Aflevering 8: Vim en oudemannenzeik

VIM EN OUDEMANNENZEIK
Geschreven door Bert Plomp

Met mijn vertrek naar Ierland en de verkoop van het huisje, kwam er een eind aan mijn wekelijkse verblijf op camping Het Grote Bos.
Daarmee kwam echter geen definitief einde aan mijn relatie met RCN.
Ieder jaar, terugkomende van de wintersport en op weg naar Ierland, huurde ik voor een week een huisje op Het Grote Bos. In die week legde ik wat bezoekjes aan familie en vrienden af.
Ik verbleef daar bepaald niet voor de geweldige service die er geboden werd.
De campinghouder en zijn makkers hadden nog steeds het verwaande idee dat de klanten er voor hen waren en niet andersom.
Evenmin ging het om de hygiëne en de luxe van de huisjes dat ik er graag terugkwam.
De zure lucht van weleer was weliswaar verdwenen, maar had plaatsgemaakt voor een zeer penetrante lucht. Een lucht die het midden hield tussen de geur van VIM en de stank van oudemannenzeik.
Nog tien jaar heb ik dit jaarlijkse bezoek volgehouden. Maar toen kwam er ook een abrupt en definitief einde aan. Toen maakte ik opnieuw kennis met dat benepen klimaat van weleer.

Een aantal dagen voorafgaande aan mijn verblijf op de camping, had ik een vergadering in Salzburg.
Samen met mijn vrouw en onze twee border collies Maggie en Lizzy, verbleef ik daar in een 5-sterren hotel aan de oever van de Salzach.
Zoals dat in de betere hotels gebruikelijk is, waren de beide viervoeters eveneens van harte welkom. Nadat de portier de deur beleefd had geopend, stormden de twee collies direct dwars door de lobby op mijn collega’s af om hen enthousiast te begroeten. Niemand van de gasten of van het personeel die daarvan opkeek. Geen enkel probleem dus.

Komende van Oostenrijk en op weg naar Nederland, overnacht ik ook altijd in mijn favoriete hotel in het noorden van Beieren.
Der Schafhof is een klassiek hotel in de omgeving van Amorbach. Het ligt op een berghelling aan de bosrand.
In “mijn” kamer aldaar staan altijd bakjes met water en lekkere hapjes gereed voor Maggie en Lizzy.

Die winter was het zeer koud en er lag veel sneeuw op de weg. Onder barre omstandigheden wist ik de ondergesneeuwde camping te bereiken. Er waren hooguit nog een paar andere gasten die de moeite hadden genomen om in deze winterkou op Het Grote Bos te verblijven.
Nadat de beide honden naar de gehuurde bungalow waren gebracht, resteerde er net voldoende tijd om nog wat boodschappen te doen in Driebergen.
Toen ik terugkeerde bij het huisje, kwam daar als een duveltje uit een doosje een man uit de struiken springen. Hij moet daar al enige tijd op de loer hebben gelegen in de sneeuw.
Dit individu drukte mij haastig een velletje papier in de handen en verdween terstond weer in het bos.
Op het papiertje stond geschreven dat ik me onverwijld moest melden op het kantoor. Het deed me denken aan een handelwijze uit een despoot verleden.

Dezelfde avond zou ik een etentje hebben bij vrienden. Op weg daarheen, wipte ik even bij het kantoortje binnen.
Aanvankelijk dacht ik dat de campinghouder mij wilde fêteren. Mij een aantal welkom-vouchers wilde overhandigen voor een gratis pannenkoek of zo. Tenslotte verwacht je als vaste gast tijdens een matig bezocht winterseizoen, een warm onthaal van je gastheer.
Het tegendeel was het geval.
Mij bleek toen dat het mannetje van het briefje, terwijl ik boodschappen deed, de bungalow was binnengedrongen. Tot zijn grote ontsteltenis had hij daar vastgesteld dat er zich twee honden ophielden in plaats van één, zoals geboekt.
Jammer dat de twee collies toen niet direct hebben toegehapt. Normaal doen ze dat bij ongure types die hun terrein betreden.

De administrateur in het kantoortje verzocht mij met klem een van mijn honden onverwijld naar een kennel te brengen of anders het bos direct te verlaten. Geheel volgens de instructies van zijn superieuren.
Nadat ik hem had laten weten dat hij zijn eigen kindjes maar in kennel moest droppen, zei ik dat ik de volgende morgen wel zou terugkomen om de kwestie in der minne te schikken. Het was immers al 6 uur ’s avonds, er lag 20 cm sneeuw, het was ijskoud en ik had net 500 kilometer spekgladde autobahn achter mijn kiezen.
Zonder zijn reactie verder af te wachten, verdween ik in de poolnacht, op weg naar het etentje.
Toen ik de volgende morgen de administrateur aanbood extra te betalen voor de overlast, weigerde de benepen ziel dat hooghartig. Daarop eiste ik de vooruitbetaalde huursom terug en verliet Het Grote Bos voorgoed.

Wat een brutaliteit van die arrogante minkukels. Mijn honden de toegang weigeren tot die muffe krotten. Door en door schone collies met de geur van frisse oceaanlucht diep in hun vacht geworteld.
Van klantvriendelijkheid hebben ze op Het Grote Bos nog nooit gehoord. Vroeger niet en ik vrees nog steeds niet.
Men vertoont nog immer dat rechtzinnige, belerende, Nederlands Hervormde gedrag van weleer.
In al die jaren dat ik in de winter daar een huisje huurde, heb ik nooit iets gehoord in de trant van: “Hartelijk welkom. Wat zijn we blij dat u onze camping weer bezoekt en dan nog wel in deze tijd van het jaar. Een periode waarin we onze huisjes aan de straatstenen niet kwijtraken. Kunnen we nog iets extra’s voor u doen?”.
Neen, niets van dat.
Meestal werd je na een lange vermoeiende reis bij de receptie “verwelkomd” door een chagrijnig individu dat zich uitgaf als administrateur.
Een botte vent, die een vriendelijkheid uitstraalde van een Noord-Koreaanse grenswacht. Op wacht staand in de plensregen op een vroege maandagmorgen en lijdend aan chronische kiespijn.

Ik ben er heilig van overtuigd dat deze receptionist Jozef en zijn hoogzwangere Maria ook streng de poort zou hebben gewezen. Wanneer dit stel, tezamen met zijn huisdieren, zich bij de balie had gemeld.
Vervolgens zou hij dit lieflijke gezelschap eveneens zonder enige schroom terug de Siberische kou in hebben gestuurd.
Men zou dan de volgende ochtend het pasgeboren kindeke Jezus doodgevroren hebben kunnen terugvinden. Ergens in de struiken langs de Hydeparklaan, de toegangsweg naar Het Grote Bos.
Christenen als de administrateur hebben nu eenmaal altijd de mond vol over barmhartigheid, maar in de praktijk zijn ze zo kil als een ijspegel.
Natuurlijk spreekt het wel in het voordeel van RCN dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen mijn gezelschap en dat van Jozef en Maria, wanneer het zich meldt bij de receptie van Het Grote Bos.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/