Charlie

CHARLIE
Geschreven door Bert Plomp

In “Charlie” schetst Bert Plomp met warme pen en vileine precisie een portret van zijn jongere broer Charles — later Carla — een creatieve rebel die zijn eigen weg zocht én verloor in een wereld die daar niet altijd klaar voor was.
Plomp neemt ons mee naar een gedeelde jeugd vol rock-’n-roll, posters van The Stones, gezoem van petroleumkachels en een strijd om lange haren — een tijdsbeeld dat je meteen ruikt, hoort en ziet. De anekdotes zijn rijk aan detail: de kamer altijd piekfijn in orde, de camping in Doorn waar Charles, gewapend met zijn onafscheidelijke hark, in zijn eentje het bos leek te willen egaliseren. Deze jeugdherinneringen ademen de weemoed naar een onschuldiger tijd, waarin rebellie nog veilig en huiselijk was, een gevecht tegen ouders en roetvegen, niet tegen de samenleving.
Langzaam schuift het beeld: van de opgeruimde jongen die badmintonvelden aanlegt, naar de ongeduldige puber die ruiten intrapt omdat zijn broers hem voor de deur laten staan — een karaktervol detail dat zowel ontroert als amuseert. Plomp schrijft met liefde, maar niet zonder ironie. Hij spaart zichzelf niet en spaart zijn broer niet: die ondeugende twist geeft het verhaal zijn geloofwaardigheid.
Het wordt pas echt indringend wanneer Charles’ artistieke kant opbloeit in de flowerpowertijd. De scènes in de Utrechtse commune — met de vagina op de brievenbus en de geestverruimende kleuren op de muren — zijn onmiskenbaar jaren zeventig: vrij, wild en onbesuisd. Maar Plomp laat ook subtiel doorschemeren hoe deze creatieve vrijheid nooit genoeg was om het innerlijke conflict van zijn broer te bezweren.
De onthulling van Charles dat hij zich meer vrouw dan man voelt, is een sleutelmoment. Plomp beschrijft dit met ontroerende soberheid. Hij toont zich een begripvolle broer, al schemert door zijn nuchtere observaties ook de verwarring over wat dit betekent — toen én nu. De eerlijkheid waarmee Plomp erkent dat hij nooit kon geloven dat een lichaam werkelijk van geslacht kan veranderen, geeft het verhaal een persoonlijke, menselijke diepte. Het is geen ideologisch pleidooi, maar een openhartige getuigenis.
Het laatste deel, de tragiek van Carla’s eenzaamheid en haar zelfgekozen dood, snijdt dwars door de kleurrijke jeugdherinneringen heen. Het contrast tussen de ordentelijke administratie en de chaos van haar innerlijke strijd is schrijnend. Plomp benoemt zonder opsmuk hoe pesten, financiële ellende en een meedogenloze zelfkritiek Carla’s leven langzaam uitholden. Het laat de lezer achter met ongemakkelijke vragen over hoe ver acceptatie reikt, en hoe beperkt die soms blijft.
De kracht van “Charlie” zit in Plomps toon. Hij schrijft liefdevol maar niet sentimenteel, scherp maar niet cynisch. Hij weet kleine, alledaagse details — een hark, een badmintonnet, een plak cake — te verheffen tot symbolen voor een groter verhaal over vrijheid, familie en de pijn van niet passen in een hokje.
“Charlie” is een ode aan een broer die zijn eigen weg probeerde te vinden. Een intiem, eerlijk en droevig portret dat nog lang natrilt. Plomp bewijst opnieuw dat hij de gave bezit om persoonlijke geschiedenis tastbaar te maken, en het alledaagse gewicht en glans te geven.
Kortom: Een indringend familieportret — rauw, geestig en pijnlijk mooi.
Aukje Idema

Aflevering 1: Een creatieve rebel

Aflevering 2: Een onverwachte onthulling

Aflevering 3: Een droevig einde

Voor alle verhalen klik op: Verhalen

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina: