Aflevering 2: Onomstotelijk bewezen

ONOMSTOTELIJK BEWEZEN
Geschreven door Bert Plomp

Heilige schriften als de Bijbel, de Koran en wat dies meer zij, beschouw ik gewoon als door de mens bedacht. Het is niet meer dan een bundel regelgeving, omlijst met verhalen om de zin van die regels te ondersteunen. Het heeft uitsluitend tot doel de massa te laten functioneren naar de inzichten van de opstellers: de geestelijke machthebbers. Al die religieuze leiders van kerken, moskeeën en andere tempels, hanteren die schriften alleen maar om het volk onder de duim te houden, om macht op het volk uit te oefenen.
In de diverse godsdiensttempels wordt de toehoorder regelmatig aan het verstand gebracht vooral goed te doen. Maar wat is goed doen eigenlijk? Wat de dominee, de pastoor, de imam over de hoofden van de gelovigen staat uit te brallen is, als het om goed doen gaat, zeer discutabel. Om te beginnen hebben deze vooraanstaande religieuzen onderling al een groot verschil van inzicht over wat goed en kwaad behelst.
Hoe vaak komt het niet voor dat je denkt goed te doen, indachtig de heilige schrift, en dat dit door de gemeenschap helemaal niet als goed wordt ervaren. Zelfs als ronduit slecht wordt gekwalificeerd.
Als je bijvoorbeeld je best doet in de “Derde Wereld” om de arme mensen aldaar een beetje te helpen met hun  slechte gezondheid. Als je dan vervolgens wordt afgeslacht in plaats van als moedige bestrijder van een dodelijke ziekte te worden geprezen. Je wordt om zeep gebracht omdat je door dezelfde arme mensen ineens als de verspreider van die gevreesde ziekte wordt beschouwd.
Als je bijvoorbeeld schuldig bent aan het vermoorden van een hele groep andersdenkende mensen, je dus eigenlijk verkeerd bezig bent, en je wordt vervolgens door het volk als held op handen gedragen.
Wat is nu goed en wat is slecht?
Met een heilig schrift in de hand is het door de eeuwen heen gelegitimeerd geweest om hele volkeren uit te roeien. Het lijkt er dus sterk op dat de teksten, opgenomen in zo’n heilig schrift, op z’n minst voor herziening vatbaar zijn: ze zijn kennelijk niet helder genoeg geformuleerd of incorrect door de ijverige schrijvers opgetekend. Desondanks worden die teksten door vele gelovigen letterlijk genomen.
Trouwens wat moeten we aan met dat seksuele misbruik, gepleegd door al die heilige dienaren en dienaressen met een exemplaar van het heilige schrift nota bene op zak? Aan welke inspiratie ontlenen die misbruikers hun gedrag?
Met heilige schriften, heilige gebouwen en dito instituten, heb ik weinig op. Hetgeen niet betekent dat ik niet in God geloof. Ik ben er niet zeker van, maar ik denk dat alles wat we kunnen waarnemen en niet kunnen waarnemen het werk is van een grote kunstenaar: de schepper, God als je Hem zo wil noemen.
Als mensen, en dan bedoel ik koningen, vissers, hoeren, boeren en buitenlui, pauzen, gynaecologen en andere individuen, zijn we toch te simpel, te beperkt om een juist begrip van deze schepper en wat hij met zijn schepping voorheeft, te krijgen. Wat weten wij nu eigenlijk? Toch zo goed als niets, is mijn idee.
Ook de wetenschap berust toch op niet meer dan geloof. Wat is nu eigenlijk ooit onomstotelijk bewezen?
Voor mij is iets pas onomstotelijk bewezen indien het beweerde onder alle omstandigheden juist is.
Aangezien we binnen dit oneindig grote en oneindig kleine heelal in de verste verte niet in staat zijn om alle omstandigheden voor de geest te halen en in kaart te brengen, is een onomstotelijk bewijs sowieso niet te leveren. Als je daar nog eens bij optelt dat ons denk- en waarnemingsvermogen gebrekkig en zeer beperkt is, waar blijf je dan met al je wetenschappelijke beweringen?
Onze hele aardse samenleving steunt op werkafspraken die we met elkaar hebben gemaakt. Daar is op zich niets mis mee, maar men moet het ook weer niet zo voorstellen dat het zekerheden zijn, waarop we voortdurend risicoloos kunnen voortbouwen. Er kan ooit een dag aanbreken dat het hele wetenschappelijke bouwwerk plotseling ineenstort omdat zich omstandigheden voordoen die we tot nu toe niet hebben meegemaakt en/of hebben kunnen bedenken.
Is het niet heel pretentieus om “wetenschappelijk” zo zeker te zijn van je zaak. Redenerend vanuit dat minuscule planeetje aarde, zwevend binnen dat oneindig grote heelal. Redenerend vanuit een brein in een lichaam, dat bij lange na zelf nog niet volledig in kaart is gebracht. Het is toch hoogst twijfelachtig dat hetgeen dat daaruit voortkomt voor zeker moet kunnen worden aangenomen.
De cellen waaruit we zijn opgebouwd, kennen we nog slechts zeer ten dele, is mijn opvatting. Stel dat we een willekeurige cel of een stukje weefsel of wat dan ook onder een microscoop zouden kunnen leggen die nog eens een miljard maal sterker vergroot dan de beste microscoop, waarover we thans beschikken. Dan gaan we wellicht zaken zien waarvan we nu totaal geen weet hebben.
Trouwens wat voor zekerheden kunnen we überhaupt ontlenen aan wat we met onze gebrekkige ogen zien. En voorts aan het transport van de waarneming naar onze hersenen toe en de vertaling ervan in ons brein? Wat zien we nu reeds over het hoofd met de huidige hulpmiddelen, laat staan als ze nog eens een miljard maal sterker zijn?
Bewijzen zijn toch vooral gebaseerd op waarnemingen met de ogen of met andere zintuigen en gebaseerd op rekenmodellen die op de resultaten van die waarnemingen zijn losgelaten.
We hebben ooit afgesproken dat één plus één gelijk is aan twee. Dat is niet meer dan een hulpmiddel om bijvoorbeeld met de groenteboer om de hoek van de straat te kunnen onderhandelen. Indien je twee appels hebt besteld en je stelt vervolgens vast, na te hebben afgerekend, dat je in iedere hand een appel geklemd houdt, waar deze handen voor de koop nog leeg waren, dan weet je tot op zekere hoogte dat je niet belazerd bent door deze wederverkoper van groenten en fruit.
Het begrip “één plus één is gelijk aan twee” wordt al discutabel, indien de ene appel bijvoorbeeld kleiner is uitgevallen dan de andere. Of indien de ene appel rot is en de andere niet.
Binnen de rekenmodellen wordt er vaak van uitgegaan dat de ene één volkomen identiek is aan de andere één, ook wanneer er vervolgens een eenheid achter geplaatst wordt, zoals een appel. Daar schuilt een groot gevaar in, want ik geloof niet dat er bewezen identieke eenheden bestaan.
Er wordt bijvoorbeeld beweerd dat een molecuul water twee atomen waterstof en één atoom zuurstof bevat. Ik denk niet dat het te bewijzen valt dat die twee atomen waterstof identiek zijn.
Zo’n atoom bevat behalve een kern, ook protonen, neutronen en elektronen. Dat is vastgesteld met de hulpmiddelen die ons tot nu toe ter beschikking stonden. Er zal binnen zo’n molecuul en binnen zo’n atoom vast nog wel iets zitten dat we momenteel nog over het hoofd zien of nooit zullen kunnen waarnemen. Wellicht zal ooit duidelijk blijken dat zo’n waterstofatoom niet identiek is aan die andere binnen hetzelfde molecuul. Die atomen zijn, lijkt mij, sowieso uniek en dus niet identiek omdat ze een verschillende ruimte innemen en derhalve bloot staan aan andere omstandigheden.
Over 1000 jaar zal men over ons vast wel zeggen: “Wat waren dat een stelletje primitievelingen!”
Binnen een bepaalde omgeving met niet wijzigende omstandigheden werken al die afspraken wellicht probleemloos. Maar omdat we noch de omgeving noch de omstandigheden in de hand hebben, blijft alles onzeker en hebben we ook hier te maken met geloof.
De wetten van al die wetenschappers, die zich regelmatig  nogal denigrerend uitlaten over “het geloof”, alsof het een soort primitief bijgeloof betreft, zijn net zo slecht onderbouwd als die van onze geestelijke leiders, naar mijn bescheiden mening.

EINDE

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/