Aflevering 1: In het licht van de stormlantaarn

IN HET LICHT VAN DE STORMLANTAARN
Geschreven door Bert Plomp

Camping “Het Grote Bos” ligt aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. Aan de Hydeparklaan in Doorn om precies te zijn.
Hoewel campingbaas RCN beweert dat het thans een professioneel geleid park is, heeft het lang veel van zijn oude muffe Nederlands-Hervormde tradities weten te behouden.
Met dit stukje natuur op de grens tussen Doorn en Driebergen, heb ik al decennia een haat-liefde verhouding.

Toen ik voor de eerste maal op dit kampeerterrein in de zomer van 1952 arriveerde, was het een prachtig bos met uitgestrekte zandvlaktes.
In die begindagen bivakkeerde er slechts een handjevol mensen met een tent.
Het terrein had oorspronkelijk een ingang aan de Arnhemse Bovenweg. Daar was toen voor “receptionele” doeleinden een houten hokje geplaatst. Je kon in dat barakje tevens terecht voor het kopen van wat eerste levensbehoeften, zoals brood, melk en pap.

Ene meneer Rijks zwaaide er de scepter en dat deed hij met verve. Geheel in de geest van de Nederlands-Hervormde kerk. Deze gezindte was in die dagen namelijk eigenaar van het terrein.
Rijks moest in opdracht van de kerk de bij hem kamperende zieltjes stevig onder zijn christelijke duim houden.
Zijn orthodoxe aanpak op Het Grote Bos vond Rijks ooit de moeite waard om er een boekje over te schrijven.
Onder de titel “Dynamisch rusten, in het licht van de Bijbel”, kwam dat boekje in 1968 op de markt.
Nou, met zo’n opschrift weet je ongeveer wel met wat voor een vroom mens we hier te doen hebben.
Zonder dat ik het boekje ooit heb gelezen, kan ik de inhoud wel raden.
In het geschrift wordt glashelder uiteengezet hoe “Jan de Arbeider” zich op vakantie moet gedragen. Ontspanning door inspanning, maar wel binnen de regeltjes van de “Heilige Schrift”.
Je zult toch niet willen dat zo’n boekje door je vrienden in je boekenkast wordt aangetroffen. Ik hoor ze al zeggen: “Jezus, Bert, wat lees jij tegenwoordig voor een ****!”.

Het boekje is natuurlijk nooit een bestseller geworden. Dat gold overigens ook voor mijn eerste boekje “When I was young”.
Trouwens, kun je een werkje van nog geen 140 pagina’s wel een boekje noemen? Het is eerder een uit de hand gelopen opstel.
Ik heb zijn boekje zelfs niet bij De Slegte aangetroffen. Mijn bundeltje heeft daarentegen nog bij Broese te koop gelegen en was razendsnel uitverkocht. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat het maar om 10 exemplaren ging.
In tegenstelling tot Rijks’ werkje, heeft de titel van mijn boekje tenminste nog wat lezers nieuwsgierig weten te maken.

Onze christelijke goeroe had bepaald geen sympathieke uitstraling.
Zijn kop hield het midden tussen het voorkomen van Fidel Castro en dat van een gevreesde kampcommandant.
Hij droeg steevast een kaki hemd met opgestikte zakken en een dito paardrijbroek. Met of zonder paard, hij stapte altijd rond in zwarte glimmende rijlaarzen. Zijn kloffie voldeed geheel aan de “Göring-kledinglijn”.
Om de misère compleet te maken, had hij ook nog een van zijn ogen ingeruild voor een glazen kijker.
Met zijn rechter knuistje omklemde hij altijd heel verbeten een leren zweepje, terwijl er in de wijde omtrek geen hoefdier te bespeuren was.
Het zweepje leek wel vergroeid te zijn met die hand. Alsof hij er ieder moment mee wilde kunnen toeslaan om de christelijke orde te herstellen.

Op het bos heerste de ijzeren regel dat alle activiteiten uiterlijk om 10 uur ’s avonds gestaakt dienden te zijn. Dat iedereen, groot en klein, een uur later onder zeil was en een aanvang had gemaakt met het nachtelijk dynamisch rusten in het licht van de bijbel.
Vanaf 11 uur struinde de grote leider in hoogst eigen persoon door het bos om zich er van te vergewissen dat die regel alom nageleefd werd.
Ik heb destijds een keer een avondlijke confrontatie met de toezichthouder aan den lijve mogen ondervinden.
Terwijl de avondklok al was ingegaan, zat ik samen met mijn ouders voor de tent nog even de dag door te nemen. Weliswaar niet in het licht van de bijbel maar wel in het licht van een stormlantaarn.
Ineens stond Teddy onze chowchow hond op, hief zijn neus in de lucht en begon vervaarlijk te grommen. Kort daarop rook ik ook onraad. Ik rook, ondanks de walm van de stormlantaarn, de penetrante geur van paardenzweet.
Voordat we er erg in hadden, sprong de vazal van de Nederlands-Hervormde kerk als een duveltje uit een doosje vanuit het duister in ons midden.
Met een kwaaie kop en een barse stem begon hij als een ouderwetse streng gereformeerde dominee mijn ouders de les te lezen.
Mijn godvrezende ouders dropen als kleine kinderen af. Vernederd verdwenen zij achter de rits van hun tent.
Teddy was echter nog niet klaar met de botte indringer. Toen de man zijn hielen lichtte, beet Teddy hem nog even snel in een van zijn gelaarsde kuiten.
Luid vloekend verdween de bruut in de nacht.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/