Aflevering 3: Overreeje door een strontkar

OVERREEJE DOOR EEN STRONTKAR
Geschreven door Bert Plomp

Het klokkenspel roept ook herinneringen in mij op aan de jongerensoos “het Carillon”. Deze sociëteit was in het begin van de zestiger jaren gevestigd in de Domstraat. Schuin tegenover de zijingang van de Domkerk.
Onder het genot van een bekertje koffie en een dennenkoek verbleef ik daar bijna dagelijks na schooltijd. Urenlang luisterde ik er naar de eerste plaatjes van The Beatles en The Rolling Stones.
Het was voor de ingang van het Carillon, dat ik in levenden lijve in 1961 de intocht van Anton Geesink meemaakte.
In een open rijtuig trok hij door de straten van de binnenstad na het behalen van zijn historische wereldtitel in Parijs. Gelijk Julius Caesar in Rome, na het winnen van de Slag bij Alesia, nam hij de toejuichingen van het toegestroomde volk in ontvangst.

Met het imposante geluid van de grote klok van de Dom, die al weer twaalf sloeg, kwam er ook een einde aan deze zoete herinnering.
Opeens kwam ik tot het besef dat er tevens nog andere “klokkenluiders” bestaan. Individuen die er plezier in hebben hun kameraden van weleer een loer te draaien. Door hen te verlinken of zwart te maken.
Tegenwoordig is dat heel populair bij zakenlui, wielrenners, voetballers en andere personen die nog wat te verhapstukken hebben.
Individuen die zelf zich schuldig hebben gemaakt aan het praktiseren van allerlei kwalijke zaken. Zij lappen meedogenloos hun oude kameraden erbij puur voor persoonlijk gewin. Veelal ook om de ernst van hun eigen wandaden af te zwakken. Dat hopen ze te bereiken door het eigen foute handelen te plaatsen binnen een collectief wangedrag.
Ik moet zeggen dat ik weinig op heb met zulke personages. Ik moet sowieso niets hebben van mensen die elkaar verlinken. Dat gedrag roept bij mij DDR-achtige beelden op.
Het doet me ook denken aan de oorlogsdagen. Aan de tijd dat de joden grootschalig werden verraden. Hun verachtelijke verraders ontvingen daarvoor een aardige bonus. Vervolgens werden die ongelukkige joden tegen betaling door de NS naar het voorportaal van de dood afgevoerd.
Je moest wel heel diep gezonken zijn indien je daaraan meewerkte. Nederland “scoorde” in dat opzicht wel opvallend hoog, heb ik tot mijn grote spijt moeten ervaren.

Tegenwoordig wordt het volk aangespoord openlijk of anoniem misdadigers aan te geven.
Indien het om serieuze misdaden gaat, vind ik dat toe te juichen.
Het getuigt van grote moed indien je daartoe bereid bent. De consequenties kunnen voor de aangever en zijn gezinnetje namelijk heel ernstig zijn.
Waar ik echt een hekel aan heb, dat is aan individuen die anderen rapporteren of voortdurend op de vingertjes tikken. Zuiver en alleen omdat die anderen zich niet strikt aan de regeltjes houden. Regeltjes die in Nederland zo talrijk aanwezig zijn.
Het zijn bepaald niet deze brave Hendriken die Nederland groot hebben gemaakt, laat staan nog groter zullen maken.  Het zijn slechts “laag-bij-de-grondse microbenneukers”.
Ik heb het idee dat het geen Utrechts karaktertrekje is om anderen aan te geven.
Maar als je toch verlinkt wordt, dan geldt meestal op z’n Utregs: “Je wor áltijd overreeje door een strontkar, noait door een bloemenkar”.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/