Aflevering 1: Op weg naar Kreta

OP WEG NAAR KRETA
Geschreven door Bert Plomp

Vrijdagmorgen 4 september 05:45. De wekker is nog niet afgegaan. Ik besluit toch maar op te staan. Je weet immers maar nooit.
Van huis naar Dublin airport is bijna vijf uur rijden. Een kopje koffie, tanken en de maximumsnelheid in achtgenomen.
Dit jaar moet ik ook nog rekenen met corona. Met covid-19, zoals de Ieren het noemen.
Wat staat me in Dublin te wachten? Ik heb alle formulieren voor de heen- en terugreis succesvol ingevuld, althans volgens internet. Dat is echter geen garantie.
Vlakbij het vliegveld heb ik een parkeerplaats geregeld in de ondergrondse parkeergarage van een casino. Daar kon ik mijn auto kwijt voor nog geen €48 voor 15 dagen. Dat is nog eens een goede gok.

Alles loopt op rolletjes. Ryanair vertrekt zelfs tien minuten voor tijd en is, ondanks corona, toch nog voor 90 procent bezet. Ik heb extra beenruimte geboekt op stoel 17F. “In the unlikely event”, heb ik tevens het voorrecht de nooddeur te mogen openen voor mijzelf en andere passagiers. De twee zetels naast mij zijn onbezet. Dat is een hele weelde op zo’n lange vlucht.
Op weg naar de gate en in het vliegtuig luidt het credo “mondkapjes op”. Onbewust kijk ik voortdurend rond of er zich “corona-verdachte” individuen in mijn directe omgeving ophouden. Als ik iemand hoor hoesten of niezen, hou ik mijn adem in en trek ik mijn mondkapje extra aan. Vervolgens loop ik met een wijde boog om de patiënt heen.
De sfeer in het vliegtuig is heel ontspannen. Er zijn geen opgefokte individuen of kapjesweigeraars.
De hele vlucht heb ik nauwelijks gebruik gemaakt van mijn zelf vervaardigde mondkapje. Enkele flesjes wijn boden mij een uitweg.

‘s Avonds om negen uur laat het hulpje van de gezagvoerder weten dat zijn chef de landing op Chania airport heeft ingezet. Via luid trompettergeschal uit de loudspeakers, kom ik tot de conclusie dat we geland zijn. Een kwartier voor tijd maar liefst.
Geweldig. Nu nog even snel door de douane en naar de gereedstaande taxi. Dan op naar hotel de Royal Sun. Lekker eten en op tijd naar bed, denk ik.
Helaas. Ik kies weer eens de verkeerde rij uit. Zelfs een jong koppeltje in de andere rij is eerder door de douane. Dit stelletje is al vanaf de vliegtuigtrap ruzie aan het maken en wel zodanig, dat het meisje staat te huilen en weigert de gang naar de paspoortcontrole te maken.
Ik overweeg een moment beide jongelui tot de orde te roepen en het meisje te troosten, zo aan het begin van hun welverdiende vakantie.
Mensen gaan vaak met veel te hoog gespannen verwachtingen op reis en als het dan even tegenzit, is leiden in last.
Gelukkig heb ik me er niet mee bemoeid, anders was ik wellicht nooit langs de grenspost gekomen.
Daar blijft het echter niet bij. Net voorbij de bewaking valt mij de eer ten deel een corona-testje te mogen afleggen. Geheel gratis weliswaar.
Omdat ik later niets meer heb vernomen, moet het resultaat wel negatief zijn geweest. Voor mij dus positief. Het is allemaal nogal verwarrend.
Al met al sta ik toch nog redelijk op tijd oog in oog met mijn taxichauffeur. Hij brengt mij met gezwinde spoed naar mijn hotel. Naar mijn smaak iets te gezwind. Die Grieken rijden werkelijk als gekken.
Na een heerlijke, Griekse salade met een prachtig uitzicht over een feeëriek verlicht Chania, gevolgd door een cappuccino met een glaasje Cointreau, lig ik op een christelijke tijd in bed. Vanwege mijn opvoeding, hecht ik aan dat laatste altijd veel waarde.

De volgende dag is het vroeg op pad richting Mirtos. Van de noordwest- naar de zuidoostkust. Gelukkig kan ik mijn huurmobiel bestijgen zonder teveel glaasjes giftige raki in mijn aderen. Het is namelijk een rit van pakweg vier uur dwars door de bergen. Met her en der valkuilen in de weg en tegenliggers met zelfmoordneigingen.
Desalniettemin bereik ik zonder kleerscheuren mijn paradijsje op aarde.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/