Aflevering 3: Een krantenwijkje

EEN KRANTENWIJKJE
Geschreven door Bert Plomp

Op mijn oude witte opoefiets meldde ik mij op een dag in september 1959 op de Drift nummer 23. Aldaar ontving ik een dubbele fietstas met de tekst Utrechts Nieuwsblad erop. Voorts kreeg ik een klantenboekje district Rivierenwijk en een daarmee corresponderend aantal kranten.
Het eerste bezorgingsrondje was een ware nachtmerrie. Op de fiets dwars door het centrum van Utrecht naar de adressen in de Rivierenwijk. Met twee van die afgeladen fietstassen achterop. Het was voor een 11-jarige een barre onderneming.
Omstreeks 16:30 uur vertrok ik van de Drift en een half uur later reed ik de Rivierenwijk binnen.
Met het klantenboekje in mijn hand zocht ik alle straten af om mijn klanten tijdig een krant te bezorgen.
Natuurlijk had ik op die eerste ronde meer tijd nodig. Mijn clientèle had daar evenwel geen boodschap aan. De eerste lezers stonden al woedend aan de deur te wachten omdat de krant een kwartiertje later dan gebruikelijk arriveerde. Verderop in de wijk nam die wachttijd alleen nog maar toe. Dit had tot gevolg dat ik pas rond 19:00 uur de laatste klanten aandeed. Ik werd bijna gestenigd, terwijl er toen in de verste verte geen sprake was van een ophanden zijnde invoering van de Sharia.
Na verloop van tijd leerde ik de adressen en de klanten goed kennen. De krant werd vanaf dat moment overal op tijd bezorgd. Vaak wachtte zo’n klant, staande aan de andere zijde van de brievenbus, mijn komst af. Zodra ik dan de krant in de gleuf stak, werd deze vanaf die kant reeds uit mijn handen gerukt. Het kan niet anders zijn dan dat het UN een kwaliteitskrant is geweest.

Voor iedere abonnee kreeg ik een vast bezorgingsbedrag. Dit bedrag kon ik in mindering brengen op het abonnementsgeld dat ik incasseerde.
Er waren klanten met een weekabonnement en er waren klanten met een maandabonnement. Deze klanten moesten op verschillende tijdstippen voor incasso bezocht worden.
Regelmatig kwam het voor dat, wanneer het op betalen aankwam, er niemand op mijn komst stond te wachten. Dat de deur van de klant hermetisch gesloten bleef, zelfs na langdurig aanbellen. Zelfs wanneer er reeds oogcontact was geweest met de debiteur, comfortabel zittend in zijn fauteuil.
In zo’n geval moest je voor je geld op een andere dag weer bij die klant aankloppen.
Vooral in de winter was dat een bezoeking. Regelmatig moest je dan een spiegelglad hellinkje af op het Rotsoord. Glijdend met de fiets met zwaarbeladen tassen moest je die hindernis zien te nemen. Nadat je bijna je nek had gebroken en verkleumd van de kou was, stond je weer bij die klant op de stoep. Met handen die pijn deden van de kou. Het was op zo’n moment bijna onmogelijk om met halfbevroren vingers nog je knip te openen en het geld in ontvangst te nemen, laat staan geld te wisselen. Onder zulke barre omstandigheden liet zo’n ellendeling je gerust nog een tijdje buiten in de ijzige kou wachten. Er verstreken zo minuten eer hij bereid was zijn warme plekje bij zijn hoog brandende potkachel op te geven om je het verschuldigde bedrag van een paar kwartjes te overhandigen.

Een echte feestdag was het wanneer je een nieuwe klant kon noteren. Vooral als het om een nieuwe klant ging voor een maandabonnement of langer. In dat geval kreeg je een mooie aanbrengbonus. Voor een nieuw weekabonnement bedroeg de bonus een paar gulden. Voor een nieuw maandabonnement kreeg je echter een tientje!
Het binnenhalen van een nieuwe klant was bepaald geen sinecure. Het was echt afzien. Je was maandenlang bezig zo’n wantrouwend individu te paaien door het overhandigen van een gratis krant.

Samen met broertje Charles bracht ik in die tijd ook nog reclamefoldertjes rond. Veelal waren het blaadjes van verschillende winkels. Thuis, met inzet van de gehele familie, werden de diverse foldertjes samengevoegd. Zodoende konden ze tijdens de verspreiding in een handeling in de brievenbussen worden gepropt.
Tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat die blaadjes niet altijd de beoogde eindbestemming bereikten: de brievenbus.
Het kwam nogal eens voor dat Charles en ik besloten tot een andere destinatie.
Als we in tijdnood verkeerden of simpelweg geen zin hadden al die brievenbussen af te sjouwen, kreeg de hele partij reclame een soort zeemansgraf. Op zo’n dag werd het omvangrijke pak zorgvuldig in elkaar gevouwen blaadjes over de balie van de Prinsebrug in de Kromme Rijn gesodemieterd.
In die dagen stonden we nog niet zo stil bij het milieu.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/