Aflevering 1: Wapengekletter

WAPENGEKLETTER
Geschreven door Bert Plomp

Hoe verder we verwijderd raken van de dag dat de tweede wereldoorlog tot een einde kwam, hoe dwazer sommige lieden zich opstellen ten opzichte van de nationale dodenherdenking.
Was er eerst een “damschreeuwer” die de plechtige herdenkingsceremonie in de war schopte, dan was er weer een of andere groepering die wat te zeuren had over de wachters bij de herdenking op de Waalsdorpervlakte. Naar de opvatting van die zeurpieten waren de onderhavige wachters te zwaarlijvig voor het dragen van het waardige kostuum van de binnenlandse strijdkrachten. Alsof dat van enig belang is bij het herdenken van de gevallenen. Alsof die strijdkrachten slechts uit jonge lieden met strak afgetrainde lijven waren samengesteld .
Het is allemaal kennelijk nog niet genoeg.
Thans zijn er activisten opgestaan die met veel kabaal de herdenking op de Dam willen verstoren. De zwaarbevochten vrijheid, welke aansluitend op 5 mei gevierd wordt, misbruiken deze demonstranten  om de dodenherdenking geweld aan te doen. Deze herrieschoppers gaan schaamteloos voorbij aan de offers die voor hun vrijheid gebracht zijn.
Dodenherdenking op 4 mei was bij mijn ouders thuis altijd een heel bijzondere gebeurtenis. Niet dat ik op die dag door mijn ouders werd aangemoedigd om vooral stil te staan bij alle ellende van de tweede wereldoorlog, in het geheel niet. Er werd vooral met spanning uitgekeken naar het moment suprême, naar de één minuut stilte ’s avonds om 8 uur.
Het getuigde vroeger slechts van goed Nederlanderschap indien je op deze dag respect toonde voor de gevallenen. Natuurlijk uitsluitend respect voor personen die aan “de goede kant” waren gevallen.
In huize Plomp had de dodenherdenking echter nog een extra dimensie: vader had tijdens de oorlog bij de “ondergrondse” gezeten. Daarmee bedoel ik bepaald niet dat hij toen, bijvoorbeeld als machinist, deel uitmaakte van het metropersoneel. Ik bedoel dat hij lid was van het illegale verzet tegen de Duitse onderdrukker, tegen “Hitler-Duitsland”.
Voor de goede orde: Utrecht had tijdens de oorlog helemaal geen metro, trouwens nu nog steeds niet. De stad kende wel busvervoer, aangeboden door het Gemeentelijk Energie- en Vervoerbedrijf Utrecht (GEVU).
De “anti Duitsland-stemming” en de “anti iedereen die met dat regime geheuld had-stemming” bereikten elk jaar op 4 mei weer een climax. Het leek wel of op die dag de “Moffen” waren wedergekeerd en opnieuw met veel wapengekletter door de straten van het Lodewijk Napoleonplantsoen marcheerden. Het laatste was temeer denkbeeldig omdat het Lodewijk Napoleonplantsoen een naoorlogse nieuwbouwwijk was. Tijdens de oorlog viel er ter plekke helemaal niet te marcheren, laat staan met de wapenen te kletteren. De enige warmbloedige wezens die daar kans zagen te kletteren, dat waren koeien. Koeien, die er toen graasden en zich her en der van hun vlaaien ontdeden.
Met dit boosaardige “moffen-beeld” voor ogen, kwam de stemming er thuis altijd goed in op weg naar de één minuut stilte.
Of mijn vaders deelname aan het verzet terecht een rol speelde in die felle anti-Duitsland houding van mijn ouders, dat kan ik niet goed beoordelen. Het is wel zo dat mijn vader een zekere vorm van verzet heeft gepleegd. Wanneer en in welke mate, dat is mij volstrekt onbekend.
De meeste “verzetshelden” doken trouwens eerst op toen het vuile werk al lang was opgeknapt. Op het moment dat onze Germaanse militante buren reeds op “opa’s fiets” achter de oostelijke horizon waren verdwenen. Op weg waren naar “Mutti die Frau”.
Misschien was mijn vader toch wel een echte verzetsheld. Een held die er liever het zwijgen toedeed over welke offers hij voor volk en vaderland had gebracht.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/