Aflevering 2: Meisjesogen

MEISJESOGEN
Geschreven door Bert Plomp

Mijn Opa Heijgen, de vader van mijn moeder, kocht bijna wekelijks kleding en allerlei andere in de trein achtergelaten spullen op de spoorwegverkoping. Ik was er iedere zaterdagmorgen als de kippen bij om bij hem kleding en dergelijke uit te zoeken. Voor mij was niets bij voorbaat niet goed genoeg.
Ik denk dat mijn verkleedpassie haar oorsprong vond op de zolder van mijn jeugdvriend Joop de Bode. Op de zolder van de familie de Bode in het Lodewijk Napoleonplantsoen, repeteerden we namelijk al op jonge leeftijd toneelstukjes voor schooluitvoeringen. Hierbij maakten we gretig gebruik van alle op zolder in koffers opgeborgen kleding en niet in de laatste plaats van oude kledingstukken van de vrouw des huizes. Het was als jongetje toen best een spannende ervaring om eens een stukje dameskleding om je lijf te slaan.
Wellicht dat mijn dochter Florence ook iets van mijn verkleedmanie heeft overgenomen. Zij heeft in haar jeugd regelmatig, verkleed als “Lawrence of Arabia”, de Lessinglaan in Oog in Al onveilig gemaakt.
Als er bij mijn ouders thuis al geld werd besteed aan kleding, hetgeen zeer zelden het geval was, dan ging dit geld vooral op aan kleding voor mijn oudste broer Theo. Hij zal dit overigens nog steeds tegenspreken, refererend aan “het feit” dat ik moeders lievelingetje was. Maar goed, Theo was als student, qua kinderbijslag, de grootste inkomstenbron voor mijn ouders en voor wat hoort wat.
Als mijn jongere broer Charles en ik ook eens in waren voor iets nieuws, bijvoorbeeld in waren voor een “beatlejasje”, dan werd er in het beste geval een grote lap zwart ribfluweel gekocht op de lapjesmarkt en nam vaderlief thuis vol goede moed plaats achter de naaimachine. Die aanpak beloofde zelden veel goeds.
De lieve man deed altijd zijn uiterste best om er iets toonbaars van te maken. Hij zat dan dagen achtereen in zijn schaarse vrije tijd achter de “Singer trapnaaimachine” als een bezetene van zich af te trappen om de machine naaiende te houden. Je kon de buren op zulke dagen bijna horen denken dat er bij de familie Plomp weer enthousiast genaaid werd. Het dreunende lawaai van de trapnaaimachine was hoor- en voelbaar tot in alle uithoeken van het flatgebouw.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat het produceren van zo’n “beatlejasje”, hoe eenvoudig ook van snit, voor een goedwillende amateur toch een hele opgave is. Het jasje dat uiteindelijk uit de machine rolde, kon de toets der kritiek best doorstaan. Het eigenmaaksel had een rond boordje zonder kraag en had geen revers, typisch een “beatlejasje” dus.
Heel anders was het gesteld met de pantalon die hij eens op mijn verzoek vervaardigde. Na het succes van het jasje, dacht ik: nu kan Pa voor mij van dezelfde stof ook nog wel een pantalon met licht uitlopende pijpen maken.
Het schijnt niet eenvoudig te zijn om een fatsoenlijk ogende gulp in een broek te naaien. Mijn vader was in die tijd weliswaar een verdienstelijke verzekeringsagent bij de “Onderlinge ‘s-Gravenhage”, maar hij was zeker niet een alom gerespecteerde couturier.
De pantalon die hij produceerde en waarmee ik aansluitend uit de kast moest komen, kende twee in het oog springende details. Om te beginnen de vouw in de licht uitlopende pijpen. Die vouw trok in beide broekspijpen overdreven ver naar buiten, daarmede ongewild de indruk wekkend bij toeschouwers van het andere geslacht dat ik me provocerend wijdbeens wilde voortbewegen. En dan de gulp. De gulp was dusdanig dik op het kruis gestikt en puilde deswege zover ver naar buiten uit, dat zelfs op grote afstand de valse gedachte kon worden uitgelokt dat zich achter die gulp een gigantische opwinding schuil hield. Vooral dit laatste was voor mij, een puber van pakweg veertien jaar, een waar schrikbeeld. In dat opzicht had ik het idee dat ik erbij liep als een ballerino: een bij het ballet dansende jongeman die zijn hele zaakje aan de voorzijde in zo’n suspensoir gepropt heeft . Ik vind dat er echt niet uitzien en daarom ga ik ook nooit naar een balletuitvoering. Het geheel tussen je benen persen of naar achteren duwen zal wel een te pijnlijke optie zijn.
Terugkerend naar mijn pantalon. Als er geen andere broek voor handen is, dan toch maar liever met die maffe broek dan zonder broek de straat op, redeneerde ik.
Ik geneerde me werkelijk te pletter, want overal waar ik verscheen waren  de meisjesogen op mijn kruis gevestigd.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/