Aflevering 2: Op pad naar de wedstrijd

OP PAD NAAR DE WEDSTRIJD
Geschreven door Bert Plomp

Voetbal is altijd mijn favoriete sport geweest. Jammer dat bepaalde voetbalfans, te weten de hooligans, het aanzien van deze sport regelmatig bederven.
Deze herrieschoppers zijn van die absolute mafkezen, die alleen maar de gang naar het stadion maken om via het plegen van geweld hun lege ego een beetje valse inhoud te geven. Dat doen ze door met grote bekken en vechtpartijen anderen te intimideren.
Van dat primitieve volk worden we maar niet verlost. Dat komt ook omdat veel andere voetbalfans eigenlijk geen echte supporters van de club zijn, maar snelle consumenten. Consumenten die, tussen alle andere vertier door, in het weekend even snel een bezoek brengen aan het stadion. Hier willen ze maximaal bevredigd worden door veel goals, veel foute beslissingen op het veld om zich daarover te kunnen opwinden en doorlopend voorzien worden van veel comfort tijdens de wedstrijd. Na het treffen spoeden zij zich direct naar de volgende activiteit. Onder hen bevinden zich doorgaans geen flinke mensen die bereid zijn eventuele rotzooitrappers te corrigeren.
Als je je vroeger in Utrecht op een van de tribunes van DOS, Elinkwijk of VELOX bevond, dan vertoefde je daar op één van de veiligste plekken van de stad.
Als jongere waakte je er wel voor om daar ook maar enige uiting van agressie te tonen, want er stonden direct legio volwassenen klaar om je een lel voor je harses te verkopen.
Agressieve jongeren worden heden evenmin meer gecorrigeerd door volwassenen omdat verschillende volwassenen zelf zich ernstig misdragen. De situatie lijkt hopeloos.
Een weekeinde voetbal in de jaren 50-60 van de vorige eeuw was voor mij en vele anderen de afronding en het hoogtepunt van een hele week zelf actief bezig zijn met de sport: al voetballend opbouwen naar het weekeinde, met als apotheose het bezoeken van een wedstrijd van je lokale club op zondagmiddag. Uiteraard ging je niet eerder op pad naar het veld dan na het nuttigen van de warme maaltijd in een dito familieverband. Zo’n maaltijd deed bij ons thuis het enthousiasme trouwens wel wat temperen: op zondag stond er vaak rond het middaguur spruitjes met draadjesvlees op het menu. Geen eten waarvan mijn speekselklieren destijds spontaan op gang kwamen. Het draadjesvlees was zo taai dat het niet klein te kauwen was. Zelfs met een jong, vlijmscherp gebit was het onbegonnen werk. Een wolf zou er nog zijn tanden op stuk bijten. Dus slikte ik uiteindelijk maar zo’n heel stuk vlees ineens door om er maar vanaf te zijn, want de aanvang van de wedstrijd liet niet op zich wachten.
Als Velox aan de Koningsweg of DOS in stadion Galgenwaard een thuiswedstrijd speelde, vulde een enorme massa mensen te voet de weg naar het voetbalveld c.q. naar het stadion.
Voor Velox ving die drukte reeds aan in de omgeving van het Ledig Erf. Daarna liepen de Gansstraat en de Koningsweg vol en tenslotte schaarde het hele publiek zich in een gemoedelijke ambiance rond het veld.
Tijdens de wedstrijd werd er door de spelers wel eens een “koekie” uitgedeeld, maar nimmer een trap die leidde tot een WAO-uitkering voor de ontvangende partij. Tegenwoordig is dat wel anders gesteld.
“Sissy-achtige” duiken of zuigeling-acts na het scoren van een doelpunt waren toen helemaal uit den boze. De mannen op het veld voelden zich gewoonweg te stoer voor zulk mietjesgedrag.
Als de strijd gestreden was, dan verzamelden vele supporters zich in de kantine  van de club en werd er onder het genot van een biertje en een sigaretje samen met de spelers nog wat nagekaart.
Een deel van de supportersschare spoedde zich echter direct nadat het laatste fluitsignaal had geklonken naar een sigarenzaak in de Twijnstraat. Rond een uur of vijf ‘s middags verscheen daar in de etalage, tussen de tabaksartikelen in, de sigarenboer. Deze handelaar in rookwaren begon vervolgens met veel vertoon, staande voor een groot schoolbord met een stuk krijt in de hand, de uitslagen van alle die middag gespeelde voetbalwedstrijden op het bord te kalken. Deze schrijverij leidde onder de menigte buiten voor de etalage tot afwisselend gejuich en boegeroep. Niet zelden, wanneer een concurrerend team  had gewonnen, bonkten sommige toeschouwers boos op de etalageruit om hun onvrede te uiten. Alsof de sigarenboer zelf verantwoordelijk was voor het ongewenste resultaat.
Aan de hand van de gepresenteerde uitslagen kon eenieder, heet van de pers, zijn totoformulier even checken. Nog voordat de uitslagen via de radio officieel bekend werden gemaakt.
Ooit had iemand wel alle reden om op de etalageruit te bonken, toen bleek dat hij uiteindelijk toch niet de voetbaltoto had gewonnen omdat de sigarenboer de uitslag van een van de wedstrijden verkeerd had opgeschreven op het schoolbord.
Dat was pas echt voetbalbeleving.
Toen begin zestiger jaren The Beatles en The Rolling Stones furore begonnen te maken, was ik geruime tijd van het voetballen af. Direct vanaf dat moment liet ik  mijn haren groeien tot over mijn kraag. Zij waren toen mijn nieuwe grote idolen.
Eerst zocht ik bij mijn nieuwe haardracht passende kleding in de stijl van The Beatles. Weer wat later, toen ik The Stones toch meer waardeerde, een wat ruigere outlook.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/