Aflevering 2: Moeder zingt


MOEDER ZINGT
Geschreven door Bert Plomp

Mijn moeder was altijd heel erg trots als ze mij ontwaarde tussen de overige kerkgangers. Wanneer ze met kerst of met Pasen met het kerkkoor een aantal bij de viering passende liederen zong.
Ze attendeerde dan de andere leden van het koor op mijn aanwezigheid door te wijzen naar de plek waar ik zat.
Na afloop van zo’n kerkdienst ging ik meestal met haar en haar goede vrienden Henk en Alie een kopje koffie drinken ergens in het centrum van Utrecht. Henk was dirigent van het koor en Alie mede-koorlid. Als voormalige heilssoldaten waren zij beiden oud-collega’s van mijn ouders.

Zingen van psalmen, met of zonder koor, was moeders lust en leven. Dat deed ze van jongs af aan in allerlei koren en, als heilssoldaat, wanneer ze op evangelisatie-pad was ergens in het land.
In dienst van “het leger”, bezocht zij als een soort zendeling, samen met mijn vader, alle uithoeken van het land. Daar zongen en predikten zij op de hoek van een straat, in een kroeg of in een hoerenbuurt. Moeder ondersteunde het gezang met haar gitaar.
Na afloop van zo’n religieus optreden, probeerden ze zoveel mogelijk exemplaren van de Strijdkreet aan de man te brengen.

Het “Leger des Heils kwartiertje” van de NCRV, dat vroeger wekelijks op de radio te beluisteren viel, was haar favoriete radioprogramma. Ook nadat zij het leger had verlaten.
Zodra het kwartiertje aanving, werd de radio snoeihard aangezet in de flat. Direct nadat de brassband de eerste tonen van een psalm inzette, galmde ze uit volle borst mee. Ze geneerde er zich geen moment voor dat de hele buurt kon meegenieten.
Of ik wilde of niet, het kwartiertje drong ook wekelijks tot mijn kamertje door. Ik beschikte toen helaas nog niet over een geluidsinstallatie van enig formaat om tegengas te geven. Voorts zat Led Zeppelin nog te broeden op zijn eerste langspeler.
Hoe het ook zij, dit radioprogramma en mijn moeders inbreng hebben er uiteindelijk wel toe geleid dat ik op latere leeftijd “brass music” ben gaan waarderen.

Toen mijn vader overleed, heeft zij bij zijn uitvaartdienst in een overvolle Mattheüskerk het alom bekende “Schoon hemelland niet ver van hier” solo gezongen. Dat was het favoriete lied van mijn vader.
Zij zong het lied zonder enige hapering. Dat moet een hele opgave zijn geweest voor iemand die net weduwe was geworden.
Als ik in een mallotige bui ben en ik sta onder de douche, dan imiteer ik dat nog wel eens. Ik zie het me nog niet doen in een uitverkochte kerk. Trouwens, in een lege kerk evenmin.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom mijn moeder zo in de Heere was. Ze stamde weliswaar uit een familie die gelovig was, maar dan vooral op papier.
Haar moeder was katholiek en haar vader was hervormd. Ik heb nooit ervaren dat haar ouders apart of tezamen een kerkdienst bezochten. Wellicht omdat de duivel dat verhoedde. Tenslotte spreekt men toch niet voor niets over “Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen”.
Overigens, van veel slapen zal het bij haar ouders niet zijn gekomen. Niet omdat satan mogelijk hun sponde deelde. Evenmin omdat ze nachtenlang lagen te bakkeleien over het geloof. Ik heb ze daarover sowieso nooit horen spreken.
Dat er weinig geslapen werd, had vooral te maken met gezinsplanning. Mijn moeders moeder en haar man lieten namelijk 16 kinderen het levenslicht zien. Zo’n productie vergt natuurlijk heel wat inspanning en tijd. En als die kindertjes eenmaal je huis bevolken, dan moet je ‘s nachts ook nog eens regelmatig je bedje uit. Derhalve weinig tot geen kans op slapen.

Vaak zie je dat een vrouw, nadat ze een kind gebaard heeft, niet in staat is haar mooie lijnen van weleer te herwinnen. Het lijkt of zo’n vrouw vindt dat het fraaie lichaam zijn werk wel heeft gedaan. Of zo’n vrouw het verder ook wel gelooft.
Veel bewondering heb ik voor vrouwen die het lukt na een bevalling weer een strak lijf te krijgen. Die alles in het werk stellen om er weer aantrekkelijk uit te zien. Misschien dan wel niet helemaal op het oude gewicht, maar toch daarbij dicht in de buurt weten te komen. Zoals Maxima, onze dierbare koningin.

Zoals gezegd, mijn oma baarde 16 kinderen en had daar tussendoor ook nog een paar miskramen. Desondanks was zij, uitgezonderd de zwangerschapsperiodes, tot op zeer hoge leeftijd slank als een den. Er kleefde nooit een onsje vet teveel aan haar.
Zij was een heel spichtig vrouwtje met veel droge humor. Tijdens familiebezoek, dat was met zoveel kinderen en kleinkinderen dagelijkse praktijk, zat ze vaak wat achteraf. Ze zat dan stilletjes bij de haard in de nette kamer wat te borduren.
Opa daarentegen, was een gezet mannetje met een uitgesproken mening. Hij was altijd nadrukkelijk aanwezig en had een luide, goed doorkomende, stem.
Beroepshalve kwam die luide stem hem goed van pas. Hij was namelijk stationschef op Utrecht Centraal.
Opa’s lievelingsplek in huis was zijn vaste plaats aan de tafel in de eetkamer. Rond deze tafel vond immers al het sociale verkeer plaats. Daar werd vurig gedebatteerd, uitbundig gelachen, vals gekaart, veel gedronken en flink gerookt.
Opa had meestal het hoogste woord en zelden durfde iemand hem tegen te spreken. Behalve omaatje, die, in het heetst van de strijd, vanuit de nette kamer met een krakend stemmetje liet weten dat zij er heel anders over dacht.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/