Aflevering 1: De onderzoekskamer

DE ONDERZOEKSKAMER
Geschreven door Bert Plomp

In de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw woonde ik in het Lodewijk Napoleonplantsoen in Utrecht. Aanvankelijk in het eerste blok op de derde etage. Met vijf andere gezinsleden deelde ik daar een kleine vierkamerflat.
Vanaf het achterbalkon van deze flat keek ik neer op een zeskamerflat in het tweede blok. Anderzijds keek ik ook weer op tegen die flat omdat die twee kamers meer telde. Bovendien werd deze woning betrokken door maar twee personen: een arts en zijn gemalin.
Ik weet het niet zeker, maar de dokter zijn naam was dacht ik Fokker, welke naam later in dit verhaal een diepere betekenis krijgt.
Dokter Fokker had een florerende praktijk in het Lodewijk Napoleonplantsoen. De flat die hij en zijn partner bewoonden, telde op de eerste etage vier en op de begane grond twee kamers. De parterre fungeerde als praktijkruimte, bestaande uit de spreekkamer aan de voorkant en de onderzoekskamer aan de achterzijde van de flat.
Als ik naar beneden keek op die flat, had ik toch wel de “p” in over het feit dat wij met zes personen genoegen moesten nemen met vier kamertjes, terwijl zij, met z’n tweeën, konden beschikken over zes kamers. Maar okay, Fokker was een arts en pa was in die dagen slechts een aankomend verzekeringsagentje.
Links van de huisarts woonde de familie Wilstra en rechts de familie Wink.
In het eerste blok van de woonwijk waren aan de pleinzijde, de voorkant, tal van winkeltjes gevestigd. Er was een drogisterij gevestigd, onder de bezielende leiding van tante Greet. Er was een sigarenboer annex postagentschap met meneer en mevrouw Van den Akker aan het roer. Voorts een kruidenier Van der Rijst, een melkboer Van Maurik, Marja Manufacturen en ten slotte nog groenteboer Stroes.
De supermarkt van tegenwoordig is natuurlijk heel comfortabel. De winkeltjes van toen waren echter heel speciaal en veel klantvriendelijker. Hoe klein je aankoop ook was, als kind kreeg je altijd een kleine versnapering na het afrekenen. Wat heden als een zeer moderne service geldt: boodschappen thuis laten bezorgen, was vroeger de normaalste zaak van de wereld.
Mijn oudere broer Theo had het al op jonge leeftijd helemaal in zich, die klantvriendelijkheid. Hij assisteerde de melkboer op zijn dagelijkse ronde en leverde de bestellingen af. Die bestellingen werden menigmaal van vierhoog naar beneden geschreeuwd. Theo deed zijn werk natuurlijk niet voor niets. Hij werd voor zijn hulp rijkelijk beloond. Op een doorsnee zaterdag verdiende hij al gauw 50 cent. Bovendien hield hij er ook nog een goede fysieke conditie aan over. Want eenmaal vierhoog aangekomen met het bestelde, bleek hij vaak over onvoldoende wisselgeld te beschikken. Dan kon hij het traject op en neer, of beter gezegd: neer en op en neer nogmaals afleggen.
Als je tegenwoordig over “even achterom gaan” spreekt, moet je niet vreemd opkijken indien dat seksueel opgevat wordt. Even “achterom gaan” was toentertijd een heel fatsoenlijke onderneming en had absoluut niets met seks te maken. Winkeliers sloten destijds om 18:00 PM de voordeur. Omdat ze daarna nog even bezig waren met het tellen van de dagopbrengst en het opnieuw vullen van de schappen, brandde er tot zeker een half uur na sluitingstijd nog licht in de zaak. Zolang dat licht niet gedoofd was, kon je even snel achterom gaan, oftewel via de achterdeur het magazijn van de winkel binnenglippen en nog een bestelling plaatsen. Daarna rekende je of cash af of je liet het verschuldigde bedrag “in ‘t boekje opschrijven”. Dit boekje was een ouderwetse vorm van een gecodeerde administratie. Afgenomen producten, die in het boekje stonden genoteerd, waren voor de afnemer vaak volstrekt onleesbaar. Het genoteerde was niet alleen cryptisch, maar ook nog eens bevlekt. Het afrekenen aan het einde van de week wilde daarom nog weleens aanleiding tot discussie geven.
Huisarts Fokker was in zekere zin ook een winkelier. Ook hij had een “achterom” en wel naar de onderzoekskamer van zijn praktijkruimte. Deze kamer was voorzien van allerhande praktische toestellen en een soort bed.
Fokker zijn onderzoekskamer was wel veel minder hel verlicht dan eerdergenoemde winkels. Bovendien, wilde je na de officiële praktijktijd even binnenglippen, dan moest je je nog wel eerst door de gemeentelijke groenvoorziening zien heen te worstelen. De doornige hoge heg vormde in dat opzicht wel een lastige hindernis.
Overdag zocht de alledaagse patiënt de toegang tot de praktijk via de hoofdingang, gelegen op de eerste etage aan de voorzijde van de flat. Mevrouw Wilstra echter, de buurvrouw van dokter Fokker, bezocht de arts bij voorkeur na sluitingstijd en wel achterom.
Het was omwonenden opgevallen dat mevrouw Wilstra regelmatig, terwijl de aardappeltjes op het vuur stonden en de heer des huizes nog niet van een dag noeste arbeid was wedergekeerd, nog even snel bij dokter Fokker achterom binnenwipte. Voor vage klachten in de buikstreek, wilde zij zich dan nog eens grondig laten onderzoeken.
Toen dit achterom helpen van een vrouwelijke patiënt een zekere grens had overschreden, verliet Mw. Fokker het Lodewijk Napoleonplantsoen en liet onze huisarts alleen in zijn praktijk achter.
Mw. Wilstra had inmiddels eieren voor haar geld gekozen. Zij was plots volledig genezen van haar chronische klachten en bijzonder trouw aan haar man geworden.
Fokker heeft nadien zijn praktijk nog enige tijd overeind weten te houden. Als “schuldig gescheiden man”, dat was in die tijd een individu waar je met een grote boog omheen liep, moest hij het uiteindelijk afleggen tegen de negatieve publieke opinie. Hij vertrok met onbekende bestemming.
Ons geluk was dat deze felbegeerde zeskamerflat vrijkwam en dat wij erin konden trekken: een geweldige weelde.
De voormalige onderzoekskamer werd aan mijn jongere broer Charles en mij toegewezen. Nog jaren heeft die kamer als zodanig gediend.

Wordt vervolgd

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/