Aflevering 1: Professor doctor Paardenkuth

PROFESSOR DOCTOR PAARDENKUTH
Geschreven door Bert Plomp

“Professor doctor Dekker van het Stads- en Academisch Ziekenhuis Utrecht (SAZU) heeft direct een spoedoperatie onderbroken, toen een verontruste operatie-assistente hem influisterde dat jullie hebben besloten het kindje thuis geboren te laten worden. Hij heeft me terstond telefonisch laten weten dat hij dat een heel onverstandige beslissing vindt en dat hij zijn handen volledig van je vrouw aftrekt”.
Met dat bericht deed mijn vader een laatste poging mij te doen besluiten ons aanstaande kindje toch maar onder de vaardige handen van Dekker ter wereld te laten komen.
Vooral het beeld van die vaardige handen van Dekker stond mij enorm tegen.
Trouwens, het was evenmin geruststellend een arts aan het kraambed te krijgen, die er geen probleem in ziet om de operatietafel plotsklaps te verlaten om even te gaan telefoneren. Een onzinnig verhaal dus, mijn vader zal het wel goed bedoeld hebben.
Doctor Dekker zag ik dus zeer ongaarne intiem aan het werk met mijn knappe jonge vrouw. Bovendien hadden mijn vrouw en ik ons al uitgebreid laten informeren over de pro’s en contra’s van een bevalling thuis.
Aangezien mijn vrouw niet alleen mooi, maar ook nog jong, gezond en lenig was, stond de blijde gebeurtenis thuis te laten plaatsvinden werkelijk niets in de weg. Bevallen in het kamertje, waarin het kindje vrijwel zeker verwekt is. Kun je het nog mooier organiseren?
Voormalig huisarts Dekker had een zekere reputatie aangaande de toepassing van zorg op vrouwelijke patiënten. Hij had zo goed de smaak gekregen van het “helpen” van vrouwelijke patiënten, dat hij later besloot zich volledig toe te leggen op deze zorggroep door zich te specialiseren in de gynaecologie.
Nadat Dekker, op reputationele gronden, zijn praktijk in het Lodewijk Napoleonplantsoen in Utrecht had moeten sluiten, hadden invloedrijke leden van de vereniging “Vrouwen Zonder Baarmoeder” geld bijeengebracht om hem er weer bovenop te helpen. Voorts hadden zij bevorderd dat deze arts een aanstelling zou krijgen op de afdeling gynaecologie van het SAZU. Deze leden waren overigens allen oud-patiënten van Dekker, stammende uit de periode dat zij nog niet konden toetreden tot de VZB-groep.
Door hun invloed werd Professor doctor Paardenkuth, die tot dan leidinggaf aan de afdeling gynaecologie, met vervroegd emeritaat gezonden. Naast het feit dat de dames liever een jonge arts, die ze zelf aan den lijve hadden ondervonden, aan het werk zagen op die afdeling, vonden zij zijn naam, in relatie tot de serieuze taak van de afdeling, evenmin bijdragen aan een adequate uitstraling: Je zult maar aan je vriendinnenkring moeten berichten dat je door ene Paardenkuth bent geholpen. Men zou dan de ernst van de inhoud van zo’n mededeling in twijfel kunnen trekken, was hun overweging.
Wij, mijn vrouw en ik, zagen dus geen enkel probleem in een bevalling thuis. We werden daarin gesterkt door “Het Ooievaartje”: een geboortekliniek in Utrecht, verbonden aan het Emma Ziekenhuis.
In de intieme sfeer van mijn voormalige jeugdkamer in het Lodewijk Napoleonplantsoen, alwaar ik samen met een vroedvrouw van de geboortekliniek alles voor de bevalling gereed had gemaakt, vond in de middag van 8 augustus 1969 de voorspoedige geboorte plaats van dochter Florence.
Florence was als kind een lief meisje. We namen haar als baby overal mee naar toe en wel, tussen vader en moeder ingeklemd, achter op de Tomos.
Wanneer we naar een feestje of een avondje uit kaarten gingen, dan was er op de plaats van bestemming altijd wel een logeerbedje aanwezig waarop we Florence te slapen konden leggen. Ze sliep dan meestal vrij snel en werkelijk door alles heen.
Anders dan haar vader, haalde Florence in haar jeugd zo goed als geen kattenkwaad uit. Eerst in haar late tienerjaren kwam daar enige verandering in. Dat kwam ook omdat zij wel ouders en grootouders had die haar direct of op enige afstand scherp in de gaten hielden. Dat betekende echter niet dat ze alleen maar braaf was.
We probeerden haar, binnen zekere grenzen, zo veel mogelijk zelfstandig bezig te laten zijn. Door veel met haar over alles en nog wat te praten, trachtten we haar onder meer verantwoordelijkheid bij te brengen en op die manier ontsporingen te voorkomen.
Pas op latere leeftijd deed ze wel eens dingen die niet door de beugel konden.
Zo was ze op een dag plotseling spoorloos verdwenen met haar beste vriendin Démiencke, terwijl wij als ouders ons van geen kwaad bewust waren omtrent de reden.
Gelukkig was ze dezelfde dag, weliswaar toen het al geruime tijd donker was en je je echt zorgen begint te maken, weer boven water. Het bleek een soort protest te zijn geweest voor meer bewegingsvrijheid.
Toen Florence nog klein was, speelde ze veel met haar grote verzameling Barbiepoppen en toebehoren. Ze bezat ook een hele reeks knuffeldieren, die stuk voor stuk overal mee naar toe moesten. Die knuffels gingen mee naar bed en naar waar we ook maar op vakantie of op visite heen gingen. Menigmaal heb ik terug naar huis moeten rijden omdat we haar onderweg hoorden klagen dat dit of dat knuffeldier eenzaam en alleen thuis was achtergebleven.
De grote zak met knopen van haar Indische oma was haar meest geliefde speelgoed. Daarmee kon ze urenlang zoet zijn. Zodra die zak weer eens geleegd werd op tafel, was het opvallend hoe snel ze ontdekte dat een bepaalde knoop ontbrak in die grote berg van knopen. Als oma er eentje had gebruikt, werd dat steevast direct ontdekt en het huis was te klein als de knoop niet terstond werd terug gestopt in de zak.
Florence had als kleine kleuter net geleerd haar behoefte te doen op een potje. Nadat ze een aantal keren normaal op het potje had plaats genomen, besloot ze voor de verandering eens haar blokkendoos daartoe te gebruiken. Dit was temeer een vermakelijke actie omdat op die blokkendoos een deksel zat met allerlei gaten erin. Gaten, waar doorheen, bij normaal gebruik, verschillend gevormde blokjes geduwd konden worden. Ze was maar wat trots met het eindresultaat.
Een andere gebeurtenis die behoorlijk op mijn lachspieren werkte uit deze periode, was een al te heftige uitzwaaiactie harerzijds.
We woonden toen op de Maliesingel in Utrecht, recht tegenover de Sterrenwacht, in het huis van de moeder van een oom van mij.
We woonden op de derde verdieping van dat grote singelpand en het was de gewoonte dat ik iedere middag thuis lunchte.
Na het nuttigen van een zeer eenvoudige lunch, vertrok ik weer met een goed gevulde maag op de fiets richting kantoor.
Zodra ik op de fiets stapte, was het Florence haar gewoonte me uitvoerig van boven achter het raam uit te zwaaien. Dit uitzwaaien ging zo nu dan gepaard met flink op de ruiten bonzen. Dat gebeurde eens zo heftig dat de ruit aan diggelen ging en ik beneden op straat, gebogen over mijn fietstas, de glasscherven op mijn hoofd kreeg.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/