Aflevering 3: Het golfvaardigheidsbewijs

HET GOLFVAARDIGHEIDSBEWIJS
Geschreven door Bert Plomp

Jaren geleden, toen mijn vrouw en ik een keer voor mijn werk in Nederland vertoefden en de trein namen van Schiphol naar Utrecht, maakten we kennis met een sympathieke spoorwegbeambte uit Nieuwegein.
Na een heel gezellige conversatie met deze conducteur, vroeg hij voordat we Utrecht C.S. hadden bereikt of we bij gelegenheid eens bij hem op bezoek wilden komen voor een spelletje Kolonisten en dan konden we gelijk blijven eten. Hij vertelde ons dat hij een uitzonderlijk knappe Surinaamse echtgenote had met Javaanse roots, gelijk mijn eigen vrouw, en dat zij heerlijk kon koken. Naar zijn zeggen kon zij sautosoep bereiden als geen ander.
Hij vertelde ons voorts dat hij pas zijn GVB had gehaald. Onze bewondering voor deze bijzonder aardige man was gaandeweg het gesprek met sprongen toegenomen.
Het behalen van het alom in den lande felbegeerde Golfvaardigheidsbewijs is immers geen sinecure. Het is een soort Verkeersdiploma voor golfers.
Ik kan me nog herinneren hoe trots ikzelf was toen ik mijn Verkeersdiploma haalde.
Wij, een paar jongens uit onze buurt en ik, hadden ons al geruime tijd, met ondersteuning van school, voorbereid op de examendag.
Toen we op de bewuste dag met onze fietsen aan de start van het af te leggen examenparcours verschenen, waren we natuurlijk enigszins gespannen. Toen het vertreksein eenmaal had geklonken, gingen we er als een speer vandoor.
In onze buurt deden we in die dagen niets anders dan straatvoetbal en zo hard mogelijk rondjes fietsen om het “eerste blok” van het Lodewijk Napoleonplantsoen. We waren bijna getraind genoeg om met succes aan de Tour de France deel te nemen.
Nog voordat de controleurs langs het parcours: politieagenten die verdekt opgesteld stonden om te controleren of je wel je hand uitstak bij het links of rechts afslaan of stopte voor het rode verkeerslicht etc., de kans hadden gekregen hun posities in te nemen, vlogen wij reeds over de finish.
Om het diploma toch te bemachtigen, moesten wij het rondje door het centrum van Utrecht dus nogmaals afleggen. We kwamen ditmaal ongeveer gelijk met de rest van het veld over de streep en slaagden alsnog.

Onze conducteur vertelde verder dat hij nog een leuk stel kende, dat ook golf speelde. De man van het stel was, en dat is nog steeds zo, een ZZP-er: een zelfstandige ondernemer, weliswaar zonder personeel maar met een bloedmooie vrouw.
De beide mannen, zo bleek mij later, hadden beiden een lichte handicap, zonder dat je dat aan hen afzag. Trouwens evenmin aan het niveau van hun prestaties op de golfbaan.

Vele jaren later zijn Cees, de spoorwegbeambte, en zijn vrouw Yvonne meerdere malen bij ons op vakantie geweest in Ierland. We konden dan natuurlijk niet om een spelletje Golf heen, hetgeen we dan ook bijna dagelijks deden.
Wetende dat mijn goede vriend in het bezit was van het Golfdiploma, durfde ik het aan met hem naar één van de bekendste golfbanen van Ierland te gaan, gelegen in Killarney National Park. Deze golfbaan ligt midden in een natuurreservaat met adembenemende uitzichten op bergen, watervallen, uitgestrekte bossen en meren.
Nadat wij hadden afgeslagen, het was in het voorjaar, presteerde mijn medespeler het om in no time alle in de bomen met vlijt gebouwde vogelnestjes met broedende vogels in de wijde omgeving aan flarden te slaan. Ik geloof niet dat hij het met opzet deed, ik denk dat het meer met zijn handicap te maken had.
Hoe het ook zij, we mogen nooit meer terugkeren op deze vermaarde baan. We zijn verbannen voor het leven: we mogen ons zelfs nooit meer binnen een straal van 10 km rond deze baan ophouden.
Desondanks gaf ik mijn vriend nog het voordeel van de twijfel en nam ik hem op een andere vakantie mee naar de golfcourse van mijn eigen club in Dun an Oir: een zeer mooi gelegen baan, direct grenzend aan de meest westelijk gelegen cliffs van Europa aan de Atlantische oceaan.
De gehele sfeer rond deze golfclub is overeenkomstig de ligging van de baan: geïsoleerd van de rest van de wereld. Buitenlandse of niet lokale beoefenaren van de sport worden vriendelijk maar toch wel met enige argwaan op de baan ontvangen.
Eer wij arriveerden op een mooie dag in de lente, hadden de meeste golfplayers van mijn club hun eerste volle ronde er al op zitten en waren in het clubhuis verzameld voor een hapje en een drankje. In deze streken van Europa gaat de golfer ‘s morgens vroeg, wanneer de dieren des velds nog half zo niet geheel in nevelen gehuld zijn, reeds op pad. Bij de afslag staat de speler dan zelf ook nog in de ochtendnevelen te koubekken om vervolgens het eerste uur zijn trolley in de mist voort te slepen.
Mijn vriend en ik arriveerden pas rond het middaguur toen de zon al hoog aan de hemel stond te branden en pas na het nuttigen van een uitgebreid Iers ontbijt van spek met eieren, black and white pudding en natuurlijk sausages, waarna je enige tijd nodig hebt om op adem te komen.
Toen we op de golfbaan arriveerden en een “tee off time” hadden gekregen, liepen wij, na een warming-up, naar de eerste afslagplaats. De eerste tee ligt vlakbij het clubhuis en de bijbehorende fairway loopt parallel aan een rijtje lieflijke cottages aan de rechterkant van de golfbaan.
Mijn vriend nam als eerste plaats op de tee en begon met veel vertoon wat proefslagen te maken. Het zag er als gewoonlijk zeer indrukwekkend uit. Toen ik achterom keek richting clubhuis, constateerde ik dat alle daar aanwezigen zich voor het raam hadden verzameld om te zien welke “pro” ik had meegebracht naar het verre Dun an Oir.
Toen het zo ver was dat de afslag niet langer uitgesteld kon worden, haalde mijn vriend gigantisch uit en gaf de bal een enorme klap. Maar in plaats van dat de bal koers zette naar de vlag aan de horizon, vloog deze bijna haaks naar rechts richting cottages, om vervolgens door een openstaand raam van één van deze romantische huisjes, dwars door het huisje vliegend, dit aan de achterzijde door een openstaande deur weer te verlaten, om uiteindelijk een aldaar in de achtertuin gezeten Ier op leeftijd, die net zijn tuintje had gemaaid en juist aanstalten maakte te gaan genieten van een heerlijk en welverdiend blikje Guinness, zijn achterhoofd te treffen. De man slaakte een luide kreet en we wisten niet hoe snel we ons uit de voeten moesten maken. Ik kon nog net zien dat iedereen in het clubhuis weer was gaan zitten.
Aan het einde van de dag heb ik maar eigener beweging gelijk mijn “membership” opgezegd. Ik liet de captain daarbij weten dat ik geen restitutie verlangde van een deel van de contributie en vroeg hem of hij voor dat geld de gewonde man in de cottage, ter genoegdoening, een etentje wilde aanbieden.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/