Aflevering 3: Plagerijtjes

PLAGERIJTJES
Geschreven door Bert Plomp

Kerstavond 1974. Samen met Charles, ben ik bij mijn ouders thuis om warm te lopen voor het kerstfeest.
Wat de opmaat naar een vrome kerst moest worden voor mijn ouders, pakte enigszins anders uit. Mede door toedoen van ene dominee Bongers.
Het werd weliswaar geen vrome maar wel een vrolijke kerstavond, althans naar de opvatting van beide broers.
Om mijn ouders een beetje te stangen, had ik allereerst de EO het zwijgen opgelegd. Aansluitend had ik, ter gelegenheid van de viering van de geboorte van kindeke Jezus, de televisie afgestemd op een ander stichtelijk programma, te weten de speciale VPRO-kerstshow van Sjef van Oekel.
Mijn ouders durfden niet in te grijpen. De arme zielen waren namelijk al lang blij dat hun twee rebelse zonen met kerst bij hen over de vloer wilden komen.

Geheel tegen hun zin, waren zij gedurende de show getuige van een optreden van een bijzondere dominee. Dominee Bongers van het jeugdpastoraat.
De hele uitzending lang probeerde deze tv-dominee een godzalige boodschap over te brengen aan de jeugdige kijkers.
Dat viel hem niet mee. Want enerzijds verliep de show, zoals gewoonlijk, zeer chaotisch en anderzijds was de predikant onafgebroken aan de jenever.
Uiteindelijk kon deze dienaar van God geen zinnig woord meer uitbrengen.
Mijn ouders, die hoog opzagen tegen de geestelijkheid, waren in alle staten. Dat misnoegen nam nog verder toe toen Sjef zelf, zo dronken als een tempelier en liggend tussen omgevallen kerstbomen, de fietstas van ingenieur Evert van der Pik vol kotste.
Aan het einde van de show roept onze dominee nog vertwijfeld uit: “Verhip ik moet nog een kerstnachtmis leiden zo dadelijk”.
Charles en ik lagen krom van het lachen. Pa en ma keken echter heel zuinig. Op grond van hun christelijke inborst, konden ze moeilijk anders.
Het zou me evenwel niet verbaasd hebben indien zij ook, weliswaar besmuikt, hebben moeten lachen. Zij waren inmiddels wel het een en ander gewend door het doen en laten van hun zonen.

Mijn ouders bezaten al een geruim aantal jaren een huisje op camping Het Grote Bos in Doorn. Later kocht ik er zelf ook een, vlak naast dat van hen.
Na mijn vaders overlijden, bleef mijn moeder bijna wekelijks het weekend doorbrengen in haar woninkje in het bos.
Iedere vrijdag belde ik haar op om te vragen of ze ook naar de camping ging. Indien dat het geval was, haalde ik haar aan het einde van de middag op met de auto.
Vaak vroeg ze mij dan of ik nog een paar spulletjes voor haar kon meenemen. Ik reageerde op die vraag altijd een beetje plagerig met te zeggen dat er niet veel ruimte meer over was in de auto.
Als ik ‘s middags bij haar flat in het Napoleonplantsoen arriveerde, stond ze reeds beneden, samen met haar hondje, op de stoep op mij te wachten. Een beetje ondeugend lachend, te midden van een halve straat vol oude rommel. Allemaal spullen, die ze in de loop van de week op verkopingen had gekocht.
Hoewel haar huisje in het bos reeds tot de nok gevuld was met dergelijk materiaal, zag ze toch steeds weer kans er nieuwe zaken aan toe te voegen.

Mijn moeder is een stuk ouder geworden dan mijn vader. Heel oud is ze evenwel ook niet geworden.
Ze stierf op 75-jarige leeftijd. Gelijk mijn vader, aan de “gevreesde ziekte”.
Haar huisarts had tijdens een onderzoek vastgesteld dat er iets mis was met haar maag. Bij een nadere beoordeling, stelde een specialist de ernstige diagnose.
Het heeft zeker een half jaar geduurd eer het met haar was afgelopen.
Terwijl ze ernstig ziek was, bleef ze deel uitmaken van het kerkkoor waarvan ze al zo lang lid was. Ze is zingend en zonder vrees haar einde tegemoet getreden.
Hoe sterk de band met haar familie was, bleek nog eens duidelijk tijdens haar ziekbed.
Samen met mijn eigen zuster, hebben twee jongere zusters van mijn moeder haar de laatste weken van haar leven dag en nacht verzorgd en geestelijk bijgestaan.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/