Aflevering 2: Je mankeert verder niets

JE MANKEERT VERDER NIETS
Geschreven door Bert Plomp

Met mijn fraaie Tomos scheurde ik stad en land af. Bijna wekelijks naar de camping en regelmatig naar Den Haag voor het bezoeken van een concert in Club 192.
Weer of geen weer, gestoken in mijn lange zwarte ribfluwelen jas met zwarte bontkraag, was ik voortdurend met de brommer op pad.
Op veel van die tochten werd ik achterop de Tomos vergezeld door een donkerharige schone, die me met haar armen stevig omklemde. Die omklemming diende niet alleen om te voorkomen van de brommer geslingerd te worden. Vaak mondde zo’n ritje uit op een gemotoriseerde vrijage. Wat een aangenaam gevoel was dat onder het scheuren.

Veel minder aangenaam was het toen ik op een winterse dag hard onderuit ging met mijn race-ijzer in het centrum van Utrecht. Gelukkig was ik die avond in mijn eentje onderweg.
Veel te hard rijdend op de Oude Gracht, sloeg ik scherp linksaf de Geertebrug op bij Sarasani. Omdat het flink gesneeuwd had, was de brug spiegelglad. Ik slipte en ging met brommer en al plat tegen de glinsterende klinkertjes.
Het scheelde maar een haar of ik gleed onder de balustrade van de brug door, het ijskoude water van de Oude Gracht in.

Een andere pijnlijke glijpartij met mijn Tomos vond wederom plaats onder winterse omstandigheden.
Rond een uur of elf ‘s avonds reed ik toen in Driebergen. Over de Arnhemse Bovenweg snelde ik door een bosrijke villawijk, op weg naar camping Het Grote Bos. Ik had haast want om klokslag 11 uur werd de toegang tot de camping versperd.
Gelukkig voor mij, als je al van geluk mag spreken wanneer je zo hard op je bek gaat, kwam ik net voor het huis van ene dokter Fokker ten val.

Fokker was in Utrecht in die dagen bepaald niet een te goeder naam en faam bekendstaande arts. Na zijn vertrek uit de domstad had deze geneesheer zich in de Gynaecologie gespecialiseerd en een praktijk in Driebergen geopend.

Terwijl mijn brommer op het wegdek nog achter mij aan gleed, roetsjte ik inmiddels via de achteringang van Fokker’s villa, min of meer zijn praktijk binnen.
De dokter en zijn vrouw waren net naar bed gegaan, toen ze opschrokken van de harde klap die ik maakte.
Fokker, gestoken in zijn pyjama, en zijn knappe blonde vrouw, die even iets omgeslagen had, stonden vrijwel direct buiten om mij te helpen.
Toen ze mij de onderzoekskamer hadden binnen geholpen en mij op een bed hadden neergevlijd, constateerden zij dat de rechter zijde van mijn lijf vol schaafwonden zat.

De vrouw van dokter Fokker, die hem in de praktijk assisteerde, had snel een witte verpleegstersschort aangetrokken. Ondanks alle pijn die ik leed, kon ik toch nog net ontwaren dat zij zeer schaars gekleed was onder haar voorschoot.
Terwijl zij druk bezig was heel teder mijn opgelopen wonden en zwellingen te verzorgen, ging de telefoon. Haar man werd voor een spoedgeval weggeroepen. Fokker’s aanwezigheid was dringend gewenst bij de afwikkeling van “een zware bevalling”.
Mijn verzorgster ging echter onverstoorbaar door met zich te ontfermen over mijn kwetsuren.
Toen zij gereed was met het plakken van een laatste grote pleister, wilde zij mij niet direct laten gaan. Voor alle zekerheid wilde zij mij eerst nog eens uitvoerig onderzoeken.
Nadat zij haar schort had laten vallen, kroop ze bovenop mij. Ik liet haar maar begaan, want de stekende pijn die ik aanvankelijk ervoer, had pijlsnel plaats gemaakt voor een opgewonden gevoel in mijn onderlichaam.
Zo teder als zij eerder mijn letsels had behandeld, zo teder bracht zij thans ook deze zwelling tot rust.
Terwijl zij midden in de nacht van mij afrolde, fluisterde ze heel sensueel in mijn oor: “Je mankeert verder niets, maar ik wil toch dat je nog een aantal keren terugkomt voor controle. Kom dan maar even snel achterom, als mijn man er niet is”.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/