Aflevering 7: Hemel en aarde

HEMEL EN AARDE
Geschreven door Bert Plomp

Als jongeling wilde ik zo snel mogelijk de deur van mijn ouderlijk huis met een knal achter mij dicht smijten. Dat deed ik aanvankelijk dagelijks om buiten te spelen en op mijn twintigste definitief om volledig mijn eigen gang te gaan.
Hemel en aarde heb ik bewogen om dat doel te bereiken.
Toen ik binnen 6 weken de kazernedeur achter mij kon sluiten, had ik geen zin om weer terug te keren naar dat kleine kamertje in het Lodewijk Napoleonplantsoen. Geen lust opnieuw de bemoeizucht van mijn ouders te ondergaan.
Wat een kans kreeg ik toen om het dagelijks gemekker van pa en ma vaarwel te zeggen.
De schoonmoeder van een tante van mij woonde in een statig pand aan de Maliesingel. Het was een historisch gebouw, gelegen recht tegenover de Sterrenwacht.
Naast dit pand bevond zich echter een soort mortuarium: een opslagplaats voor lijken. Lijken in afwachting van hun definitieve bestemming.
De twee bovenste etages van dit indrukwekkende singelhuis mocht ik gratis betrekken. De enige wederdienst die werd verlangd was dat ik een oogje hield op tante haar schoonmoeder. Dat ik schoonmoeder te eten gaf en haar wat vermaakte.
Toen ik niet zo lang geleden op een druilige dag door Utrecht zwierf en wilde vermijden dat ik de godganse dag in de kroeg zou hangen, bedacht ik: “Weet je wat, ik ga eens kijken hoe het tegenwoordig op de Maliesingel toegaat. Eens kijken of ik wat dierbare herinneringen tot leven kan roepen.”
Sommige van die herinneringen hadden een macaber karakter. Het waren gedachten aan lijken. Doden wachtend op transport naar de vochtige aarde. Zij waren natuurlijk slechts denkbeeldig tot leven te wekken.
Wonende naast een mortuarium, kon ik het in die dagen niet laten, wanneer ik in de woonkamer zat of op bed lag, zo nu en dan eens op de muur te kloppen om een reactie van de doodstille buren uit te lokken.
Je hoorde dan altijd wel iets, zoals gekreun. Zacht gejammer van een individu dat kennelijk niet comfortabel lag.
Dat klagende geluid kon toen ook wel van het gebouw zelf afkomstig zijn geweest. Het huis was namelijk nogal bewegelijk. Zeker als er ’s nachts een goederentrein achterlangs denderde. Op zo’n moment schudde het hele gebouw en zag ik voor me dat de buren van hun draagbaren donderden. Dat de kisten open spleten en hun inhoud  aan de vloer prijsgaven.
Hemels vertoeven was het er ’s zomers. Als de zon volop scheen en de temperatuur aangenaam was, kon ik op het platte dak van het pand ongezien in mijn blootje zonnen.
Ook de aarde was dan nabij. Het dak was niet voorzien van een veilige reling. Een misstap was zo gemaakt en bracht hemel en aarde in een klap bijeen.
Prachtig was het zicht op de Sterrenwacht. Zijn koepel, die ik vanuit huis juist tussen de eeuwenoude bomen kon zien, sprak enorm tot mijn verbeelding.
Turende vanuit die koepel door een enorme sterrenkijker, stond je min of meer op de drempel van de voordeur van onze lieveheer. Je kon dan controleren wie van de vertrokken buren bij hem binnen werden genodigd.
Redenen te over om op mijn wandeling ook de Sterrenwacht aan te doen.
Hoewel ik niet tot in de hemelpoort heb kunnen gluren, was dit bezoek toch zeer de moeite waard.
Fascinerend om daar in het halfduister in de collegebankjes te zitten. Je voor te stellen hoe er ooit les werd gegeven aan sterrenkundigen in de dop. Ook het tentoongestelde materiaal was boeiend om te zien.
De klim naar en het betreden van de koepel met telescoop vormden letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt.
Sonnenborgh is daarnevens een imposant historisch bolwerk dat zich in de kelder van het gebouw bevindt. Afdalende vanuit een hemelse ambiance in de koepel, eindigde mijn bezoek uiteindelijk diep onder de grond, in de kelder, in aardse sferen.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077