Aflevering 2: Twee Griekse Godinnen

TWEE GRIEKSE GODINNEN

Ioannis zijn ouders zijn altijd sterk betrokken geweest bij het werk van hun zoon. Jammer genoeg is zijn aardige moeder een paar jaar geleden overleden. Zij hield altijd scherp in de gaten of er nieuwe klanten hadden plaatsgenomen op het terras en dan riep ze met een snerpend stemmetje “Ioannis” en dan kwam zoonlief spoedig opdagen om bestellingen op te nemen.
Zij leed al een aantal jaren aan de ziekte van Parkinson en kon daarom nauwelijks haar stoel meer uitkomen. Zij liep met behulp van een looprekje en had dag en nacht de ondersteuning van een Albanese vrouw, ook als ze dagelijks op het terras van de taveerne van haar zoon zat.

Op een dag in de laatste zomer dat ik haar meemaakte, stond ze erop naar beneden geholpen te worden naar het water om daar waarschijnlijk nog een laatste keer te zwemmen in haar geliefde zee. Toen ze weer terugkwam naar boven, heb ik geapplaudisseerd, hetgeen haar deed glunderen.De vader van Ioannis was een ouderwetse visser, een echte zeebonk, totdat hij te kampen kreeg met “de gevreesde ziekte” en in korte tijd ineenschrompelde van een stoere vent tot een klein uiterst kwetsbaar mannetje. Sinds de dood van zijn vrouw wordt hij nu voortdurend ondersteund door de Albanese vrouw. In zijn goede dagen was de oude Sklavakis iedere dag op zee aan het vissen en bracht hij de meest uiteenlopende vissen naar het restaurant van zijn zoon. Cynthia, mijn echtgenote, is helemaal gek van vis en kon iedere dag naar hartenlust daaruit kiezen. Ik ben niet zo’n viseter, maar dat was nooit een probleem bij Ioannis. Buiten de kaart om kon ik bestellen wat ik maar wilde en was het niet voorradig, dan werd vader op zijn motorfiets eropuit gezonden om het gewenste elders in te slaan, zoals een mooie steak bij een goede slager in de omgeving van Ierapetra.

Ofschoon ik het voorafgaande jaar het idee had dat de oude Sklavakis zijn laatste levensjaar was ingegaan, bemerkte ik bij hem dit jaar een verhoogde activiteit. Vooral zijn sterk toegenomen belangstelling voor vrouwen viel mij op. Menigmaal had ik al gezien dat hij voor welke hulp dan ook zijn Albanese metgezel niet uitsluitend bij de hand greep. Echter op een dag, terwijl ik me als gewoonlijk op het terrasje in mijn boek verdiepte, zag ik plots vanuit mijn ooghoek dat de oude, ernstig zieke, Sklavakis zich vanuit zijn rolstoel gevaarlijk ver voorover begon te buigen en wel zodanig ver dat ik mij zorgen begon te maken over zijn welzijn: hij dreigde namelijk voorover te vallen.
Bezorgd vroeg ik mij af of hij wellicht te kampen had met ernstige krampen in de maagstreek vanwege het zware medicijngebruik. Toen ik op het punt stond zijn zoon te waarschuwen, ontwaarde ik de werkelijke oorzaak van zijn verontrustende lichaamshouding: de zieke toonde een bovenmatige belangstelling voor twee Griekse godinnen – een blonde en een donkerharige – met een bijna misselijkmakend mooi figuur, die op het smalle strand onderaan het terrasmuurtje zich in allerlei tot de verbeelding sprekende houdingen draaiden.
De blondine lag op haar buik en haar zeer fraai gevormde billen leken textielvrij. Ik moet eerlijk toegeven dat het niet meeviel deze scène te negeren en dat ik er alle begrip voor had dat een oude Kretenzer daarvan niets wilde missen en maar al te graag het risico wilde nemen voorover over de balustrade te duikelen en met zijn grote neus tussen die prachtige billen van onze Griekse godin te belanden.
Nadat ik, zoals weleens eerder in zo’n situatie het geval is geweest, me had geconcentreerd op het in mijn geheugen gegrifte afschrikwekkende beeld van een blote Sonja Barend anno nu, sloeg ik de volgende pagina om in mijn boek en bestelde bij Ioannis nog maar weer eens een pint ijskoude Mythos bier.
Wat een verrukking is het om na zonsondergang plaats te nemen aan een tafeltje van een van de taveernes langs het strand van Mirtos. Omdat het strand smal is, zit je vrijwel direct aan het water en voel je de aangename verkoeling van een lichte zeebries na een verzengende dag.
Langs het water loopt een smalle boulevard met pakweg 10 gezellige taveernes erop. Indien je aan het ene uiteinde zit, kun je net niet het andere uiteinde zien. Hier, godzijdank, dus geen lange reeks van kroegen met grote SKY-tv schermen met grote groepen half- dan wel volledig bezopen luidruchtige voetbalaanhangers ervoor. Op de gehele boulevard slechts een taveerne met zo’n scherm, dat alleen in het donker oplicht wanneer er een voor de Grieken interessante match te aanschouwen valt.
Wat valt er dan wel te aanschouwen?
Zodra het donker wordt gaan de petroleumlampen en waxinelichtjes in de taveernes aan en is de boulevard dusdanig elektrisch verlicht dat het toch halfduister blijft. Dan zie je donkerbruin verbrandde kleine meisjes in een smetteloos wit jurkje hand in hand over de boulevard flaneren. Dan zie je dito gekleurde jongetjes op hun fietsjes langs de tafeltjes scheuren, zonder dat ze echt lastig zijn of herrie maken. Alles voltrekt zich in een serene sfeer.
Ook de vele hondjes en katjes misdragen zich niet en wachten geduldig aan je voeten tot je bereid bent iets van je maaltijd met ze te delen.
Voor sommigen is het een hoogtepunt van de avond wanneer bij taveerne Flisvos om klokslag 8 uur ’s avonds “the lady of the house” het in de keuken, na een dag van zwoegen in de hitte, voor gezien houdt en in bikini de trap naar het terras afdaalt en via het terras een volgende trap verder afdaalt naar het strand toe, in haar kielzog gevolgd door haar grote Mechelse herder die vrijwel iedere avond, aldaar aangekomen, zijn poot oplicht en een van de op het strand opgestelde strandbedden volledig onder zeikt. Hoewel de zon iedere dag wel zijn werk doet, weerhoudt het mij er altijd van daar een zonnebedje te kiezen.
Nadat voornoemde lady, een struise meid van pakweg 35 jaar met – aan haar Engels te oordelen – Baltische roots, een partijtje heeft gezwommen, keert zij weer okselfris terug over het terras op weg naar de keuken, maar niet voordat zij zich uitgebreid op het strand in het halfdonker met ontbloot bovenlijf heeft staan afspoelen onder de douche, welke is bevestigd aan de muur direct onder de tafeltjes van taveerne Flisvos.
In de loop der jaren is er veel veranderd in Mirtos, maar niet in negatieve zin. Er zijn op de boulevard veel meer taveernes gekomen, zodat er voor eters echt iets te kiezen valt. In het verleden waren er slechts 2 à 3 eetgelegenheden en indien je eens fatsoenlijk wilde ontbijten, bijvoorbeeld gebakken eieren met spek en een lekker bakkie koffie, dan moest je een half uur rijden naar Ierapetra, want het beste wat je toen in Mirtos kon krijgen was een kopje sterke thee met een stuk bruinbrood waarmee je iemand zijn schedel aan gruzelementen kon slaan.
Uit die dagen is ook nog een ouderwetse kapperszaak overgebleven, welke zaak destijds meer weg had van een abattoir dan van een haarsalon voor heren. Ik kan me nog herinneren dat een toenmalige vriend dreigde zijn zorgvuldig gekweekte baard aldaar te laten afscheren omdat hij meende dat ik iets met zijn vriendin had. Hij wilde daarmee een daad stellen en toen ik hem enthousiast vergezelde naar deze barbier, zag hij er uiteindelijk toch maar van af.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/