Een pechvogel

 

EEN PECHVOGEL
Geschreven door Bert Plomp

Terwijl ik de weg omlaag reed uit het bos en het hek goed gesloten achter mij liet, zag ik aan de horizon de border collies van mijn bosbuurman reeds positie kiezen. Het is een dagelijks wederkerende gebeurtenis. Zodra ik in de buurt kom van het huis van Mícheál, dan voeren deze collies steevast een aanval uit op mijn Landrover. Vooral Sally kan heel venijnig zijn.
Als ik vergezeld word door mijn eigen honden, dan barst er ter hoogte van Mícheál’s huis werkelijk een titanenstrijd los. Beelden van gevaarlijk wit blinkende snijtanden worden er op zo’n moment onderling uitgewisseld. Maar omdat er autometaal tussen zit, komt het gelukkig nooit tot een heftig bloedvergieten. Wel krijgen de spatlappen van de jeep het flink te verduren onder de beten van Sally en haar makkers.
Mijn border collies denken dat ze overal de baas zijn. Sally en haar clan denken daar terecht heel anders over. Zeker wanneer ze op hun eigen erf verkeren. Het is dus zaak om een directe confrontatie te voorkomen.
Als ik Sally wandelend tegenkom, is ze doorgaans poeslief. Zij is weliswaar erg nerveus maar bepaald niet agressief. Tenzij je haar direct op eigen grond treft, hetgeen regelmatig het geval is. Dan reageert zij keer op keer alsof je een gevaarlijke vreemdeling bent. Wanneer zij bij mijn boshuis komt, is zij opeens zeer timide. Het zijn net mensen.
Over mensen gesproken. Pas zag ik een journaal-rapportage over het onweder in Nederland. Over een brand die was ontstaan na blikseminslag in een huis. De brandweer was druk doende de brand meester te worden. Dat is natuurlijk een goede zaak. Het nieuwslezeresje van het journaal meldde echter dat de bewoner van het pand niet zo ingenomen was met het werk van de brandweermannen. De indruk werd gewekt dat de man een of andere asociaal was, die met alle geweld de brandweer wilde beletten zijn huis te sparen. Hij werd door de brandweer met spierkracht op afstand gehouden.
Pas aan het einde van de rapportage meldde het lezeresje dat de man zijn dierbare papegaai wilde redden. Het arme beestje zat nog gekooid tussen de vlammen. Gelukkig heeft de brandweer de vogel nog kunnen redden.
Het journaal wilde kennelijk eerst wat sensatie ontketenen, gebruik makend van het feit dat hulpverleners tegenwoordig bij de uitoefening van hun taken nogal eens gedwarsboomd worden.
Terugkerend naar het moment dat ik mijn afdaling maakte naar de doorgaande weg en bij het huis van Mícheál aankwam, waren Sally en haar gang daar om mij agressief te begroeten. Tot mijn schrik zag ik op Mícheál’s erf ook een jonge raaf moeizaam pogingen doen om het luchtruim te kiezen. Zijn ouders probeerden hem daarbij vanuit de lucht te begeleiden en moed in te spreken.
Zo’n jonge vogel is natuurlijk erg kwetsbaar en maakt de indruk half kreupel te zijn. Sally was de vogel inmiddels ook op het spoor gekomen en koos er nu voor niet mij  maar de hulpeloze jonge raaf aan te vallen.
Toen Sally trachtte haar scherpe tanden in het raafje te zetten, sprong ik uit de jeep en probeerde dat te verhinderen.
Droevig was het om te zien hoe zijn ouders met luchtaanvallen op de hond uiterste pogingen deden om het lot van hun kindje te keren.
Toen Mícheál naar buiten kwam om te zien wat er zich allemaal op zijn erf afspeelde, kon ik slechts uitbrengen dat een jonge raaf werd aangevallen door zijn hond. Mícheál wekte niet direct de indruk dat hij daarover inzat.
Gelukkig had het raafje inmiddels toch een veilig heenkomen weten te vinden onder een stevige struik. Sally beloonde mijn tussenkomst met een beet in mijn hiel.
Dit machteloos moeten toezien bij dierenleed, deed mij terugdenken aan een eerdere nare ervaring met een vogel.
Op weg naar Killarney in het voorjaar, rijdend op een tamelijk drukke weg, vloog een tamelijk grote vogel tegen mijn voorruit. Omdat het regende had ik mijn ruitenwissers op volle toeren draaien. Half bewusteloos door de klap, werd het arme dier ook nog eens door de ruitenwissers gegrepen en heen en weer over de voorruit gezwiept. Ik bracht mijn auto midden op de weg direct tot stilstand en zette de ruitenwissers uit. Gelukkig kon ik de vogel bevrijden uit zijn benarde positie en zat er nog volop leven in het beestje.
Door mijn plotselinge actie stond het verkeer in beide richtingen voor een aantal minuten volkomen stil. Er werd echter niet geprotesteerd toen ik de tijd nam om het dier naar een veilige plek achter de struiken langs de weg bracht.
Afgelopen week zijn Ton en Carla bij mij op visite geweest. Ton is een jeugdvriend en hij is een echte vogelaar.
Het is altijd een waar genoegen onderdak te bieden aan mensen die duidelijk laten blijken het naar de zin te hebben.
Zodra Ton ’s morgens vroeg wakker werd, trok hij naar buiten, naar de cliff voor de deur. Daar zat hij dan iedere morgen duikende Gannets (Jan van Gent) te observeren. Fascinerend is het om die reusachtige zeevogels van grote hoogte te zien duiken in de golven. Op die wijze zijn ze in staat om meters diep onder het wateroppervlak een flinke vis op te duiken.
Hoewel ik van vogels weinig verstand heb, kon ik Ton toch nog attenderen op een typisch Iers vogeltje: the Wren. Hij kende het niet.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/