Aflevering 4: Valse hoop

VALSE HOOP
Geschreven door Bert Plomp

Zonder verdere incidenten, bereikten we de bergpas. Vanaf hier was het in de volle zon de tocht voortzetten. Het enige gevaar dat hier nog op de loer lag, was een zonnesteek oplopen. Daarnaast moest ik onverminderd geconcentreerd blijven lopen. Steeds de voeten goed optillen en stap voor stap kijken waar ze neer te laten komen. Ook hier waren de paden namelijk rijkelijk voorzien van losliggende stenen. Het was als lopen door een veld vol met boobytraps. Even niet opletten en je ligt op je bek.
Voorts moest ik ook niet uit het oog verliezen dat stenen, thans op het pad liggend, niet lang voordien ergens hogerop vredig lagen te rusten.
Het is natuurlijk wel zo, wanneer zo’n steen naar beneden komt suizen en je raap treft, dat je je dan verder geen zorgen meer hoeft te maken over de aanvang en de hoogte van je AOW-uitkering.
Een flinke windvlaag, een passerende bok of een jager die boven je hoofd rondstruint, kan zo’n steen al makkelijk in beweging brengen.

Vaak, en ook op deze tocht, stuit ik, in alle eenzaamheid van de pas, op een grote kudde geiten en bokken. Het gemekker van de dieren en het gelui van tientallen bellen, geven mij een blij gevoel en maken de tocht compleet.
Zo nu en dan ontmoet ik ook de herder van de mekkerende have. De man is nog taniger dan de tanigste bok van zijn gezelschap. Hij is een man van weinig woorden. Dat kan ik trouwens wel waarderen, want mijn Griekse woordenschat  reikt niet verder dan kalimèra, kalispèra, kalinichta en jamas.
Ik zie deze herder regelmatig met zijn hond via allerlei smalle geitensporen over de steile bergwanden klauteren. Dan besef ik dat ik heel wat makkelijker af ben. Dat mijn inspanning slechts een luxueus tijdverdrijf is en dient om overgewicht te voorkomen. Overgewicht door een enigszins bourgondische levenswijze.
Voorts kan ik me aan het einde van mijn rondje verheugen op een verkwikkende, koele douche en een lekker ontbijtje. Ik vrees dat er voor de herder, aan het einde van zijn dagtaak, niets anders op zit dan te midden van zijn kudde te blijven vertoeven en ergens, boven in de bergen, te overnachten in een geïmproviseerde, primitieve hut.

Ook tussen de kudde bokken en geiten, gedraagt Nikos zich voorbeeldig. Waar ik bang voor was, dat hij de evenhoevige dieren alle kanten op zou jagen, bleef uit. Geen gejaag en geen geblaf. Kortom, hij gedraagt zich als een brave hond.

Na de pas te zijn overgestoken, wordt de daling ingezet. Dat lijkt het makkelijkste deel van het rondje, maar dat is het niet. Hier moet ik extra oppassen voor valpartijen. De praktijk heeft mij geleerd dat het gevaarlijker is om af te dalen dan om te klimmen.
Terwijl ik afdaal, komt het beeld in mij op van het oude vrouwtje dat ik hier op het laatste stuk vaak tegenkwam met haar geit aan de lijn. Ze was immer van top tot teen in zwarte kleding gehuld. Als teken van herkenning, begroette zij mij altijd heel hartelijk.
Iedere morgen bracht zij haar geit naar een wat hoger gelegen, schaduwrijke olijfboomgaard, waar het beestje naar hartenlust kon grazen.
Onlangs liep ik overdag langs haar eenvoudige huisje in het dorp. De ramen van haar slaapkamer stonden wagenwijd open. Ze lag daar op bed. Aan weerszijden van haar sponde brandden grote kaarsen. Haar kinderen en kleinkinderen zaten rond haar bed.
Het oude vrouwtje was overleden. Bij het afdalen naar het dorp was ze op een losse steen gestapt en gestruikeld. Hierbij had ze haar nek gebroken.
De geit stond aan de lijn bij haar deur en hield daar de wacht.

Onder aan de berg aangekomen, dalen Nikos en ik via wat straatjes verder af tot in het dorp. Ik zit er al een tijdje over in wat Nikos van plan is te gaan doen. Ik hoop dat hij, eenmaal weer op bekend terrein, spoorslags zijn huis gaat opzoeken.

Om bij mijn appartement te komen, moet ik nog een steil straatje beklimmen. Mijn hondje blijft mij trouw volgen, tot aan de deur van mijn verblijf.
Toen ik mijn appartement betrad, ging Nikos languit voor de deur liggen.
Voor mij was het tijd om te gaan douchen en te ontbijten. Ik hoopte dat mijn nieuwe vriend na verloop van tijd alsnog zou besluiten huiswaarts te keren. Dat hoopte ik zuiver en alleen om te voorkomen dat hij zich teveel aan mij zou gaan hechten. Ik vind namelijk niets erger dan een dier valse hoop te geven. Valse hoop op een gelukkiger toekomst.
Toen ik na een uur de deur opende, was Nikos “gelukkig” verdwenen.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/