Aflevering 1: Voetballen op het plein

VOETBALLEN OP HET PLEIN
Geschreven door Bert Plomp

Samen met mijn oudere broer Theo en vrienden uit de buurt, voetbalden we dagelijks op het winkelplein in het Lodewijk Napoleonplantsoen in Utrecht.
We speelden onderlinge partijtjes maar ook tegen “teams” van andere buurten, zoals van de Kovelaarstraat en van de Sterrenwijk.
Deze buurten werden destijds volstrekt ten onrechte “achterbuurten” genoemd.
Als mensen, zoals wij, toen in een nieuwbouwwijk kwamen wonen, keken ze vaak neer op bewoners van oudbouw. Neer op huurders van oude eenvoudige huisjes. Althans vele volwassenen gedroegen zich superieur tegenover zulke bewoners en bestempelden de straten en de wijken waarin zij woonden simpelweg als achterbuurten. Zonder dit hardop te zeggen, vonden ze achterbuurtbewoners eigenlijk asociaal.
Die ongefundeerde houding leverde regelmatig spanningen op tussen de bewoners uit die zogenaamde achterbuurten en onze buurt en dat leidde regelmatig tot knokpartijen tussen de jongeren van beide buurten.
Mijn ome Co, die bepaald niet bang uitgevallen was, heeft mijn broer Theo eens uit een telefooncel op het winkelplein moeten ontzetten. Mijn broer was toen omsingeld door een woedende groep achterbuurtjongeren. Deze jongens hadden het regelmatig op mijn broer gemunt omdat Theo, als HBS-leerling, ongeveer alles vertegenwoordigde wat hen stoorden aan de houding van de bewoners van de nieuwbouwwijk.
Hoewel we altijd wel gedreven waren tijdens een partijtje voetbal, ging het om deze reden er extra fanatiek aan toe. Daarbij vloog, tot grote schrik van een winkelier of een bewoner, de bal regelmatig met een doffe knal tegen een grote winkelruit of over de weg tegen een huiskamerraam. Het was de grote schrik voor menig winkelier en sommige omwonenden als aan het einde van de schooldag of in het weekend de “matadors” voor een partijtje voetbal opnieuw het plein betraden.
Ondanks alle klachten en waarschuwingen is er nooit een ruit aan diggelen gegaan bij zo’n partijtje voetbal.
In onze buurt lagen langs de Kromme Rijn overigens gigantische grasvelden, waarop je wel 10 mooie voetbalveldjes kon uitzetten en waar je niemand tot last hoefde te zijn. Maar die velden werden met een arendsoog bewaakt door zogeheten parkagenten. Door de “Grüne Polizei”, zoals wij die agenten noemden. De verbetenheid waarmee deze laaghartige groene dienstkloppertjes argeloze jongetjes opbrachten naar het bureau van politie aan het Ledig Erf, was werkelijk verbijsterend.
Als jochies een balletje aan het trappen waren op een van die immens grote grasvelden, dan waren die stoere mannen in hun groene kloffie er altijd als de kippen bij om ze in de kraag te vatten en hun bal in beslag te nemen. Dan zag je zo’n grote “milieulummel” met een valse grijns op zijn smoel er met jouw mooie bal vandoor gaan. Het stukje speelgoed, dat in je jeugd alles voor je betekende, zag je achter op een groene dienstfiets, gesnoerd onder een snelbinder, om de hoek van de straat uit ‘t zicht verdwijnen.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/