Aflevering 4: Voor de poorten van de hel

VOOR DE POORTEN VAN DE HEL
Geschreven door Bert Plomp

Cynthia was bij het uitkiezen van een bustochtje in de haven van The Great Cayman Island tegen een wat opgewonden lijvige zwarte vrouw op gebotst. Die vrouw had haar weten over te halen deel te nemen aan een rondritje met haar gammele vehikel met een heel bijzondere bestemming, namelijk “Hell”.
Op de vraag of zij wel eens in “Hell” was geweest, moest Cynthia, en een hele groep Amerikanen, ontkennend antwoorden. Dus was het wachten op de laatste argeloze reiziger die de hel ook wel eens van nabij wilde meemaken.
Voordat het laatste buskaartje aan de man was gebracht, was er nog een uurtje tijd om van alle leuke winkeltjes in de haven van aankomst te genieten.
Wat een doffe ellende. Er was niets anders te bekennen dan bankfiliaaltjes en shops met overdreven dure sieraden en horloges.
Toen ik zo’n posh winkeltje betrad met de vraag of ze even snel mijn lederen horlogebandje konden vervangen, kreeg ik nul op het rekest.
Toen het uur eindelijk om was en we het busje uit het jaar nul bestegen, kon het helse avontuur een aanvang nemen.
De zwarte vrouw achter het stuur lulde echt de oren van je kop, zonder dat er onderweg ook maar iets interessants de revue passeerde. Eigenlijk vormde dat busje en zijn chauffeuse wel een heel Caribisch getint koppeltje, concludeerde ik later.
Een aantal medereizigers vond het evenwel toch nodig om zo nu en dan te lachen of zelfs de handjes op elkaar te brengen. Ik zat gedurende de gehele rit te fantaseren over het Caribische festijn op het strand dat we na de hel zouden bezoeken.
Na ruim een uur stuiteren en zweten in dat oude vehikel, kwam het hoogtepunt van de trip eindelijk in zicht. Het busje kwam krakend en met een diepe zucht tot stilstand bij een piepklein parkeerplaatsje. De reizigers werden nu verzocht snel uit te stappen en in het bijzonder notie te nemen van een eenzaam plaatsnaambordje dat op de parkeerplaats prijkte. Hierop was duidelijk “Hell” te lezen.
Omdat de meeste passagiers niet direct door hadden wat hier nu eigenlijk speelde, voegde de zwarte grapjurk er met een vette lach aan toe: “Well, now you are in hell”.
De anders zo enthousiaste en goedlachse Amerikanen waren thans niet zo uitbundig. Ze maakten een wat bescheten indruk. Het algemeen gevoelen had iets weg van aan een reisje voor debielen te hebben deelgenomen.
Behoudens het bordje, had Hell zo goed als niets te bieden.
Als je al niet gefrustreerd was, kon je in een souvenirshopje een kopie van het gelijkluidende plaatsnaambordje kopen en andere zooi. Verder was er een veldje zwarte gestolde lava te bewonderen.
Gelukkig werd er op de weg terug wat vaart gemaakt. Zodoende was er nog een paar uur ruimte om de Caribische “couleur locale” te ervaren.
Voor het zover was deed de immer amusante chauffeuse onderweg eerst nog een uiterste poging het hele gezelschap een soort zeerovershol binnen te drijven. Zij gaf de passagiers een uurtje de tijd om zich in dat hol nog wat laatste dollars uit de zak te laten kloppen.
Afgezien van wat opgewonden schreeuwerige inboorlingen en veel te dure, op de toeristen afgestemde, drankjes, had dit piratennest letterlijk en figuurlijk weinig om het lijf.
Binnen 5 minuten zat iedereen weer braaf in de bus op weg naar de veilige haven.
Het is er die middag niet meer van gekomen. Er was op het eiland namelijk verder geen bal te beleven. Geen getrommel op olievaten, geen reggae, geen swingende zwarte meiden, geen rum-cola, alleen maar hel.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/