Aflevering 2: Bloed achter mijn ogen

BLOED ACHTER MIJN OGEN
Geschreven door Bert Plomp

De volgende aanval op mijn hoofd voltrok zich aan het begin van de zomervakantie in 1959. Als 11-jarige vertrok ik met de andere leden van het gezin naar ons vaste vakantieadres. Naar camping Het Grote Bos, gelegen op de grens van Driebergen en Doorn op de Utrechtse Heuvelrug.
Aldaar net aangekomen, rende ik met een zomers enthousiasme naar de grote speeltuin. Ik wilde me direct gaan uitleven op een van de aanwezige speeltoestellen.
Door mijn grote geestdrift zag ik helaas over het hoofd dat een zwaargewicht, gezeten op een stalen schommel, juist zijn hoogtepunt had bereikt en de afdaling had ingezet. Met een razende vaart stortte deze volwassen schommelaar zich omlaag en eenmaal beneden aangekomen ramde hij mijn hoofd. Het scheelde niet veel of mijn hoofd werd van mijn romp gescheiden en in dat geval mogen ze je officieel dood verklaren. Tenminste als je hoofd minstens 30 centimeter verderop ligt.
Zigzaggend, als een zwaar beschonken individu, heb ik nog  net ons tenthuisje op de camping weten te bereiken, alwaar ik uiteindelijk knock-out ging.
Voor wat het waard was, mijn moeder liet de toegestroomde bosgemeenschap weten dat een geconsulteerde specialist bloed achter mijn ogen had vastgesteld en dat ik een zeer zware hersenschudding had opgelopen. Wat dat medisch allemaal voorstelde, ik had geen flauw idee, maar het klonk best wel stoer: “Bloed achter mijn ogen”. Ik was er zelfs een beetje trots op. Als klein jongetje vroeg ik mij wel direct af hoe die man in godsnaam een kijkje achter mijn ogen had kunnen nemen.
Gelet op deze indrukwekkende diagnose, werd mijn oudere broer Theo prompt gesommeerd zijn bevoorrechte slaappositie in ons tenthuisje te verlaten. Zijn vrijstaande eenpersoonsbed moest hij voor de duur van de gehele zomervakantie aan zijn jongere broer Bert afstaan.
Ofschoon Theo behoorlijk tegenstribbelde, sliep ik nog diezelfde avond in het felbegeerde bed.
Na 14 dagen hield ik het met het voorgeschreven platliggen wel  voor gezien. Vanaf dat moment zat ik weer rechtop en volop te kaarten met de rest van de club aan de grote tafel.
Nog voordat ik de stap zette naar het voortgezet onderwijs, werd mijn hoofd andermaal geteisterd. Ditmaal gelukkig niet overdreven zwaar.
Tijdens een wilde achtervolging door de gangen van de lagere school, smeet de persoon die ik achtervolgde een glazen deur vlak voor mijn neus dicht. Door mijn vaart restte mij niets anders dan door het glas van de deur heen te duiken. Onder het motto van “als het toch moet dan maar goed”, rondde ik de achtervolging af met een sierlijke snoekduik door de ruit.
Ofschoon ooggetuigen zeer onder de indruk waren van de kwaliteit van deze acrobatische actie, bleef de uitvoering niet zonder schade.
Natuurlijk was daar om te beginnen de glasschade. Deze schade werd verhaald op mijn ouders en zij verhaalden die financiële tegenvaller op hun beurt weer op mij. Niet door mijn zakgeld een halfjaar lang niet uit te betalen, maar door mij op een zodanig aantal lellen om mijn kop te trakteren dat zij uiteindelijk het plezier van de verrekening verloren omdat hun handen pijn gingen doen.
De snijwonden in mijn gezicht en armen maakten weinig indruk bij pa en ma: eigen schuld, dikke bult.
Al deze hoofdzaken voltrokken zich in mijn jonge jaren en konden wellicht te wijten zijn geweest aan een zekere jeugdige onbezonnenheid.
De laatste keer dat mijn kop ernstig aan geweld bloot stond, was tijdens een gebeurtenis van vrij recente datum.
Bij ons huis in Ierland was ik een paar jaar geleden bezig een antennemast te verplaatsen van de ene heuvel naar de andere. Een verplaatsing met het doel een betere ontvangst van het tv-signaal te bevorderen.
Omdat het hier aan de zuidwestkust van Ierland regelmatig zwaar stormt, is het zaak om alles wat bloot staat aan de kracht der elementen, stevig te verankeren. Zo ook de desbetreffende antennemast.
Bij de eerste installatie van de antenne, had ik de mast aan de voet in beton gegoten.
Toen ik de mast wilde verplaatsen, moest ik deze, inclusief een flinke klomp beton, eerst zien uit te graven. Met heel veel moeite lukte het mij het geheel uit de kuil te liften. Daarna moest de mast nog van de ene naar de andere heuvel verkast worden. Gewoon naar de nieuwe positie dragen was geen optie: de uitrusting was daar veel te zwaar voor. Mijn steekwagen bood echter uitkomst.
Ik kon de antenne met klomp beton nog betrekkelijk eenvoudig op mijn steekwagentje plaatsen. Het probleem rees echter toen ik de zware lading heuvelafwaarts manoeuvreerde. Het wagentje, inclusief vracht, koos op dat moment namelijk een eigen koers en dreigde mij tijdens de afdaling te passeren. Bij deze inhaalactie vloog de verzwaarde antenne van het wagentje en sloeg als een grote hamer tegen de linkerkant van mijn kop. Een enorm gezwollen slaap was het gevolg.
Het mag een wonder heten, maar mijn kop is ondanks alle aanslagen nog steeds intact en ik heb zelden last van hoofdpijn.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/