Aflevering 9: Leuke winkeltjes

LEUKE WINKELTJES
Geschreven door Bert Plomp

Het ene na het andere pittoreske winkeltje sluit voor de laatste maal zijn deuren.
In sommige dorpen, die ooit leuke winkelstraatjes kenden, is geen winkel meer te bekennen. Indien je daar boodschappen wil doen, moet je naar een grotere plaats uitwijken. Veelal naar een plaats kilometers verderop gelegen. Eenmaal daar aangekomen, tref je slechts een supermarkt aan en, als je geluk hebt, een warme bakker en een koude slager.
In grote steden, zoals Utrecht, zie je ook steeds meer speciaalzaken hun bedrijf opdoeken. Daarvoor in de plaats verschijnen vervolgens van die grote schreeuwerige kledingpakhuizen. Ongezellige pakhuizen met heel veel schijnwerpers die een verblindend licht verspreiden. Zoveel licht, dat je binnen een zonnebril moet opzetten om de aangeboden artikelen behoorlijk te kunnen beoordelen. Te midden van een oorverdovende herrie, tref je daar voornamelijk grote stapels “hobbezak-kleding” en dienovereenkomstig schoeisel aan.
Waar kun je tegenwoordig nog terecht voor een paar onvervalste halfhoge zwarte suède Clarks? Zulke schoenen werden vroeger ook wel “bordeelsluipers” genoemd?
In de sixties kocht ik die altijd bij Manfield in de Choorstraat in Utrecht. Gelukkig heb ik recent in London nog een paar bruine en in Dublin een paar zwarte exemplaren kunnen bemachtigen.
Waar kun je überhaupt nog terecht voor een paar behoorlijke schoenen?
Hopelijk weet Utrecht weer nieuwe kleine speciaalzaken in de binnenstad aan te trekken om de opengevallen plekken in te vullen.
Wat ik ook mis is die vishandel in de Lange Elisabethstraat in Utrecht. Als ik daar met mijn ouders op een zaterdag in de buurt kwam, kreeg ik steevast de opdracht een aantal “zure bommen” bij die “visboer” te halen. Overigens, in die dagen werd bijna iedereen die ergens in handelde een boer genoemd. Door simpelweg de toevoeging boer aan het product waarin het individu handelde.
Zo hadden we naast de visboer: de kolenboer, de melkboer, de groenteboer, de petroleumboer, de schillenboer, de vuilnisboer, de ijzerboer, de ijscoboer en nog een hele reeks andere boeren meer. Men schroomde in die dagen zelfs niet een eerzame overheidsdienaar als een postbode brutaal tegemoet te treden met: “Hee postboer heb je nog post voor mij?”.
Ik was altijd zeer in mijn nopjes als ik weer gevraagd werd zure bommen te halen. De zaak van de bewuste visboer was namelijk gevestigd vlak naast de toenmalige nachtclub Limburgia.
Als ik die nachtclub passeerde op weg naar de visboer, hield ik de pas altijd enigszins in. Juist genoeg om even fluks in de etalage van de club te kijken. Daarin stonden wat foto’s uitgestald van veelal blonde schaars geklede dames. Fraaie meiden, slechts gehuld in een minuscuul behaatje en een dito slipje. Met zwarte netkousen, omhooggehouden door een jarretelletje.
Het liefst had ik gewoon uitgebreid voor die etalage willen stilstaan. Halthouden om het aangebodene, gelijk in andere etalages, aandachtig te beoordelen. Helaas, zo’n actie zou mijn vader of mijn moeder hebben afgestraft met een doodsklap. In het volle daglicht stilstaan voor zo’n établissement werd vroeger opgevat als een ernstig zedendelict. Zeker door een stel “vrome” ouders als de mijne.
Met veel plezier betrapte ik mijn vader in die tijd eens met “De Lach” op zijn schoot. Dit seksblaadje, in die dagen standaardlectuur bij herenkappers, schermde hij naar de overige aanwezigen in de huiskamer af met een ander magazine uit de leesportefeuille, te weten “De Revue”.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/