Aflevering 1: Wapengekletter

WAPENGEKLETTER
Geschreven door Bert Plomp

Kan het tijdens de nationale dodenherdenking op de Dam nog stiller worden dan het nu al sinds weken is door het corona-virus?
Was het een paar jaar geleden een of andere luid schreeuwende mafkees die de herdenking verstoorde, nu is het een uit China overgewaaid virus dat het eerbetoon aan de gevallenen verziekt.

Er is al weken vrijwel niemand op straat te bekennen.
Afgezien van wat getoeter van muzikanten die “gevangenen” in verzorgingshuizen vanaf de straat wat moed inblazen, is het overal doodstil.
Te vrezen is dat door deze geluidloosheid de twee minuten stilte voor de gevallenen niet opgemerkt wordt. Gelukkig is daar de militair die met zijn taptoe-signaal het einde van de ene en het begin van de andere stilte trompettert.

Het virus heeft heel wat teweeggebracht. Niet alleen maar narigheid.
Het samenhorigheidsgevoel in Nederland heeft een enorme boost gekregen. Je kunt je tv niet aanzetten of er wordt benadrukt hoe goed we met z’n allen bezig zijn. Nu ook weer met de herdenking.
Iedereen met een trompetje wordt uitgenodigd het taptoe-signaal mee te blazen. Met als grote apotheose dat heel Nederland, na afloop van de twee minuten, vanuit huis uit volle borst het Wilhelmus gaat meezingen. Hetzij vanaf zijn balkonnetje, hetzij vanaf de drempel van zijn voordeur.
Ronduit geweldig. Als ik denk aan al die volle borsten, raak ik nu al in vervoering.

Dodenherdenking was bij mijn ouders thuis ook altijd een heel bijzonder evenement.
Niet dat ik door mijn ouders op die dag extra werd aangemoedigd om stil te staan bij de ellende van de tweede wereldoorlog. In het geheel niet.
Er werd vooral met spanning uitgekeken naar het moment suprême. Naar de één minuut stilte ’s avonds om 8 uur.
Het getuigde toen van goed Nederlanderschap indien je op 4 mei eerbied toonde voor de gevallenen. Natuurlijk uitsluitend voor personen die aan “de goede kant” waren gevallen.

In huize Plomp had dodenherdenking echter nog een extra dimensie. Vader had tijdens de oorlog bij de “ondergrondse” gezeten. Daarmee bedoel ik niet dat hij toen op een metro dienstdeed. Ik bedoel dat hij lid was van “het verzet”. Van de illegale beweging die streed tegen de Duitse onderdrukker, tegen “Hitler-Duitsland”.
Voor alle duidelijkheid: Net als nu had Utrecht tijdens de oorlog helemaal geen metro. Jammer genoeg, nog steeds niet.
De anti Duitsland-stemming bereikte elk jaar weer een climax tijdens de dodenherdenking. Die afkeer gold trouwens voor iedereen die met de Duitsers had geheuld.

Het leek wel of op 4 mei de “Moffen” waren wedergekeerd. Of ze opnieuw met veel wapengekletter door de straten van het Napoleonplantsoen marcheerden.
Dit was temeer denkbeeldig omdat het Napoleonplantsoen een naoorlogse nieuwbouwwijk was, gebouwd op agrarische grond.
Tijdens de oorlog viel daar dus helemaal niet te marcheren. Laat staan met de wapenen te kletteren.
De enige wezens die er kans zagen te kletteren, dat waren koeien. Grazende koeien, die her en der hun vlaaien spetterend in het gras lieten vallen.
Met het boosaardige beeld over onze oosterburen voor ogen, kwam de stemming er thuis altijd goed in op weg naar de één minuut stilte.

Of mijn vaders verzet terecht een rol speelde in zijn felle anti-Duitsland houding, kan ik moeilijk beoordelen. Hij heeft wel deelgenomen aan het verzet. Wanneer, hoe lang en in welke mate, weet ik niet.
De meeste “verzetshelden” verschenen trouwens pas ten tonele toen het vuile werk al lang gedaan was. Pas op het moment dat de leden van de zo verafschuwde wehrmacht op opa’s fiets achter de oostelijke horizon waren verdwenen. Alweer bijna terug waren bij “Mutti die Frau”.
Misschien was mijn vader wel een echte verzetsheld. Een held die liever zweeg over de offers die hij bracht voor volk en vaderland.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/