Aflevering 2: Bertje is slordig

BERTJE IS SLORDIG
Geschreven door Bert Plomp

Mijn ouders voelden kennelijk al aankomen dat christelijk onderwijs niet aan mij besteed was. Om die reden werd ik naar een openbare school in de buurt gestuurd.
De Hans Christiaan Andersenschool viel de eer ten deel mij als leerling te mogen inlijven. Deze school werd geleid door ene meneer J. Schlahmilch.
Als Schlahmilch al Germaans bloed had, dan was hij voor mij een toonbeeld van een zeer goede Duitser. Bovendien zag ik in zijn naam ook iets terug van de “melkweg”, die ik was ingeslagen.
De school lag aan de Adriaen van Ostadelaan in Utrecht, halverwege de Stadionlaan en de oprit naar de toenmalige Rijksweg 22. Het was een sfeervol houten noodgebouw met klaslokalen die uitzicht boden op de rijksweg. Hierlangs, over een breed pad, liepen op wedstrijddagen de drommen DOS-supporters op weg naar stadion Galgenwaard.
De rijksweg had altijd een zekere magnetische aantrekkingskracht op mij. De weg was bovenop een talud gelegen en er werd hard gereden. Kortom er hing een zweem van gevaar rond die weg.
Nog steeds krijg ik het benauwd als ik terugdenk aan het moment waarop onze hond Marsha zich los rukte en het talud van de rijksweg oprende. Zo snel als ik kon, ben ik hem nagerend. Ik kon hem helaas niet verhinderen de weg op te rennen. Tussen de voorbij razende auto’s door, bereikte hij de middenberm. Ik durfde hem niet terug te roepen, bang als ik was dat hij die gevaarlijke oversteek weer zou maken. Zodra ik de gelegenheid zag, stak ikzelf over en probeerde hem bij zijn riem te grijpen. Voordat ik hem kon pakken, glipte hij door de middenberm en nam hij de tweede horde. Wonder boven wonder wist hij ook ditmaal ongedeerd aan de overkant te komen. Gelukkig kon ik hem daar alsnog in de kraag vatten en hem heelhuids thuis brengen.
In de winter, als het gesneeuwd had, trokken de kinderen van mijn buurt er massaal op uit om met hun sleetjes het talud te bestijgen en aansluitend van boven naar beneden te sleeën.
Tijdens mijn schoolgang werd in 1958 vlak naast de school de Stadionflat gebouwd. Dit flatgebouw kreeg 10 verdiepingen en behoorde toentertijd tot een van de hoogste woontorens. Regelmatig bezocht ik met klasgenoten het bouwterrein. Er lag altijd wel interessant bouwafval, zoals hout en plastic pijpen. Hiervan kon je een mooi geweer maken, waarmee je papieren pijltjes blazend kon wegschieten.
Toen het gebouw eenmaal klaar was, nam ik met mijn vriendjes regelmatig de lift naar boven. Van de bovenste étage had je een prachtig uitzicht op de grasmat van het stadion. In mijn verbeelding zag ik mij daar dan voor DOS scoren en toegejuicht worden.
Zo’n tochtje met de lift omhoog was vaak huiveringwekkend: de lift was nogal klein en de schacht was zeer diep. Als jong jochie, bezorgde de gedachte aan die combinatie me al kippenvel.
Helemaal boven aangekomen, staande op een smalle galerij en slechts door een laag muurtje gescheiden van de peilloze afgrond, werd dat onbehaaglijke gevoel nog eens extra gevoed. Als ik daar in de diepte stond te staren, kwam de gedachte wel eens in mij op: hoe het zou voelen als je hier naar beneden suisde en te pletter sloeg op de stoep. Die gedachte deed mij vervolgens direct naar de lift spoeden om zo snel mogelijk de veilige begane grond op te zoeken.

Wat een fantastische tijd heb ik gehad op die school. Dat had alles te maken met de opvatting over onderwijs van voornoemd hoofd van de school en zijn enorme betrokkenheid.
Hij zat de kinderen niet alleen maar achter hun broek om goede leerresultaten te behalen, hij moedigde de kinderen net zo hard aan tot sporten, tot acteren en tot creatief bezig zijn.
Onder zijn leiding werd er veel gevoetbald. Met een brandend stompje sigaar in zijn mond, deed hij ook vaak zelf mee. Ondanks zijn gevorderde leeftijd en ondanks zijn a-sportieve lichaamsbouw: hij was tamelijk lang en zag er wat krakkemikkig uit.
Ieder jaar vroeg hij de leerlingen van de hogere klassen met de kerstviering een toneelstukje op te voeren. Zo’n toneelstukje moesten de kinderen zelf bedenken en instuderen. Dat was ieder jaar weer dikke pret.
Er werden ook een paar keer per jaar tentoonstellingen georganiseerd. Je kreeg dan samen met een klasgenootje de opdracht, binnen een bepaald thema, iets te produceren. Zo heb ik met een vriendje een houten vliegtuig, een boot, een grote kijkdoos en andere dingen gemaakt. De tentoonstelling viel altijd samen met een ouderenavond.
Van de H.C. Andersenschool heb ik nog steeds een rapportboekje. Zonder dat dit expliciet zo was verwoord, werd er keer op keer op gewezen dat men thuis meer aandacht aan mijn huiswerk moest besteden.
Herhaaldelijk stond in het rapport vermeld dat Bertje te langzaam leest, slordig is en de hele dag naar buiten zit te kijken. Overigens, dat laatste is nog steeds het geval. Vroeger zat ik altijd naar de vogeltjes buiten te kijken, tegenwoordig naar mijn vier hondjes en de Atlantische Oceaan.
Ook vond het onderwijzend personeel dat er veel meer in mij zat, dan eruit kwam. Dat is waarschijnlijk nog steeds zo. Dat komt omdat ik me nooit meer wil inspannen dan echt nodig is.
De enige die wat deed met de goedbedoelde waarschuwingen, dat was ikzelf, als ik tenminste zin had.
Lezen, schrijven en taal worden ieder rapport onder de aandacht van de ouders gebracht. Thuis had men simpelweg geen tijd om daarmee bezig te zijn: ze hadden het al druk genoeg met brood op de plank brengen. Daarom werd ieder meegebracht rapport zonder veel omhaal voor gezien getekend. Verder moest ik zelf maar zien hoe de leerresultaten te verbeteren.
Zo nu en dan was ik zeer gemotiveerd en wist ik voor bijvoorbeeld het vak geschiedenis een “g”, een “goed” te scoren, terwijl het vorige rapport nog een “o”, een onvoldoende, liet zien. De rapportcijfers voor rekenen en aardrijkskunde waren steeds wel goed.
Mijn hele schoolgang zou veel voorspoediger zijn verlopen indien mijn ouders wat aandacht aan mijn huiswerk hadden besteed. Al was het maar door erop toe te zien dat ik het sowieso maakte.
Het gebrek aan een ruimte thuis, waar je ongestoord je huiswerk kon maken, werkte evenmin in mijn voordeel.
Mijn ouders moesten jammer genoeg beiden werken. Werken om in de eerste levensbehoefte te voorzien. Een huis met voor ieder kind een aparte kamer was in die tijd een enorme luxe en dus niet voor ons weggelegd.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/