Aflevering 1: Dat weet ik zeker, denk ik

 

DAT WEET IK ZEKER, DENK IK
Geschreven door Bert Plomp

“Dat weet ik zeker, denk ik” heb ik ooit een bekende Surinaamse filosofe horen zeggen.
Dat vind ik nog altijd een heel diepzinnige uitspraak, want wat is nu eigenlijk zeker? Je kunt denken het zeker te weten of geloven het zeker te weten. Voor mij is één ding zeker: niets is zeker, denk ik.
Veel mensen geloven iets maar gaan ermee om alsof het een zekerheid is. Ze gaan zelfs zover anderen te overtuigen hetzelfde te geloven. In hun vrije tijd gaan ze van deur tot deur om mensen te vertellen hoe mooi hun geloof wel niet is.
Weer andere gelovigen dringen wat zij geloven een ander gewoon op. Dat begint al bij argeloze onwetende kinderen, die in een bepaalde denkrichting geduwd worden en het desbetreffende geloof met de paplepel ingegeven wordt. Als je binnen zo’n geloofsgemeenschap wat anders denkt, loop je de kans verketterd of geëxcommuniceerd te worden. Voorts heb je nog gelovigen die simpelweg een ander “een kopje kleiner” maken, indien die ander niet exact dat gelooft wat zij geloven.
“Het heelal is oneindig groot”. Deze bewering is meer bedoeld om aan te geven hoe ontzagwekkend groot het heelal wel niet is, dan te stellen dat er geen eind aan komt. Want toon maar eens aan dat er wel of geen einde aan het heelal is.
Indien we ooit in staat zijn de “randen” van het heelal te naderen, dan komen we niet verder omdat zich daar een voor materie ondoordringbare buffer bevindt. Een buffer die aan een stoffelijk object een in kracht toenemende weerstand biedt, naar mate dit object verder deze buffer binnendringt. Aan de randen van het heelal raakt het object hierdoor verzeild in een eeuwige kringloop. Uitsluitend dat wat materie-loos is, kan door die buffer heen breken.
Voorbij de randen van het heelal bevindt zich wellicht “het Koninkrijk Gods” en daar is men alleen welkom indien men is gestorven en in de ogen van God goed geleefd heeft en mijn theorietje correct blijkt te zijn. Eenmaal daar aangekomen, is oneindigheid geen vraagstuk meer.

“Ik geloof er niets van.”

Ik heb een hekel aan mensen die hun geloof willen opdringen aan anderen.
Geloof toch wat je wilt geloven en laat anderen met rust. Als men graag wil weten waarin jij gelooft of men wil met jou daarover filosoferen en je hebt zin om zo’n gesprek aan te gaan, dan zie ik daar niet zo’n probleem in. Anders wordt het indien de ander jou wil overtuigen van zijn eigen “juiste” geloof, van zijn eigen gelijk. Tenslotte gaat het om geloven in iets dat niet te bewijzen valt en dus niet zeker is. In zo’n situatie is een bescheiden opstelling op z’n plaats.
Dat streven om anderen te bewegen, te verplichten om te geloven in hetgeen jij gelooft, heeft door de eeuwen heen alleen maar voor veel ellende gezorgd en miljoenen slachtoffers geëist.
Dan hebben we ook nog te kampen met al die stromingen binnen verschillende geloven. Stromingen  alleen maar gebaseerd op hoe leg je dit of dat uit in dit of dat heilige schrift.
Is het niet verschrikkelijk dat, vanwege een verschil in uitleg van een paar regeltjes in zulke schriften, er reden is om elkaar af te slachten, terwijl diezelfde schriften vaak overlopen van zogenaamde “naastenliefde”.
Wie heeft die schriften eigenlijk samengesteld?
Als we ons even beperken tot de bijbel, dan zijn dat mensen geweest uit alle lagen van de bevolking, variërend van koningen tot vissers. Deze samenstellers zijn zeer consciëntieus te werk gegaan en alle in de bijbel vervatte wijsheden zijn gespreid over een zeer lange periode aan het papier toevertrouwd, althans dat wordt beweerd. Er is dus niet over één nacht ijs gegaan, is de indruk die de verspreiders van dit geloof en dit boek willen wekken. Daarenboven, en dat is “geloof” ik de belangrijkste onderbouwing betreffende het waarheidsgehalte van het geschrevene, waren alle personen, die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dit heilige schrift, door God geïnspireerd.
Om zoiets belangrijks op deze wijze op schrift te stellen, komt niet echt goddelijk op mij over. Het heeft meer weg van een alledaags menselijk verkoopverhaal. Een verhaal, zoals mijn vader bij potentiële klanten ophing, toen hij vroeger met de bijbel in de hand de stad Utrecht en omgeving afstruinde om verzekeringspolissen te slijten.
Waarom zou God in die tijd niet hebben willen volstaan met simpelweg één gemiddeld intelligent persoon in te schakelen en hem op dictaatsnelheid in te fluisteren wat Hij aan de mensheid kwijt wilde? Waarschijnlijk omdat de geestelijkheid meende dat zo’n aanpak bij de mensen minder geloofwaardig over komt.
De hele klus zou in een paar weken geklaard kunnen zijn geweest, zeker als Hij de schriftsteller tijdelijk ook nog eens had uitgerust met een laptop. Wat mij betreft doet het allemaal zo “ongelooflijk” menselijk aan.
Wat moet je nu vinden van een handgeschreven bijdrage van een koning of van een visser. Moet dat tot meer vertrouwen in het geschrevene leiden?  Vissers zijn meestal grote fantasten en van koningen heb ik evenmin een hoge hoed op.
Het enige dat telt is de Goddelijke inspiratie, lijkt mij. Hij had het op papier zetten van zijn ideeën beter kunnen opdragen aan een of andere randdebiel. Dat zou bij mij in ieder geval heel wat wonderlijker en overtuigender zijn overgekomen. Het zou ook veel goddelijker zijn geweest indien het schrift in één keer voor alle tijden en voor alle omstandigheden correct was opgesteld. Indien het zodanig was geformuleerd dat de inhoud maar voor één uitleg vatbaar was, zelfs voor de meest simpele of verwarde geest. Wat schiet God er nu eigenlijk mee op dat die simpele aardse zielen elkaar de kop inslaan omdat er verschil van inzicht kan bestaan over hoe een tekstje geïnterpreteerd moet worden. Misschien komt die onduidelijkheid wel voort uit het feit dat de opsteller van dat stukje tekst even onvoldoende geïnspireerd was of te diep in het glaasje gekeken had. Het blijven tenslotte mensen, ook al zijn het koningen.

WORDT VERVOLGD

Voor meer gratis verhalen en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/