Aflevering 1: Los het zelf maar op

LOS HET ZELF MAAR OP
Geschreven door Bert Plomp

In de jaren zestig werkten jongeren er hard aan om onder het gezag uit te komen. Dat gold met name het gezag van de ouders, de schoolleiding, de politie en de overheid. Dat ging niet zonder slag of stoot. Die strijd ging gepaard met het ontvangen van veel slaag.
Indien je als jongere je ook maar enigszins verzette tegen de heersende autoriteit, dan kon je rekenen op een flinke afranseling. Zelfs indien je slechts iets ter discussie stelde.
Wanneer je om zo’n “vergrijp” elders al klappen had geïncasseerd, kon je er thuis maar beter over zwijgen. Je liep anders kans in je veilige haven nog eens op je falie te krijgen.

Omdat ik van jongs af aan regelmatig de grenzen van het gezag opzocht, heb ik heel wat moeten verduren.
Vanaf de kleuterschool tot aan het einde van het voortgezet onderwijs heeft mijn hoofd een lawine van klappen over zich heen gehad. Tevens zijn er keer op keer pogingen gedaan de oren van mijn kop te rukken. Overigens, zonder succes.
Heden gaat dat wel even anders toe.
Wanneer je tegenwoordig als politieagent tijdens geweld moet optreden, dan moet je uiterst voorzichtig handelen. Je moet in een fractie van een seconde alle pro’s en contra’s tegen elkaar afwegen. Bij het handelen kun je je geen foutje permitteren. Je kunt ervan verzekerd zijn dat je juridisch keihard wordt aangepakt indien je in de fout gaat. Mogelijk word je zelfs tijdelijk of definitief uit je functie gezet.
De partij waartegen je moet optreden weegt doorgaans helemaal niets af. Wel is die partij er zich van bewust dat hij kan rekenen op de beste juridische bijstand wanneer het misgaat. Zo ook op sympathie van de rechterlijke macht.
Vaak loopt een misdadiger op de dag van zijn delict alweer vrij rond. Regelmatig komt hij ervan af met een aantal uurtjes werkstraf.
Bij een ernstig delict komt hij in de regel ver binnen de straftermijn opnieuw op vrije voeten. Veel eerder, omdat hij zich niet misdragen heeft binnen het gevang.

In een gewapend conflict moeten militairen nu ook op eieren lopen. Als ze niet uiterst zorgvuldig het gevecht aangaan, hangt hen eenzelfde lot boven het hoofd.
Als je vandaag de dag als onderwijzer maar naar een kind wijst, moet je ermee rekenen dat een van zijn ouders langskomt om je een corrigerende tik uit te delen.
Zelfs als arts ben je niet veilig meer bij het uitspreken van een diagnose. Als de uitslag de patiënt niet behaagt, loop je de kans in elkaar geramd te worden.
Dit geldt mutatis mutandis ook voor ambulancepersoneel, brandweerlieden en andere hulpverleners. Het is werkelijk de waanzin ten top.
De samenleving zou beter af zijn bij een terugkeer naar de tijd van de corrigerende tik. Maar dan wel een tikkeltje milder.

Om een idee te geven hoe de omverwerping van het gezag zich vroeger bij mij thuis voltrok, geef ik eerst even de samenstelling van de strijdende partijen: het gezinnetje.
Toen ik het levenslicht zag, was mijn moeder 33 en mijn vader 31 jaar oud. Mijn oudste broer Theo was toen 4 jaar oud. Charles kwam 3 jaar na mij ter wereld. Nog weer eens 5 jaar later, mijn zus Saskia.
Mijn ouders waren aan de late kant met het stichten van een gezin. De tweede wereldoorlog en hun veeleisende betrekking bij het Leger Des Heils zullen daar debet aan zijn geweest. Voor zover ik dat kan beoordelen, heb ik er geen hinderlijke afwijkingen aan overgehouden.
Pedagogisch gezien, kun je nauwelijks beweren dat mijn ouders me hebben opgevoed. Zeker naar de huidige maatstaven niet. Er valt dus niet te zeggen of ze ouderwets of modern daarin waren: er was simpelweg geen opvoeding.
Eerst toen ik een teenager was, kon dat wel. Toen kon je met wat goede wil zeggen dat ze “modern” waren geworden. Maar alleen omdat ze niet anders konden. Ze werden namelijk gedwongen met de ontwikkeling van hun kroost mee te gaan.
De maatschappelijke veranderingen, waaraan Charles en ik volop meededen, konden ze gewoonweg niet tegenhouden. Hoe graag ze dat ook hadden gewild.
Hoewel mijn ouders zich hevig verzetten tegen iedere wijziging, bleven Charles en ik voortdurend onze grenzen verleggen en daardoor ook hun grenzen.
Uiteindelijk gaven mijn ouders hun verzet op. Vanaf dat moment keken ze veel soepeler naar de ontwikkelingen binnen hun toen nog christelijke gezinnetje. Ontwikkelingen die zo nu en dan stormachtig waren.

Feitelijk behelsde de opvoeding van mijn ouders niet meer dan het bieden van onderdak en eten. Ze runden bij wijze van spreken een “bed and breakfast” voor de kinderen. Daar bleef het niet bij. Ieder kind kreeg ook nog eens de gelegenheid om naar school te gaan.
Zo eenvoudig moet hun doelstelling zijn geweest. Ze vonden dat eigenlijk ook wel mooi genoeg. In die dagen, vlak na de oorlog, ging het bij vele andere gezinnen niet anders toe.
Begeleiding was er niet bij. Niet bij huiswerk, niet bij problemen op school, niet bij problemen met wie of met wat dan ook. Je moest alles maar zelf zien op te lossen.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/