Hoog laait het vuur

HOOG LAAIT HET VUUR
Geschreven door Bert Plomp

In de tweede klas van de lagere school leerde ik mijn eerste vriendinnetje Cecilia kennen. Zij was afkomstig uit het toenmalige Nederlands-Indië.
Haar stiefmoeder was een ouderwetse Hollandse bitch: zo’n “vakantiekolonie-serpent”. Haar vader was een alleraardigste volbloed Javaan, zo ook haar overleden moeder, die zal ook wel alleraardigst zijn geweest.
Wat moet het arme kind geleden hebben onder die ellendige stiefmoeder. Die vrouw had alleen maar oog voor haar eigen geluk, dat kon ik als klein jongetje zelfs wel vaststellen. Cecilia’ s vader had met haar ook nog een kind. In die tijd was dat kind nog een baby, die vrijwel alle warmte van deze stiefmoeder opstreek: bijna het klassieke verhaal.
Als Cecilia thuis was, werd ze door haar stiefmoeder als huissloofje gebruikt en dat nare mens was zelden lief voor haar. Het lijkt wel of het in soortgelijke situaties niet anders kan zijn.
Met Cecilia heb ik zo’n vijf jaar omgang gehad. Ook buiten schooltijd had ik contact met haar: ik kwam namelijk ook bij haar thuis op de Adriaen van Ostadelaan in Utrecht. Daar woonde zij boven een supermarkt.
Dat ik bij haar over de vloer kon komen, had te maken met het verzekeringsagentschap van mijn vader. De vader van Cecilia was een klant van mijn vader en als pa hem bezocht voor het innen van de verzekeringspremie, dan vergezelde ik hem maar al te graag achter op de fiets. Als je verliefd was op een meisje, dan was het in die dagen bepaald niet vanzelfsprekend dat je haar thuis opzocht.
Ik was best trots om op straat hand in hand te lopen met zo’n lieftallig donkergekleurd exotisch meisje.
Zoals gezegd, Cecilia had Indisch bloed. Ze was afkomstig uit een heel andere cultuur, een heel hartelijke cultuur. Een cultuur van “gezellig blijven eten” en vooral heel lekker eten. Wat was dat een verschil met wat wij thuis gewend waren. Thuis moesten we ons iedere vrijdag letterlijk en figuurlijk ontworstelen aan die verschrikkelijke schelvis met bietjes met mosterdsaus en heel veel graat. Een maaltijd waarvan je over je nek ging, als je voordien al niet gestikt was doordat zo’n gigantische visgraat in je strot was blijven steken.
Normaal kon je een meisje als Cecilia slechts even tussen de lessen door op school zien en moest je aan het einde van de week weer een heel weekeinde wachten tot je haar op maandag weer kon bewonderen. Vakanties, vooral de zomervakanties, waren in dat opzicht helemaal niet te overbruggen periodes.
Ik kon in verband met mijn bevoorrechte positie dus regelmatig bij haar thuis komen en dat maakte dat we het gevoel hadden een beetje verkering met elkaar te hebben. Ons regelmatige contact werd zeker niet gestimuleerd door “de boze stiefmoeder”: ze liet ons samenzijn slechts gelaten toe. Dat zachtjes toestaan had waarschijnlijk ook te maken met het feit dat zij mijn vader wel een interessante man vond, die niet vaak genoeg op bezoek kon komen.
Ook op school bleef het niet onopgemerkt dat Cecilia en ik iets met elkaar hadden. Vooral toen we in de zesde klas zaten en we bijna onafscheidelijk waren.
Ook mijn schoolvriend Joop had volgens mij een oogje op Cecilia: onze bewonderende blikken waren regelmatig op het zelfde moment op haar gericht.
Zowel Joop als ik hebben sindsdien altijd een zwak gehad voor de meisjes uit “de gordel van smaragd” en wel tot op de dag van vandaag.
De relatie van mijn vader en Cecilia’s familie ging uiteindelijk veel verder dan het op peil houden van de verzekerde polissen en het incasseren van de premies. Na een paar jaar werd besloten gedurende de zomervakantie gezamenlijk de tenten op te slaan op camping het Grote Bos te Driebergen. Zodoende hadden Cecilia en ik de ideale gelegenheid om elkaar twee zomervakanties lang nog beter te leren kennen.
Cecilia en ik waren toen nog heel jong, een jaar of 12-13.
Ofschoon we elkaar wel steeds vaker en op intiemere plaatsen beroerden, waren we jammer genoeg nog niet echt bekend met wat we elkaar verder nog lichamelijk konden aanbieden. Derhalve werd het twee zomers lang een beetje doelloos hand in hand over de camping slenteren. Met als absoluut hoogtepunt van de week op zondagavond een bezoek brengen aan het kampvuur in de kampvuurkuil op het Grote Bos. In het donker en in de nabijheid van het warme vuur, kusten we elkaar vluchtig met het idee dat we zeer zondig bezig waren.
Fantastische avonden waren dat in de kampvuurkuil. Op de eerste plaats om het samenzijn met Cecilia, maar ook omdat tijdens het heerlijk geurende vuur tal van optredens werden verzorgd door de recreatieleiding en door kampeerders. Ik herinner me een gitarist uit Utrecht, uitgedost als Elvis Presley, die in een zwartleren pak en gewapend met een elektrische gitaar en dito versterker “Kom van het dak af” over de menigte uitstortte. En ik herinner mij de griezelverhalen die ene meneer Bakker, aan het einde van de avond, vertelde. Verhalen van Edgar Allan Poe, zoals dat verhaal van de man die bang was dat hij ooit levend begraven zou worden. Bakker was een fantastische verteller, die in de donkerte van de avond, om zijn griezelverhalen extra kracht bij te zetten, steevast gedurende zijn voordrachten een brandende zaklantaarn stijf onder zijn kin gedrukt hield.
Ieder kampvuur werd afgesloten met het kampvuurlied aller tijden: “Hoog laait het vuur”. De ijzersterke tekst van dit onvolprezen lied behelsde niet meer dan viermaal een herhaling van de titel van het gezang, maar wel op een verschillende toonhoogte te zingen.
Met de recreatieleider van dienst als dirigent, werd “Hoog laait het vuur” in canon gezongen, waarbij iedere canongroep de longen uit  zijn lijf zong.

De meeste tijd op de camping brachten Cecilia en ik door met het spelen van een kaartspel, onder de streng toeziende ogen van de wederzijdse ouders.
Op een dag waren we weer eens uren voor de tent aan het kaarten en dat was werkelijk een gruwel in de ogen van Cecilia’s stiefmoeder. Zij riep toen ten einde raad uit: “Kunnen jullie nu eindelijk niet eens een gezond spelletje gaan doen?”.
Toen ik op dat moment mijn mooie Cecilia in ogenschouw nam, ging er wel een licht bij me op, maar helaas nog niet fel genoeg.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/