Aflevering 5: Whole Lotta Love

WHOLE LOTTA LOVE
Geschreven door Bert Plomp

Met zes mensen in een klein flatje drie hoog, was er weinig tot geen ruimte voor privacy.
Als daaraan nog eens zes personen worden toegevoegd, wordt de toestand onhoudbaar.
Desondanks vonden mijn ouders dat zij toch familie uit Australië onderdak moesten bieden. Dit geschiedde toen die familie definitief terugkeerde naar Nederland.
Ome Klaas en tante Beppie, een zuster van mijn moeder, en hun vier kinderen trokken van de een op de andere dag bij ons in.
De repatriëring was noodzakelijk omdat de gezondheidstoestand van mijn tante te wensen overliet. Eind vijftiger jaren waren de medische voorzieningen “Down Under” nog niet om over naar huis te schrijven. Hoewel, tante had haar familie daarvan toch schriftelijk op de hoogte gesteld.
Ofschoon ome Klaas het best naar zijn zin had in Australië, hadden tantes bezorgde zusters haar desalniettemin aangemoedigd maar terug te keren op het veilige nest.

Zes mensen huisvesten in een kleine vierkamerflat was al problematisch. Twaalf mensen, schier onmogelijk. De luchtbedden en matrassen lagen door het hele huis verspreid. Het had veel weg van een veldhospitaal na een vijandelijke aanval.
Deze ondraaglijke situatie heeft maar kort geduurd. Na pakweg twee weken moesten broer Theo en ik het veld ruimen. We moesten onderdak zien te vinden bij vrienden in de buurt.
Theo dook onder bij een Joods gezin. De zoon des huizes, eveneens Theo geheten, was bevriend met mijn broer.
Ik had het geluk dat ik mocht komen logeren bij mijn vriend Joop.
Theo en ik waren zeer tevreden met onze “gedwongen” uithuisplaatsingen. We waren beiden in een warm nest beland. We werden met veel zorg omringd en het eten was van veel betere kwaliteit dan we thuis gewend waren.
Wat ik persoonlijk wel miste, was het gezelschap van mijn oudste Australische nicht, die ik kort voor mijn vertrek had leren kennen. Zij was een aantal jaren ouder dan ik en had al een volwassen lichaam. Ik keek mijn ogen uit en raakte regelmatig behoorlijk opgewonden van haar nabijheid. Wat ik al opmerkte, er was in de kleine flat, met zoveel mensen, zo goed als geen ruimte voor privacy. Dat gold ook voor mijn goed ogende nicht. Misschien was het ook wel daarom dat Theo en ik even weg moesten wezen.

Van driehoog verhuisden we begin 1961 naar een veel ruimere parterreflat in het Napoleonplantsoen.
De flat bevond zich in het tweede blok, in het tweede flatgebouw van een reeks van zes.
De parterreflat besloeg twee verdiepingen, waarvan een op de begane grond. De hoofdingang bevond zich op de eerste verdieping.
Gelijk de vorige flat, bevatte de eerste étage een woon- en een eetkamer, twee slaapkamers, een keukentje en een ruimte die voor een badkamer moest doorgaan. Op de begane grond bevonden zich nog twee slaapkamers.
Ditmaal kreeg niet alleen Theo een eigen kamer, ook Saskia viel in de prijzen. Als enig meisje, en na zolang de kamer te hebben moeten delen met mijn ouders, had ze dat ook wel verdiend. Beiden kregen een kamer op de eerste étage.
De grootste van de twee slaapkamers beneden, werd de ouderlijke slaapkamer. Deze kamer was aan de straatzijde gelegen. De andere, aan de tuinzijde gelegen, werd de kamer waarin Charles en ik de rest van onze tienertijd doorbrachten. In deze slaapkamer heeft zich van alles en nog wat afgespeeld in die periode.
Dat varieerde van het zeer luid draaien van grammofoonplaten tot het demonteren en weer in elkaar zetten van bromfietsen. Gevolgd door het binnen starten en laten warmdraaien van de motoren. Zo nu en dan werd er ook nog tijd gevonden om huiswerk te maken. Tussen alle bedrijven door vonden er fikse vrijpartijen plaats.

Als belangrijkste geluidsbron gold een zelfgebouwde stereo-installatie. Deze installatie bestond uit een stereo platenspeler en twee oude, mono radio’s.
Op ieder afzonderlijk stereokanaal van de platenspeler, had ik een radio aangesloten. Aldus kon ik beide uitgangen afzonderlijk versterken. Met de twee “versterkers” kon ik heel wat decibels de omgeving in slingeren.
Toen pa en ma, laat op een mooie zomeravond, de hond nog even uitlieten in de buurt van het zesde blok, stoorden zij er zich mateloos aan dat daar wonende buurtgenoten niet het fatsoen konden opbrengen hun geluidsinstallatie wat te dimmen. Het was immers al middernacht geweest en het Wilhelmus had al geklonken. Met het zeer luid ten gehore brengen van het nationale volkslied, ongeacht het tijdstip, hadden ze trouwens geen enkel probleem.
Hoe dichter ze hun huis naderden, hoe meer het lawaai toenam.
Toen ze bijna thuis waren, sloeg hen de schrik om het hart. Het was hun eigen flat waaruit Whole Lotta Love van Led Zeppelin hen oorverdovend tegemoet knalde.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/