Aflevering 1: Met melk meer mans

MET MELK MEER MANS
Geschreven door Bert Plomp

Mijn ouders sleurden mij van de ene naar de andere school. Wat een beproeving. Ben je net gewend aan je klasgenoten, moet je je weer waarmaken in een nieuwe klas, op een nieuwe school en in een nieuwe omgeving.
Wonende in het pand van het “Leger Des Heils” aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht, ging ik net om de hoek, in de Zuilenstraat naar de kleuterschool. Van die school kan ik me herinneren dat de kleuterleidsters bepaald niet zachtzinnig waren. Menigmaal werden bijna de oren van mijn kop getrokken. Het ging zelfs eenmaal zover dat een “volkse” vrouw uit de ABC straat, die dat orentrekken op de speelplaats vanaf haar balkon had gade geslagen, de leidster in goed plat Utrechts voor van alles en nog wat uitschold. Daar bleef het echter niet bij. Kort daarna stond zij op de speelplaats. Terwijl zij schreeuwde “Vuil loeder, blijf met je gore rot poten van dat jochie af”, greep zij de leidster bij de haren en verkocht haar een ferme klap voor haar kop.
Hoewel ik nog maar een kleuter was, voelde ik gedurende deze afstraffing voor het eerst in mijn kruis iets  zich voorzichtig oprichten.

Na de kleuterschool, ging ik naar de christelijke lagere school op het Domplein. Van die tijd staat me vooral voor de geest de introductie van schoolmelk. Iedere middagpauze moest je van overheidswege een halve liter melk naar binnen werken. De kindertjes mochten de zilverpapieren afsluitingen van de melkflesjes niet weggooien. Het zilverpapier werd op school verzameld voor de toen al hongerende kindertjes in Afrika. Om die reden brachten de scholieren ook het zilverpapier van huis mee naar school. In grote zakken werd het verzamelde papier vervolgens naar een centraal depot afgevoerd. Wat er daarna mee gebeurde, daar hadden we geen weet van. Later maakten we er op school grapjes over. We imiteerde de stem van een Afrikaans kindje dat ons bedankte met de woorden: “Hartelijk dank voor het zilverpapier, het smaakte erg lekker”.
Melk drinken bleef gestimuleerd worden door de overheid. Het innemen van de witte drank, net als het roken van sigaretten, werd toen nog als heel gezond gekwalificeerd. Het was in ieder geval veel gezonder dan zilverpapier eten, hield ik mij toen voor.
Bovendien, als je maar genoeg melk dronk, dan kon je als kind al een begin maken met het beklimmen van de maatschappelijke ladder. Je kon via een lidmaatschap van de zogeheten “melkbrigade”, mits je maar genoeg stempeltjes had vergaard, oftewel genoeg gezopen had, het schoppen tot de alom begeerde post van “melkbrigadier”. Ook dat vooruitzicht sprak mij zeer aan.

Toen mijn ouders op het punt stonden hun betrekking bij het “Leger Des Heils” te beëindigen, moest ons gezin het pand aan de Lange Nieuwstraat verlaten en op zoek gaan naar een nieuw onderkomen. Om die reden heb ik slechts 1 jaar op de Domplein-school gezeten.
Op weg naar het voortgezet onderwijs, bezocht ik aansluitend nog twee andere lagere scholen.
Na de Lange Nieuwstraat woonden we noodzakelijkerwijs, een zomer en een herfst lang, in een tent op camping Het Grote Bos in Doorn. In die periode bezocht ik een maand of vier een lagere school in Driebergen. Daar leerde ik nog schrijven met een lei en een griffel.
De afstand van de camping naar school overbrugde ik regelmatig met mijn zelf gemaakte zeepkist-kar. Ik weet nog dat ik heel trots was op het metalen DAF-embleem, afkomstig van een afgedankte legertruck uit de oorlog, dat ik voorop de zeepkist-kar had gemonteerd.
Toen we eindelijk klaar met kamperen waren en de voor ons bestemde nieuwbouwflat in het Lodewijk Napoleonplantsoen gereed was, verhuisden we weer terug naar Utrecht. Vanaf dat moment kon het lagere schooltijdperk pas echt beginnen. Ik werd geplaatst in de tweede klas van de Hans Christiaan Andersenschool aan de Adriaen van Ostadelaan.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/