig dat de samenleving provoceert.
Mijn ouders hadden er alles voor over om mij weer op het rechte spoor te krijgen, in het christelijke gareel derhalve. Te beginnen met het kortknippen van die afschuwelijke, lange lokken.
Wat ze ook uithaalden en voor rare fratsen verzonnen, het was allemaal tevergeefs.
Mij en mijn broer Charles ertoe brengen de kapper te bezoeken, was allang een gepasseerd station. Het mankeerde mijn ouders gewoon aan gezag omdat van ons gedaan te krijgen.

In een laatste alles of niets poging, gingen mijn ouders er eens toe over de politie in te schakelen.
In het trappenhuis van onze flat woonde een hoofdagent van politie met zijn gezin.
Met deze agent was mijn vader bevriend. Of die vriendschap wederzijds werd ervaren, betwijfel ik. Mijn vader probeerde bij die man altijd een wit voetje te halen omdat het een gezagsdrager was. Mijn vader had ook het idee dat zijn buurman een soort zielsverwant was. De buurman was politieagent, mijn vader verzekeringsagent.
Hoe het ook zij, mijn vader had het voor elkaar gebokst dat de hoofdagent twee collega’s liet opdraven om Charles en mij voor een flinke knipbeurt bij de dichtstbijzijnde kapper af te leveren.
De gedwongen knippartij werd geacht plaats te hebben bij kapsalon “Van de Vaart” aan de Rubenslaan, vlakbij het stadion.
Toen mijn jongere broer en ik op een woensdag aan het begin van de middag nietsvermoedend uit school thuis kwamen, met het voornemen op een plezierige wijze de vrije middag door te brengen, werden we daar opgewacht door twee smerissen. Het scheelde niet veel of we werden geboeid afgevoerd richting Rubenslaan. De twee agenten, gezeten op een dienstfiets, dreven Charles en mij naar de kapper toe.
Mijn vader en moeder sloegen met een tevreden glimlach op hun gezicht de gebeurtenissen vanaf het balkon gade. Eerst, nadat het kwartet over de Prinsenbrug over de Kromme Rijn uit het zicht verdwenen was, verlieten zij tevreden het balkon om binnen de resultaten van hun snode campagne af te wachten.
Toen Charles en ik bij de kapper binnengeloodst waren, vonden de dienders dat hun missie wel volbracht was. Ze gingen er kennelijk vanuit dat mijn broer en ik zodanig onder de indruk waren van de geüniformeerde inzet, dat Van der Vaart het in zijn eentje verder wel afkon.
Dat liep even anders.
Na binnenkomst schudde ik de kapper de hand en liet hem het prentje met de afbeelding van Onze Lieve Heer zien. Dat prentje had ik altijd paraat in mijn kontzak.
Toen ik Van der Vaart informeerde dat ik een OLH-kapsel nastreefde, antwoordde de altijd vriendelijke man: “Kom over een jaar maar eens terug, dan kijken we wel weer verder”.

De schoonzoon van Van der Vaart ontmoette ik dertig jaar later op een congres. Met hem heb ik vroeger een paar jaar op dezelfde school gezeten.
We spraken af om, samen met onze partners, een keer uiteten te gaan.
Gedurende het etentje in Luden in Utrecht, vernam ik van de echtgenote van mijn oude schoolvriend, dat zij vroeger op de Rubenslaan had gewoond. Zij vertelde dat haar vader daar een kapsalon runde.
Omdat zij wist dat ik in die dagen in het nabijgelegen Napoleonplantsoen woonde, verhaalde ze mij over een opvallend incident dat haar vader ooit had meegemaakt.
Dit incident speelde zich af begin zestiger jaren, toen twee jongens uit het Napoleonplantsoen, onder begeleiding van de politie, de zaak van haar vader betraden. De dienders verzochten haar vader de lange haren van de jongelui kort te knippen. Uiteindelijk, vertelde ze, liep deze absurde actie helemaal op niets uit.
Nadat het tweetal even binnen was gewipt, liep het net zo vrolijk ongeknipt de zaak weer uit.
Groot was de hilariteit toen ik haar informeerde dat die twee “opgebrachte jongens”, mijn broer en ik waren.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/