Aflevering 3: Kapper Van de Vaart

KAPPER VAN DE VAART
Geschreven door Bert Plomp

Bij ons in de buurt was ik een van de eerste jongens met lang haar, met een kapsel als dat van mijn idolen. Het maakte mijn ouders echt wanhopig: “Wat zullen de buren er wel niet van denken?”.
Dat ze daar zo krampachtig over deden, dat was eigenlijk heel verwonderlijk. Hun eigen grote idolen uit de Bijbel waren, zonder uitzondering, allen uitgedost met veel langer haar. Okay, in die dagen kon men nog niet de hulp inroepen van Dupré met zijn elektrische tondeuse.
Charles en mij nog op eigen kracht ertoe bewegen naar de kapper te gaan, dat was inmiddels een gepasseerd station: het mankeerde mijn ouders gewoon aan gezag omdat nog van ons gedaan te krijgen.
In een laatste alles of niets poging, bracht dat gevoel van machteloosheid mijn ouders er eens toe de politie, hun beste kameraad, in te schakelen. Via een bevriende hoofdagent van politie, die bij ons in hetzelfde trappenhuis woonde, hadden ze een paar agenten laten opdraven om Charles en mij naar de kapper te begeleiden en te dwingen onze lange haren aldaar te laten kort knippen. De gedwongen knippartij was gepland bij de in Utrecht en omstreken overbekende kapsalon “Van de Vaart” aan de Rubenslaan, vlakbij het stadion.
De schoonzoon van deze kapper, ontmoette ik dertig jaar na het voorval op een congres. Met hem heb ik vroeger ook nog een paar jaar op dezelfde school doorgebracht. We spraken na het congres af om samen, met onze partners erbij, een keer uiteten te gaan in restaurant Luden op het Janskerkhof in Utrecht. Gedurende dat etentje vernam ik van de echtgenote van mijn oude schoolkameraad, dat zij vroeger op de Rubenslaan had gewoond. Zij vertelde voorts dat haar vader aldaar een kapsalon had gehad. Omdat zij wist dat ik in die dagen in het nabijgelegen Lodewijk Napoleonplantsoen woonde, verhaalde ze mij over een merkwaardig incident dat haar vader ooit had meegemaakt. Dit incident speelde zich af begin zestiger jaren, toen twee jongens uit het Lodewijk Napoleonplantsoen, onder politiebegeleiding, de zaak van haar vader binnentraden. De dienders verzochten haar vader de lange haren van de jongelui kort te knippen. Uiteindelijk, vertelde ze, liep deze politionele actie helemaal op niets uit: zodra de jongens in de zaak gearriveerd waren, liepen ze even vrolijk ongeknipt de zaak weer uit.
Groot was de hilariteit in het restaurant toen ik de vrouw van mijn oude schoolkameraad liet weten dat die twee “opgebrachte jongens”, mijn broer en ik waren.
In die periode zat ik op de RHBS aan de Kruisstraat. Ook daar was men niet gecharmeerd van mijn lange haren.
Bijna dagelijks moest ik mij voor aanvang van de lessen melden bij de conrector. Van hem vernam ik keer op keer dat ik niet toegelaten zou worden tot de lessen, zo lang ik niet mijn haren “fatsoenlijk” liet knippen.
Het gevolg was dat ik na zo’n gesprekje weer mijn witte “opoefiets” uit de stalling plukte en naar het centrum van de stad afreisde.
Al doende heb ik heel wat schooluurtjes in andere, veel gezelligere, etablissementen doorgebracht.
Zo was ik regelmatig te vinden in een gezellig rokerig café aan het Hanengeschrei, alwaar ik, met uitzicht op de Oude Gracht, onder het genot van een biertje en een sigaretje, heel wat partijtjes schaak heb gespeeld met lotgenoten.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/